Minder werk
...

Minder werkDe Jury voor Eerlijke Praktijken inzake Reclame (JEP) heeft vorig jaar 40 klachten minder behandeld dan in '94. Dat is een daling met 15 %. Volgens de Jury (die valt onder de Raad voor de Reclame) heeft die terugloop te maken met een daling van het aantal aanvragen van voorafgaand advies door adverteerders, media en reclamebureau en door het afnemen van het aantal klachten van consumenten. De Jury kan op eigen initiatief ook reclame-uitingen aan een onderzoek onderwerpen. Het aantal dergelijke dossiers bleef gelijk. De jury kreeg vorig jaar 325 gevallen voorgelegd (een daling met 12 %) en behandelde er daarvan 225. Dat is evenveel als in '91. Het recordjaar was '92 toen er 424 gevallen werden aangekaart en de jury in 335 gevallen een oordeel velde. Sindsdien zijn de aantallen gedaald. De voorbije jaren stelde de JEP een stijging vast van de hoeveelheid aanvragen om voorafgaand advies. Die zijn vorig jaar echter teruggevallen van 44 % tot 34 %. Vooral de media stapten minder snel naar de Jury. De JEP heeft geen directe verklaring voor de afname van het aantal vragen om voorafgaand advies. Men wijst er wel op dat de cijfers alleen betrekking hebben op vragen over een specifiek geval en dat men niet de talrijke vragen om algemene informatie meetelt die het secretariaat ontvangt. "Men mag ook niet vergeten dat de adviezen die de Jury door de jaren heen heeft geformuleerd tot een soort rechtspraak zijn verworden (sic), die een formele adviesaanvraag overbodig kan maken omdat zij voor een indirecte zelfdiscipline zorgt, in het bijzonder bij de reclamebureaus en de media," aldus de Jury in het activiteitenverslag '95. De consumenten blijken minder snel negatief te reageren op reclame-uitingen : 96. Het gaat dan vooral om klachten rond reclame voor thuiswerk en voor producten die met de gezondheid te maken hebben. Opmerkelijk is wel dat de ondernemingen vorig jaar sneller naar de Jury stapten om een collega-concurrent aan de schandpaal te nagelen : er waren 27 dergelijke gevallen, bijna het dubbele van het aantal in '94. Het ging vooral om uitingen in de gezondheidssector.In 66 % van de gevallen om voorafgaand advies oordeelde de Jury dat de voorgelegde uiting niet door de beugel kon. Bij 6 % formuleerde men een voorbehoud en bij 28 % had men geen opmerkingen. Bij de klachten van consumenten vond de Jury dat in 23 % van de gevallen er geen reden was om de uiting te wijzigen of stop te zetten in '94 bedroeg dat percentage nog 45 %. Bij 3 % werd er een voorbehoud gemaakt. De Jury oordeelde dat de resterende 76 % stopgezet of gewijzigd moest worden.De JEP ging ook na hoe de geografische spreiding van de consumentenklachten was : Brussel was goed voor 22 % van de klachten, gevolgd door de provincie Antwerpen (19 %) en de provincie Luik (17 %).De JEP geeft in het verslag ook een overzicht van de behandelde zaken, zonder evenwel namen te noemen. Binnen de Jury werkt men aan een aanpassing van het reglement inzake de openbaarmaking van de beslissingen. Het is de bedoeling om een synthese van behandelde gevallen te publiceren en daarbij ook man en paard te noemen. Die idee stuitte in '94 op weerstand bij de adverteerders. Dit jaar zou een alternatief worden uitgewerkt.