Er is wereldwijd een groeiende interesse voor islamitisch financieren en bankieren. In Europa nemen vooral de Britten het initiatief, maar ook in Nederland, Frankrijk en Luxemburg onderzoeken de overheden de mogelijkheden.
...

Er is wereldwijd een groeiende interesse voor islamitisch financieren en bankieren. In Europa nemen vooral de Britten het initiatief, maar ook in Nederland, Frankrijk en Luxemburg onderzoeken de overheden de mogelijkheden. "In ons land zijn er enkele individuele initiatieven, maar er is bij mijn weten nog geen politieke beleidslijn", zegt Marc Vermylen (Loyens & Loeff). "Nochtans is het een thema dat onvermijdelijk op ons afkomt. Enkele islamitische landen zijn zeer kapitaalkrachtig en islamitische investeerders tonen meer en meer interesse in Europa, ook in het vastgoed." Volgens Vermylen gaat de aandacht van die investeerders vooral nog naar grote, prestigieuze projecten, waardoor ons land niet echt in de kijker staat. "Maar ik kan me goed voorstellen dat ze op korte termijn hun scope gaan verbreden en dan ben je toch maar beter voorbereid. Zeker in tijden waarin vreemd vermogen schaars is en velen dingen naar de gunst van externe financiers." Anders dan ons continentaal recht is het islamitische recht niet gecodificeerd. Er is dus ook geen algemeen geaccepteerd gezagsorgaan dat de regelgeving interpreteert of dat rechtspreekt. In de praktijk werken aanbieders van islamitische financieringsproducten veelal met een zogenaamde sharia board, een raad met islamitische geleerden die nagaat of de aangeboden producten of gehanteerde technieken sharia-comform zijn. Een van de bekendste beginselen van de islamitische financiering is het verbod op riba, wat neerkomt op een renteverbod. Een principe dat haaks staat op de klassieke westerse financieringstechnieken. "Een mogelijk islamitisch alternatief voor de conventionele hypotheeklening is de zogenaamde murabaha", zegt Vermylen. "Dat is een vorm van cost-plus-finan-ciering. Het komt erop neer dat de aanbieder het onroerend goed verkoopt aan de bank die het op haar beurt via een formule van termijnbetalingen doorverkoopt aan de eigenlijke koper. Het probleem is dat er dus twee keer een kooptransactie plaatsvindt. Dat maakt het, zeker in België met zijn hoge registratierechten, duur." Maar er zijn niet alleen problemen, er zijn ook mogelijkheden. "Met het vastgoedcertificaat hebben we in ons land een product dat heel goed aansluit bij enkele beginselen van het islamitisch financieren. Zo'n certificaat geeft een recht op de inkomsten van het onderliggende vastgoed, draagt een zeker risico-element in zich en geniet van een fiscaal vriendelijk regime in combinatie met de door België gesloten dubbelbelastingverdragen. Het is een product dat heel nauw aansluit bij de islamitische sukuk en dat dus opportuniteiten biedt."