De Italiaanse economie is aan een beperkte opleving bezig. De economische groei zal dit jaar net geen 1 procent bedragen, terwijl lange tijd het cijfer van 0,9 procent de ronde deed. Volgend jaar zou de economische groei 1,6 procent bedragen. De werkloosheid blijft dalen. De werkloosheidsgraad van 12 procent ligt een stuk lager dan een jaar geleden (13 %). Sinds de zomer zijn er 44.000 banen bij gekomen. Over een jaar bekeken hebben 235.000 Italianen een baan gevonden. Probleem blijft wel de hoge jongere...

De Italiaanse economie is aan een beperkte opleving bezig. De economische groei zal dit jaar net geen 1 procent bedragen, terwijl lange tijd het cijfer van 0,9 procent de ronde deed. Volgend jaar zou de economische groei 1,6 procent bedragen. De werkloosheid blijft dalen. De werkloosheidsgraad van 12 procent ligt een stuk lager dan een jaar geleden (13 %). Sinds de zomer zijn er 44.000 banen bij gekomen. Over een jaar bekeken hebben 235.000 Italianen een baan gevonden. Probleem blijft wel de hoge jongerenwerkloosheid: 40,5 procent. Ook de economische tweedeling van Italië blijft een feit. In het noorden bedraagt de werkzaamheidsgraad 65 procent. Het arme zuiden moet het doen met een beschamende 42,6 procent. Premier Matteo Renzi kijkt vooral naar de positieve cijfers en klopt zichzelf op de borst: het is dankzij zijn Jobs Act, een reeks maatregelen om de arbeidsmarkt flexibeler en goedkoper te maken. Rechters komen niet meer tussenbeide bij geschillen over een ontslag. Het systeem van werkloosheidsuitkeringen gaat op de schop en de overheid zet zich meer in om werklozen aan een baan te helpen door scholing en herplaatsing. De lasten op arbeid zijn in de eerste drie jaar na de aanwerving aanzienlijk verlaagd. Economen merken de positieve effecten van dit beleid: de werkloosheid daalt en de industriële productie -- die sinds 2007 met 10 procent gekrompen was -- neemt opnieuw toe. Wel blijven de investeringen ondermaats. Die zijn eigenlijk al zeven jaar volledig stilgevallen. Werkgevers vinden dan ook dat premier Matteo Renzi nog een stuk verder moet gaan. De lasten op arbeid zijn in Italië nog altijd te hoog. De impliciete belasting op arbeid bedraagt er 84,2 procent, tegenover 43,4 procent in de Europese Unie. De Europese Commissie vraagt al langer een Italiaanse taxshift waarbij de lasten op arbeid worden verlaagd en vervangen door extra inkomsten op consumptie, kapitaal en vastgoed. Renzi heeft daar niet echt oren naar. Integendeel, hij wil de vastgoedbelasting op de eerste woning afschaffen. Een maatregel die 4,3 miljard euro zal kosten. De Italiaanse regering heeft ook laten weten dat ze de doelstelling van een begrotingstekort van 1,8 procent van het bbp in 2016 niet zal halen. Renzi denkt aan een deficit van 2,2 procent. Dit tot grote ergernis van de Europese Commissie want die wil dat Italië dringend werk maakt van een sanering van de overheidsfinanciën. Van alle landen in de eurozone heeft alleen Griekenland (met 177,1 % van het bbp) een grotere staatsschuld dan Italië (132,1 % van het bbp).