Acht jaar na de eerste kaderverkiezingen voor de ondernemingsraden, lijkt de kollektieve bewustwording en belangenverdediging niet noemenswaardig gegroeid. Het kaderlid blijft individualist.
...

Acht jaar na de eerste kaderverkiezingen voor de ondernemingsraden, lijkt de kollektieve bewustwording en belangenverdediging niet noemenswaardig gegroeid. Het kaderlid blijft individualist. In de nu lopende sociale verkiezingen komen 1200 ondernemingen in aanmerking voor een aparte kadervertegenwoordiging. Het gaat om bedrijven met 100 of meer werknemers, waarvan er minimum 15 als kader geboekstaafd staan. In hoeveel bedrijven er echter effektief een lijst opkomt, kunnen het Nationaal Verbond voor Kaderpersoneel (NVK), dat afhangt van de kristelijke bediendenbond LBC, de socialistische BBTK noch de onafhankelijke Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel (NCK) zeggen. Ze geven alle drie trouwens toe dat het biezonder moeilijk is om kaderleden te motiveren tot aktief syndikalisme.Onafhankelijke waarnemers blijven skeptisch. Othmar Vanachter, professor arbeidsrecht van de KU-Leuven : "De meeste kaderleden doppen hun boontjes liefst zelf. Ze onderhandelen rechtstreeks met de werkgever. Sommige op ondernemingsniveau opgerichte kaderbonden (nvdr de zogenaamde huislijsten) vullen hun aktiviteiten dan ook eerder kultureel dan sociaal in. Wat oneerbiedig en stellig overdreven zou je hen veeleer kaartklubs dan vakbonden kunnen noemen. " Vast staat trouwens ook dat de huislijsten zeer vaak op aansturen van de bedrijfsleiding worden ingediend, om het gras voor de voeten van de klassieke bonden en van de NCK weg te maaien.De kaderverkiezingen in 1991 maakten een slechte beurt. Hoewel het aantal in aanmerking komende bedrijven steeg van 731 (in 1987) tot 940 (+28 %) bleef het aantal ondernemingen met effektieve kadervertegenwoordigers konstant (ongeveer 580). Bovendien zou slechts 48 % van de 115.000 in 1991 kiesgerechtigde kaders zijn stem hebben uitgebracht.Vooral voor de huislijsten en de NCK brachten de sociale verkiezingen van 1991 een koude douche, na een veelbelovende start vier jaar eerder toen voor de eerste keer kaderverkiezingen werden georganizeerd (zie tabel). Zij verloren stemmen en zetels aan de kaderorganizaties van de drie klassieke vakbonden, waarbij vooral het ACV de buit binnenhaalde. Het sukses van de traditionele vakbonden wordt vooral verklaard door het falen van de andere kaderorganizaties om hun inplanting te bestendigen of uit te breiden. Waar ze wel opkomen, zouden huislijsten en NCK redelijk stand houden.REPRESENTATIVITEIT.Het VBO trok na de vorige verkiezingen het besluit dat "het representatief karakter van de kadervertegenwoordiging zeker niet toeneemt". "Het aantal niet gevulde mandaten neemt toe, het aantal ondernemingen zonder kandidaten neemt sterk toe en ten overstaan van de totale populatie van kaders zijn de stemgerechtigden en de kiezers een minderheid, " aldus nog de werkgeversorganizatie.Niettemin eisen de kaderbonden, met de NCK en zijn nieuwe voorzitter Henri Schouppe op kop, een zetel in de Nationale Arbeidsraad, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de sektorale paritaire komitees. Professor Vanachter heeft een verklaring voor deze belangstelling : "Daar willen ze opkomen voor hun specifieke belangen, die vaak van fiskale of parafiskale aard zijn. " Tot nog toe wordt de NCK echter zorgvuldig buiten deze instellingen gehouden door de klassieke vakbonden en de patroonsorganizaties. Daarmee hebben deze het niet echt moeilijk, omdat de NCK hoogstens 2 % van het totale aantal stemmen (arbeiders en bediendenkolleges inbegrepen) haalt. De huislijsten vertegenwoordigen slechts 1 %.DOORBRAAK ?De kaderbonden spreken inmiddels over een heuse vertrouwenskrisis van veel kaders ten aanzien van hun direktie. Is de tijd dan echt rijp voor een doorbraak van het kadersyndikalisme ? Volgens het NCK omringt de werkgever zich meer en meer met enkele superkaders. Ontmoediging, gebrek aan informatie en uitsluiting van overleg zijn een doorn in het oog. De konkurrentie maakt steeds meer slachtoffers onder de kaders. De kaderorganizaties van de klassieke bonden leggen een nauwere band met de algemene syndikale tema's waarvan hun bedienden- en arbeidersafdelingen wakker liggen. De socialistische BBTK bijvoorbeeld koncentreert zich op de kwaliteit van het kaderwerk. Stipt voorzitter Christian Roland aan : "De reële arbeidsduur is een knelpunt voor kaders. Daarom willen we de afschaffing van het begrip vertrouwenspersoneel dat alle misbruiken mogelijk maakt, een zeer strikte definitie van de notie direktiepersoneel en de toepassing van de wet van 1971 inzake de arbeidsduur en de rekuperatie van overuren. " Aandacht heeft de BBTK tevens voor de pensioenproblematiek, waar hij stelt dat ook voor kaders het wettelijk pensioen dominant moet blijven en het extralegale komplementair. In de bedrijven organizeren de klassieke bonden doorgaans overleg met de vertegenwoordigers van de andere personeelskategorieën bij de bepaling van standpunten. Dit loopt echter niet van een leien dakje. De arbeider en de bediende beschouwt het kaderlid, waarmee het een hiërarchische dagelijkse relatie heeft, niet zelden als de vertegenwoordiger van de patroon. Die ambivalentie blijft ongetwijfeld ook tijdens deze sociale verkiezingen dé rem op de doorbraak van het kadersyndikalisme.J.G.KADERVERKIEZINGEN Breekt de kollektieve belangenverdediging bij kaders echt door ?