Je kan er je kalender op afstemmen : om de twee jaar schrijft de Nederlandse Helen Knopper een boek. Al sedert 1966 houdt ze die regelmaat vol, maar in Vlaanderen heeft dat literaire labeur haar nog geen bekendheid opgeleverd. Is er verandering op til ?
...

Je kan er je kalender op afstemmen : om de twee jaar schrijft de Nederlandse Helen Knopper een boek. Al sedert 1966 houdt ze die regelmaat vol, maar in Vlaanderen heeft dat literaire labeur haar nog geen bekendheid opgeleverd. Is er verandering op til ? Knoppers vlotte vlekkeloze stijl moet niet onderdoen voor veel van haar vermaarde confraters. Met De pretentie startte ze twee winters geleden een trilogie, waarin ze een trio uit de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt voor het voetlicht brengt. In het middenpaneel, De terugtocht, volgt ze verder de drie vijftigers : een therapeut, een journaliste en een ontslagen bibliothecaris, die in het eerste deel halsoverkop trouwde met een 20-jarige punk-zwerfkat. Aanvankelijk tekende ze een kroniek van de jaren negentig op. Nu houdt ze zich wat krampachtig bij het trio, dat een soort gestoord vluchtgedrag tentoonspreidt. De ene gaat daklozen helpen, de andere trekt als vrijwilliger naar een vluchtelingenkamp in Kroatië en de derde wil naar Indië om er te mediteren. Dat levert niet altijd suspensrijke lectuur op, maar confronteert ons wel met de hyperactuele zoektocht naar waarden en levenszin. Uitg. Contact, 239 blz., 800 fr.Knoppers landgenoot J. Bernlef timmert met meer succes aan de literaire roem. Hij doet dat met zoveel uitstraling, dat zijn verhalenbundel Cellojaren ietwat te gemakkelijk genomineerd werd voor de Gouden Uil (een Belgische trofee met een leuke inhoud van 750.000 frank). De verhalen zijn van een al te wisselvallige kwaliteit. Wat niet verhindert dat de bundel parels bevat, waarin Bernlef gewiekst jongleert met zijn favoriete thema's als de werking van het geheugen en de vertekening door de herinnering. Tevens penseelt hij bedachtzame impressies over de verhouding tussen kunstenaars en hun model. Uitg. Querido, 182 blz., 550 fr.Een jonge Hollandse pen vinden we bij Daphne Meijer. Na haar beloftevolle debuut Resten van de eeuw (1993) over een jonge Nederlandse in een kibboets, breekt ze nu door met de historische roman Het plezier van de duivel. In 1772 tracht een Leidense theaterdirectrice een Vlaamse regisseur te verleiden om met hem een nieuw leven te beginnen. Andermaal moet ze inzien dat de anderen tuk zijn op poen, niet op kunst. Ondertussen leren we dat de 18de-eeuwse Amsterdammers niet vies waren van Vlamingen-haat. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 188 blz., 699 fr.. LUC DE DECKER