Wat hebben Jan Fabre en Paul Klee gemeen? Op het eerste gezicht heel weinig. Beiden zijn polyvalente kunstenaars. Fabre laat zijn demonen vooral los op het podium, maar bezigt ook video, papier en doek. Klee hield van theater, dans, circus, opera en speelde met marionetten, maar vertrouwde zijn bedenkingen toch in de eerste plaats toe aan papier en doek. Hij was ook actief in het Bauhaus en had Klee nu nog geleefd, dan ging hij gegarandeerd met video- en filmcamera tekeer. Maar eerst Jan Fabre.
...

Wat hebben Jan Fabre en Paul Klee gemeen? Op het eerste gezicht heel weinig. Beiden zijn polyvalente kunstenaars. Fabre laat zijn demonen vooral los op het podium, maar bezigt ook video, papier en doek. Klee hield van theater, dans, circus, opera en speelde met marionetten, maar vertrouwde zijn bedenkingen toch in de eerste plaats toe aan papier en doek. Hij was ook actief in het Bauhaus en had Klee nu nog geleefd, dan ging hij gegarandeerd met video- en filmcamera tekeer. Maar eerst Jan Fabre. 'De Geleende Tijd' gaat een dialoog aan tussen de maquettes, werkschetsen en tekeningen van Fabre, en de beelden genomen door internationaal gerenommeerde fotografen zoals Robert Mapplethorpe, Helmut Newton, Carl De Keyzer, Dirk Braeckman, Malou Swinnen, Jorge Molder en Maarten Vanden Abeele. Elke fotograaf drukt zijn stempel op Fabres werk en opent op die manier een extra dimensie. Helmut Newton lijkt de enige uit de reeks die zich minder lekker voelde op het podium. De geënsceneerde groepsfoto's dragen dan weer wel de typische Newtonstempel, waar een zweem van erotiek, vervreemding en theatraliteit de sfeer kleuren. Robert Mapplethorpe, de eerste 'grote naam' die Fabre uitnodigde anno 1984, interpreteert 'De Macht der Theatrale Dwaasheden' met homo-erotisch getinte en uitgesproken esthetische beelden. Mapplethorpe (in 1989 overleden aan aids) roept treffend de sfeer van de voorstelling op, behoudt zijn stijl van fotograferen, maar gaat ogenschijnlijk voorbij aan de energieke en sterk fysieke kant van de voorstellingen van Fabre: een aspect dat wel wordt beklemtoond in de beelden van Maarten Vanden Abeele, Jorge Molder en Carl De Keyzer. De Paul Klee-expo 'Overal Theater' reveleert enerzijds de invloed van de po- diumkunsten op het werk van deze Zwitsers-Duitse kunstenaar. Anderzijds belicht gastcurator Pierre Boulez het muzikale aspect van Klee's werk. Zijn feilloze gevoel voor ritmiek, melodie en structuur leest - aldus de beroemde componist, dirigent en pedagoog Pierre Boulez - als een partituur en kan als dusdanig worden uitgevoerd. Paul Klee liet zich inspireren door zowel kleurrijke personages uit het toneel en de opera alsook voorwerpen, kostuums en maskers, die hij vertaalde naar geometrische vormen en een abstract lijnenspel. De kunstenaar was ook gebiologeerd door dans en ballet, waarvan hij de sierlijkheid en de draaibewegingen abstraheerde. Hij was een verwoed liefhebber van het ma- rionettentheater, ontwierp zijn eigen poppen (te zien op de expo) en speelde poppenspel. Het masker heeft voor Klee een morele betekenis - in de zin van: iedereen houdt een masker voor - terwijl marionetten een kroniek inhouden van de aangekondigde dood. Het leven als een schouwtoneel: op de letter! 'Overal Theater' troont de bezoeker mee door het oeuvre van de kunstenaar. De geëxposeerde studies, tekeningen en schilderijen hangen niet alleen een raak overzicht op van de stijl en het werk van Paul Klee. Ze dompelen de bezoeker ook onder in de denk- en gevoelswereld van een van de grootste modernisten van vorige eeuw. PAUL KLEE (T/M 11/5) EN JAN FABRE (T/M 18/5), DAGELIJKS VAN 10 TOT 18 UUR (DO TOT 21 UUR), PALEIS VOOR SCHONE KUNSTEN, INGANG KONINGSSTRAAT 10, BRUSSEL. TEL.: 02 507 84 30, www.bozar.be Piet Goethals