ziet het klein
...

ziet het kleinJapanse autoproducenten, geruggesteund door maatregelen van de regering, zweren steeds meer bij micro cars. In Tokyo zagen we ze in het verkeer en als concept cars op het autosalon. Een overzicht.TEKST EN FOTO'S : PIERRE DARGEAls Japan ergens mee te kampen heeft dan is het wel plaatsgebrek. Een groot deel van het land is bergachtig en ongeschikt voor bebouwing zodat de miljoenen mensen opeen gepakt zitten in de steden. Dat heeft ze geleerd de beschikbare ruimte efficiënt te benutten, waardoor bijvoorbeeld appartementen biezonder klein maar handig zijn ingericht. Om de steden enigszins leefbaar te houden, wordt sinds jaren eenzelfde verkeerspolitiek gevoerd. De wetgever bevoordeelt op verschillende manieren de micro car en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Waar de micro cars in 1988 maar 4,1 procent van de verkoop voor hun rekening namen, groeide het segment in 1989 naar 8,9 %, in 1990 naar 15,6 % en in 1994 naar 19,3 %, het zevende opeenvolgende groeijaar. Zo'n micro car is korter dan 330 cm, heeft een breedte van minder dan 140 cm terwijl de cilinderinhoud onder de 661 cm3 hoort te blijven. In de praktijk bedraagt de lokale taks bij aankoop van een micro car 3 % (voor andere voertuigen 5 %), bedraagt de jaarlijkse nationale wegenbelasting 4400 yen (6300 yen per 500 kg in andere gevallen) en de jaarlijkse lokale autotaks 7200 yen (29.500 à 111.000 yen voor andere auto's, afhankelijk van de cilinderinhoud). Bovendien worden de eigenaars van micro cars ontslagen van de verplichting om een garage te bezitten al wordt daar nu in de grootsteden weer vanafgestapt.Eén en anderheeft de Japanse konstrukteurs ertoe aangezet om zeer kompakte, vaak met kleine turbomotoren uitgeruste, opwindende micro cars op te markt te brengen die in Japan zowat één vijfde van de verkoop uitmaken. Populair zijn o.m. de Honda Today, de Daihatsu Mira en Cuore, de Mitsubishi Minica, de Subaru Vivio, de Suzuki Alto, Wagon R en Cappucino of de Mazda Carol. De Suzuki Wagon R sleepte zelfs de 1993-'94 RJC New Car of the Year-prijs in de wacht, die daarmee voor het eerst aan een micro car werd toegekend. De jongste varianten binnen het micro car-segment krijgen niet alleen vierwielaandrijving, maar ook een turbo en zelfs een drietrapsautomaat mee. Nog opmerkelijker was een prototype dat op het salon van Tokyo werd voorgesteld. De Suzuki UT-1 is een extreem korte 2+2 die kan worden omgevormd tot een pick-up, een cargo box en een trekker voor een mini-opligger. De motor kan zowel op ekologisch verantwoord natuurlijk gas als op benzine lopen. Zijn broertje, de UR-1 is een zeer korte Urban Runner, een terreinvoertuig voor de stad dat vooral de trendy jongelui moet aanspreken.Subaru stelde in Tokyo de merkwaardige Elcapa voor, die weliswaar 20 cm te lang is voor de Japanse micro car-norm maar niettemin uiterst interessante mogelijkheden biedt en als World Multi Mini werd omschreven. De Elcapa bezit een hybried motorsysteem, bestaande uit een 800 cm3-benzinemotor die al naargelang van de omstandigheden alleen, of in kombinatie met de elektrische motor kan worden gebruikt. Die elektrische motor, een produkt van Matsushita Electric, kan in de stad volledig autonoom worden gebruikt. Het geheel is verbonden met een traploze automaat en een permanente vierwielaandrijving, kortom : het nec plus ultra samengepakt in 330 cm. En alsof Subaru wilde bewijzen dat het de technici menens was met de micro car, werd ook nog de Vivio RX-T voorgesteld, die met een 660 cm3 turbomotor van Miller-type de prestaties van een 1000 cm3 evenaart. De wagen werd uitgerust met een traploze automaat waarop in samenwerking met Porsche een manuele CVTip werd gemonteerd, waardoor gewoon schakelen mogelijk wordt maar dan zonder de voet van het gaspedaal te halen !Biezonder origineelis de MAUS van Mitsubishi die met zijn lengte van 2,49 meter en zijn draaicirkel van amper 6 meter als de perfekte stadswagen werd voorgesteld, en door de Japanners wordt omschreven als "passend als een sandaal aan de voet". Het geheel bestaat uit drie modules (frame met motor/platform/opbouw) die elk kunnen worden vervangen. Op die manier is het mogelijk om module 1 te vervangen door een frame waarop een elektrische motor is gemonteerd i.p.v. de driecilinder 500 cm3 die nu wordt gebruikt. Binnenin vindt men twee eenvoudige stoelen, een simpel instrumentenbord en nog wat extra ruimte voor bagage. Het geheel weegt bovendien amper 470 kg. In Tokyobleek Daihatsu de kampioen van de micro cars. Verschillende modellen werden voorgesteld, waaronder de eigenzinnige Midget III, de kubusvormige Town Cube en de Move. Uitgaande van de vaststelling dat auto's vaak slechts één persoon vervoeren, werd de Midget III ontworpen, die in wezen slechts op één persoon berekend is. Die zit prinsheerlijk voorin terwijl achterin ook nog twee kleine zitjes werden gemonteerd, zodat de ontwerpers terecht van een één-plus-twee spreken. Het wagentje, dat 2,78 meter lang is, bezit voor de Japanse markt uiteraard het stuur rechts en heeft twee portieren (één rechtsvoor, één linksachter). Het voorzitje staat bijna centraal en laat naast de chauffeur veel ruimte vrij. Door de eigenzinnige layout kon de breedte bovendien tot 129 cm beperkt worden. In kombinatie met de hoogte van 159 cm zorgt dat voor een erg ongewoon uitzicht, dat nog versterkt wordt doordat de wielen buiten het koetswerk staan. Als de zitjes achterin worden opgevouwd en opgeklapt, komt een laadvolume van meer dan een meter in de breedte, één meter in de hoogte en 74 cm in de diepte vrij. Door de draaicirkel te beperken tot 7,20 meter wordt parkeren een kinderspel. Onder de motorkap steekt een driecilinder, twaalfkleppenmotor met een slagvolume van 659 cm3 die een vermogen van 44 pk aflevert. Dat een micro car ook klassiek kan, toonde Daihatsu met de Move die een profiel laat zien dat dicht bij de Europese kompakte auto's staat. Dankzij een ultrakompakte neus slaagden de ingenieurs erin om binnen de 330 cm vijf portieren en een volwaardig interieur te creëren, dat dankzij een zijlings openende achterklep zeer toegankelijk is. De Move, die een 659 cm3 motor ingebouwd kreeg, is bovendien de eerste auto uit zijn klasse met een dubbele nokkenas. Hij kan naar wens geleverd worden met een turbomotor en vierwielaandrijving.Optimale benutting van de binnenruimte stond voorop bij het ontwerp van de Daihatsu Town Cube, een kubusvormig bestelwagentje dat zowel wat de cilinderinhoud als de lengte betreft, binnen de micro car-normen blijft. Opvallend is de buitenhoogte (1,99 cm !) die een interieurvolume garandeert van 1,94 meter in de lengte, 1,70 meter in de hoogte en 1,30 meter in de breedte. Deze tweepersoons micro car kreeg een automatische vierbak mee en een laadvermogen van 350 kg.In Europalijkt men nog niet wakker te liggen van de micro car. Er bestaat ogenschijnlijk geen enkele politieke wil om zo'n segment te creëren, al hebben verschillende konstrukteurs de afgelopen jaren fraaie concept cars laten zien. In de praktijk is het mooiste voorbeeld ter zake de Rover Mini (lengte : 3,05 meter), waarvan het initiële ontwerp uit 1959 (!) dateert. Houden we ook rekening met de cilinderinhoud dan valt de Mini met zijn 1.3 liter motor ruim buiten het segment. Ook de Fiat Cinquecento (lengte : 3,22 meter) die in 1992 werd gelanceerd, blijft met zijn 900 cm3 een flink stuk boven de door de Japanners gestelde norm. Het blijft dus wachten op de door Mercedes en Swatch samen ontwikkelde micro car als Europees antwoord op een wagen die qua afmetingen en cilinderinhoud beantwoordt aan het verkeer in de stad. Daihatsu Midget III : één centrale zit voorin.Mitsubishi MAUS : met een lengte van 2,49 meter 'passend als een sandaal aan de voet'.Subaru Elcapa : een lilliput met twee motoren.