Een publicatie in het gezaghebbende tijdschrift Nature heeft stof doen opwaaien. Een opmerking vooraf: moet een academische publicatie wel 'stof doen opwaaien'? Een tijdschrift als Nature wil net als zowat alle andere tijdschriften vooral geciteerd worden, vecht om de aandacht in de pers en hanteert weleens andere dan zuiver academische criteria. Bijvoorbeeld: hoe baanbrekend of disruptief is deze studie? De studie vergelijkt miljoenen wetenschappelijke publicaties uit vier grote wetenschapsgebieden over de jaren heen, tussen 1950 en 2000. Daaruit blijkt dat in elk vakgebied het aantal disruptieve studies jaar na jaar, systematisch is afgenomen. Populistisch geformuleerd: wetenschappers publiceren steeds meer opgewarmde kost.
...

Een publicatie in het gezaghebbende tijdschrift Nature heeft stof doen opwaaien. Een opmerking vooraf: moet een academische publicatie wel 'stof doen opwaaien'? Een tijdschrift als Nature wil net als zowat alle andere tijdschriften vooral geciteerd worden, vecht om de aandacht in de pers en hanteert weleens andere dan zuiver academische criteria. Bijvoorbeeld: hoe baanbrekend of disruptief is deze studie? De studie vergelijkt miljoenen wetenschappelijke publicaties uit vier grote wetenschapsgebieden over de jaren heen, tussen 1950 en 2000. Daaruit blijkt dat in elk vakgebied het aantal disruptieve studies jaar na jaar, systematisch is afgenomen. Populistisch geformuleerd: wetenschappers publiceren steeds meer opgewarmde kost. Nog verontrustender is dat bij technologie, bij patenten, eenzelfde trend waar te nemen is. Het artikel wordt dan ook gretig gedeeld. De boodschap luidt: let op, we staan stil, het loopt fout. Opvallend is wel dat Nature iets vreemds aan de titel toevoegt: 'Disruptive' science has declined - and no one knows why. Dat laatste is pure praat van een influencer. Alleen de vier uitroeptekens ontbreken nog. Ook op de sociale media (let op: dat is het equivalent van cafépraat) zijn er twee groepen reacties. De alarmisten zien het fout lopen met het wetenschappelijk onderzoek. Anderen zien een eenvoudige verklaring in de exponentiële stijging van het aantal studies, terwijl echte doorbraken zeldzaam zijn en blijven. Het is niet zoals in de sport: hoe breder de basis, hoe groter de kans op een topper. Moet wetenschap wel altijd radicaal innoveren? Of is dat een eenzijdig beeld van de heroïsche onderzoeker, die als een rebel vecht tegen de gevestigde orde, een beeld dat je vooral vindt in stripverhalen en bij de Nobelprijs: men geeft die immers zelden (nooit?) aan iemand die netjes de begane paden heeft afgeborsteld. Nieuws is immers wat opvalt, wat niet echt verwacht werd. Burn-outs in de medische sector nemen drastisch af, er zijn tienmaal minder sterren in het heelal dan verwacht, Darwin zat over de hele lijn fout, de omvolkingstheorie is volledig juist, Donald Trump is de grootste econoom aller tijden. Dat is charlatanpraat, zelden wetenschappelijk. Veel publicaties hebben er al op gewezen dat de moderne wetenschap lijdt aan een gebrek aan replicatiestudies: tijdschriften als Nature en Science publiceren gretig en snel sensationele berichten, die ze nadien moeten terugtrekken. Controle-onderzoek wordt veel te weinig uitgevoerd én gepubliceerd. Is dit artikel dan geen reden tot vreugde? Of wijst de terugval toch op het feit dat vooral marginaal nieuwe, veilige, brave studies worden gepubliceerd? Het artikel maakt geen onderscheid tussen 'replicatie' en 'zogezegd nieuw'. Dat onderscheid zou ons veel leren, want het opbod met 'zogezegd nieuw' helpt niet veel. Je hebt aan de ene kant een idee, een inzicht, een gedurfde hypothese en aan de andere kant de operationalisering (lees: de meting) ervan. Psychologen hebben decennialang proeven op ratten gedaan. Hoe snel leren die beestjes in een doolhof de weg naar voedsel? Een slimme rat leert snel. Maar is dat een goede manier om intelligentie te meten? Een rat die maar één weg kent, zal in de natuur niet zo lang leven. De auteurs hebben een boeiende manier gevonden om uit te maken of een studie vernieuwend is. Ze keken bijvoorbeeld naar het taalgebruik in het artikel en naar de manier waarop naar het artikel verwezen wordt. Is dat de juiste manier om disruptiviteit te meten? Dat is voer voor een saai academisch debat, niet voor het mediacafé. Je hebt maar één Darwin, Einstein of Kahneman nodig. En dan het liefst duizenden die checken, uitbouwen, verfijnen en wat bijsturen. Hopelijk gebeurt dat ook met deze studie, en blijkt vooral niet dat Nature het artikel uit sensatiezucht net iets te vroeg heeft gepubliceerd.