Nu zondag, 22 november, is het 35 jaar geleden dat de Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy op Dealy Plaza in Dallas werd doodgeschoten. Niet tientallen, maar honderden boeken spuien sindsdien hypothesen over de aanslag. Voor het eerst verschijnt nu een origineel werk in het Nederlands. Journalist Paul De Bruyn ( Gazet van Antwerpen), die eerder uitpakte met een biografie van rockster David Bowie, velt een opvallende conclusie: de charismat...

Nu zondag, 22 november, is het 35 jaar geleden dat de Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy op Dealy Plaza in Dallas werd doodgeschoten. Niet tientallen, maar honderden boeken spuien sindsdien hypothesen over de aanslag. Voor het eerst verschijnt nu een origineel werk in het Nederlands. Journalist Paul De Bruyn ( Gazet van Antwerpen), die eerder uitpakte met een biografie van rockster David Bowie, velt een opvallende conclusie: de charismatische president werd vermoord door een psychopaat. De talloze complottheorieën veegt hij van tafel. Zijn boek, Kennedy's rendez-vous met de dood, spitst hij dan ook vooral toe op de dader. De schutter, Lee Harvey Oswald, werd zeer vlug gearresteerd, al vermoordde hij dezelfde dag eerst nog een politieman. De Bruyn bouwt zijn hypothese op rond de labiele mentale toestand van de man, die reeds als jongeman doorgelicht werd door psychiaters. Ze stelden een capaciteit voor extreem en irrationeel geweld vast. De bizarre levensloop van Oswald zwengelt de geruchten van een complot evenwel vanzelf aan. De aan dyslexie lijdende knaap, die nooit goed zou leren lezen en schrijven, bereikte wel bijna zijn verlangen naar erkenning en succes bij de mariniers. Daar ontpopte hij zich als scherpschutter (hij was dus toch niet die slechte schutter, die vele andere auteurs in hem zagen). Toch ging het mis. Hij moest zelfs voor de krijgsraad verschijnen wegens illegaal wapenbezit. Totaal gefrustreerd bekeerde hij zich tot het communisme en trok met een toeristenvisum naar de Sovjet-Unie. Daar kwam hij in contact met de beruchte spionagedienst KGB, zij het met de smeekbede zijn toeristenvisum te verlengen. Uiteindelijk liet de KGB hem met rust, ze hadden geen vertrouwen in de verwarde kerel. Op het toppunt van de Koude Oorlog en met de Cuba-crisis nog vlakbij, werd Oswald in de VS onthaald door de federale politie FBI en de inlichtingendienst CIA. Volgens De Bruyn zagen ook zij geen graten in hem, zelfs niet toen hij absoluut naar Cuba wilde. Het zwakke punt in De Bruyns betoog zit vooral bij Jack Ruby, de eigenaar van enkele smoezelige nachtclubs, die Oswald twee dagen na de aanslag bij een overbrenging van een verhoor naar de gevangenis doodschoot. Ruby overleed begin 1967 aan leverkanker. In de gevangenis sloeg hij wartaal uit. Nooit sprak hij over opdrachtgevers. De Bruyn blijft ernstig en overtuigend, wat van vele andere auteurs over dit drama niet gezegd kan worden. Maar ook na deze uitgave is het laatste woord over de moord allicht niet gezegd. Paul De Bruyn, Kennedy's rendez-vous met de dood. Icarus, 264 blz., 795 fr. ISBN 90 02 20730 1.LDD