Tien jaar geleden veegden de tanks van het Chinese leger op een brutale wijze het Tiananmen-plein schoon. Het respect voor elementaire mensenrechten ging er sindsdien niet op vooruit, een gegeven dat nadrukkelijk meespeelt in de stugge houding van de Amerikanen bij de nu al maanden aanslepende onderhandelingen over het al dan niet toetreden van China tot de World Trade Organization ( WTO).
...

Tien jaar geleden veegden de tanks van het Chinese leger op een brutale wijze het Tiananmen-plein schoon. Het respect voor elementaire mensenrechten ging er sindsdien niet op vooruit, een gegeven dat nadrukkelijk meespeelt in de stugge houding van de Amerikanen bij de nu al maanden aanslepende onderhandelingen over het al dan niet toetreden van China tot de World Trade Organization ( WTO). "Ik heb grote bewondering voor de manier waarop de Chinese premier Zhu Rongji ons, Amerikanen, tracht te overtuigen van het gelijk van zijn land in die penibele handelsdiscussies," zegt Merton Miller, de 76-jarige emeritus van de University of Chicago en winnaar van de Nobelprijs Economie in 1990. Miller bezocht de afgelopen jaren meermaals en gedurende lange periodes de Volksrepubliek China. Hij wuift het zelf wat weg, maar zijn collega's in Chicago bevestigen: Miller werd de persoonlijke vriend van Zhu, die hem niet alleen tutoyeert, maar ook geregeld om advies vraagt. Dit zegt ook veel over Zhu Rongji, want Merton Miller toont zich altijd en overal een gedreven apostel van het vrijemarktevangelie. TRENDS. Zijn de recente betogingen in China, naar aanleiding van het Navo-bombardement van de Chinese ambassade in Belgrado, niet een uiting van frustratie ten aanzien van de Amerikaanse macht in het algemeen? MERTON MILLER (UNIVERSITY OF CHICAGO). Mijn inschatting is dat de Chinese overheid die onlusten mee in gang heeft gestoken. Maar ze speelt met vuur, want er heerst veel onvrede in China. Voor nieuwe Tiananmen-achtige toestanden is echt niet veel nodig. En de Amerikaanse houding in de WTO-discussie draagt bij tot die onvrede. De gedachte tot concessies te worden gedwongen ligt heel moeilijk bij de trotse Chinezen. Maar eigenlijk is het een zeer ironische situatie: Charlene Barshefsky, de Amerikaanse toponderhandelaar, bewijst de Chinezen een enorme dienst door ze te verplichten maatregelen te nemen om het enorme handelsoverschot van China met de VS te verminderen. Wat bedoelt u? Is een groot handelsoverschot juist niet dé hoeksteen van het economisch beleid in China?Ja, en dat is onzin. De diepe crisis die landen als Japan en Zuid-Korea vandaag beleven, vloeit voort uit zo'n obsessie tot het realiseren van voortdurende handelsoverschotten. Het enige legitieme doelwit van een efficiënt economisch beleid is het maximaliseren van het consumentenbelang. Adam Smith formuleerde dat tweehonderd jaar geleden al zeer duidelijk en talloze beleidsexperimenten over de hele wereld hebben telkens opnieuw zijn gelijk aangetoond. Maar een land als Japan heeft zich toch enorm kunnen ontwikkelen door voortdurende handelsoverschotten met de VS en Europa?( met zware stemverheffing). Nee, nee, nee! Door het beperkend handelsbeleid van de Japanse overheid konden de Japanse consumenten - iedereen dus - veel sparen. En omdat in het buitenland een hoger rendement kon worden gehaald, vloeiden veel van die spaarcenten uit Japan weg. Dát is het mechanisme achter die Japanse handelsoverschotten. Ik hoop, en ik denk ook wel, dat de Chinese autoriteiten die blunder niet zullen overdoen. Ze zullen ervoor zorgen dat investeren in China aantrekkelijk blijft, zodat het buitenlands kapitaal nog meer zal toestromen. Onvermijdelijk slaat het handelsoverschot dan om in een deficit, zoals in de VS tijdens de 19de eeuw. Hoe ziet u die handelsonderhandelingen nu verder verlopen?Zowel de Amerikanen als de Chinezen onderhandelen te veel vanuit het standpunt van bepaalde binnenlandse producenten. Zo weegt de Amerikaanse textielindustrie - zowat een geriatrische patiënt - loodzwaar op de schouders van Clinton en Barshefsky. De Chinezen van hun kant vrezen - overigens ten onrechte - dat ze in de dienstensector nooit echt van de grond zullen komen als ze hun markt opengooien. Maar hoe dan ook, de VS moet dringend ophouden met die anti-dumpingnonsens tegenover China.Over de dienstensector gesproken: legt de belabberde toestand van het Chinese bankwezen geen zware hypotheek op de toekomst van het land?Zonder twijfel. Maar wij, in het Westen, gaan wel erg makkelijk voorbij aan het zeer gecompliceerd karakter van deze problematiek. De Chinese banken hebben bergen kredieten verleend aan bedrijven die veel meer zijn dan louter een onderneming. Een staalbedrijf bijvoorbeeld produceert niet alleen staal, maar is in de stad vaak medeverantwoordelijk voor de vuilnisophaling, het onderwijs, het straatonderhoud enzovoort. Uiteraard verzuipen die bedrijven in de verliezen, die ze dan moeten financieren via de banken.Echte ondernemingsactiviteiten moeten eerst strikt worden gescheiden van die nevenactiviteiten voordat men aan een structurele oplossing van de bankcrisis kan beginnen. Zhu Rongji doet erg zijn best, maar staat voor een kolossale opdracht. Eigenlijk komt het neer op een hervorming van het hele Chinese maatschappelijk bestel.Komt er nu een devaluatie van de Chinese munt?De eerstkomende maanden verwacht ik die zeker niet. China zou daarbij meer verliezen dan het kan winnen. Vergeet ook niet dat de jongste maanden de Zuidoost-Aziatische munten opnieuw in waarde zijn gestegen, waardoor China sowieso aan concurrentievermogen heeft gewonnen. Maar het belangrijkste gegeven in de discussie over een devaluatie blijft de evolutie van de Japanse yen. Zolang een dollar ongeveer 120 yen waard blijft, zal China niet raken aan de wisselkoers. Indien de dollarkoers zou dalen tot ergens in de buurt van 150 yen, then all bets are off. Slechts bij een dergelijke evolutie zie ik China devalueren. JOHAN VAN OVERTVELDT