Kermiskramen, woonwagens of kindermolens komen steevast uit Italië en Duitsland. Én van bij Den Buggenhout, zoals attractiebouwer C. Albrecht & Zonen in het kermiskramersmilieu nog steeds wordt genoemd. De kermisreizigers en gedelegeerd bestuurder Frans Albrecht kennen elkaar al een hele tijd. Albrecht is de derde generatie die de foorkramers vanuit Buggenhout van een woonplaats en attracties voorziet. Zijn grootvader vervaardigde sinds 1910 kruiwagens en boerenkarren voor hij zich specialiseerde in de vervaardiging van kermisa...

Kermiskramen, woonwagens of kindermolens komen steevast uit Italië en Duitsland. Én van bij Den Buggenhout, zoals attractiebouwer C. Albrecht & Zonen in het kermiskramersmilieu nog steeds wordt genoemd. De kermisreizigers en gedelegeerd bestuurder Frans Albrecht kennen elkaar al een hele tijd. Albrecht is de derde generatie die de foorkramers vanuit Buggenhout van een woonplaats en attracties voorziet. Zijn grootvader vervaardigde sinds 1910 kruiwagens en boerenkarren voor hij zich specialiseerde in de vervaardiging van kermisattracties. De kruiwagens en karren zijn ondertussen uit het assortiment verdwenen en na ook even vrachtwagens te hebben geproduceerd, vormen kermisbenodigdheden vandaag de hoofdmoot van de productie van Albrecht. Jaarlijks rollen er tot drie attracties of wagens buiten in Buggenhout, maar niet van de band. C. Albrecht & Zonen is nog steeds op en top een familiebedrijf dat de wagens van tekening en onderstel over houten gestel tot de afwerking in aluminium manueel produceert. Albrecht titelde zijn vrouw, Marie-Jeanne Goossens, en zijn broer Karel tot medebestuurders. Zijn enige personeelslid is zijn zoon. "Personeel vinden is een groot probleem in deze sector," vindt hij. "Wie wil en kan zo'n zwaar maatwerk nog uitvoeren? Om onze wagens te bouwen moet je meer kunnen dan enkel lassen of timmeren." Elektriciens en loodgieters in onderaanneming aannemen, is de oplossing. Wanneer de kermisexploitanten niet zelf iemand aanbrengen, tenminste. Volgens Albrecht is het personeelstekort samen met een gebrek aan opvolgers meteen de reden waarom veel van zijn Belgische concurrenten de laatste jaren het beroep opgaven. Al enkele jaren ondervindt hij eerder concurrentie van Italiaanse en Duitse producenten, die hij respectievelijk als 'goedkoper' en 'van betere kwaliteit' omschrijft. De molenbouwers uit Tsjechië en Polen sprongen pas sinds kort op de carrousel. En in moeilijke tijden beginnen de kermiskramers vaak zelf aan een kraam. "Vroeger maakte ik me druk over de groeiende concurrentie. Nu weet ik dat de Belgische en sommige Franse kermisnijveraars mij voor herstellingen wel weten te vinden omdat mijn atelier dichterbij is," aldus Albrecht. Hoe slechter de kermiseconomie draait, hoe meer herstellingen. Gaat het de forains voor de wind, levert hij meer nieuwe wagens. Die moeten steeds vaker uitschuifbaar en hydraulisch aangedreven zijn, volgens Albrecht omdat ook kermisexploitanten met een personeelstekort kampen en er dus meer automatisch moet gebeuren. "Na de kermis in Luik in het najaar maken de exploitanten de balans. Onze omzet hangt onrechtstreeks ook af van het weer. Als dat slecht was, knabbelen de klanten meteen aan hun uitgaven. Hoe het nu gaat? Er wordt veel prijs gevraagd en weinig besteld. Door de prijsstijging van het aluminium ligt de vraagprijs momenteel wel hoger."