Procederen tegen de fiscus kost tijd en geld. Ook al leveren de fiscale kamers van de rechtbank efficiënt werk, bij een gerechtelijke procedure ben je steeds vertrokken voor een rit van minimaal een jaar. Het pleidooi voor meer bemiddeling in fiscale zaken is dan ook gesteund op een aantal overduidelijke voordelen bij een onderhandelde oplossing. De vraag is echter of wat werkt buiten de fiscale wereld kan worden gekopieerd naar de fiscaliteit?
...

Procederen tegen de fiscus kost tijd en geld. Ook al leveren de fiscale kamers van de rechtbank efficiënt werk, bij een gerechtelijke procedure ben je steeds vertrokken voor een rit van minimaal een jaar. Het pleidooi voor meer bemiddeling in fiscale zaken is dan ook gesteund op een aantal overduidelijke voordelen bij een onderhandelde oplossing. De vraag is echter of wat werkt buiten de fiscale wereld kan worden gekopieerd naar de fiscaliteit? De Fiscale Bemiddelingsdienst bestaat meer dan tien jaar, maar de dienst kampt met conceptuele moeilijkheden, de inspanningen van de gemotiveerde ambtenaren ten spijt. Zo is de fiscale bemiddelaar nooit een onafhankelijke en neutrale derde. De dienst maakt deel uit van de federale overheidsdienst Financiën, wat de fiscale administratie zowel partij als bemiddelaar maakt. De collegiale band tussen de bemiddelaar en de fiscus als partij doet dan ook vragen rijzen bij de belastingplichtige. Ook het gebrek aan engagement bij de taxatiedienst om tot een bemiddelde oplossing te komen is een terugkerend probleem. De burger start de bemiddelingsaanvraag. De fiscus wordt opgeroepen om deel te nemen aan een bemiddeling, maar heeft al te vaak geen enkele incentive om tot een bemiddelde oplossing te komen in een dossier waar hij al uitgebreid standpunt in heeft genomen. Vaak resulteert dat voor de fiscale bemiddelaar en de burger in een processie van Echternach zonder resultaat. De problemen voor fiscale bemiddeling gaan echter verder dan de procedurele aspecten. Het is moeilijk om er in een fiscale bemiddeling voor te zorgen dat er meer op tafel komt te liggen dan het al dan niet betalen van de belasting die op dat moment het voorwerp van de discussie uitmaakt. De fiscus en de belastingplichtige hebben doorgaans geen andere belangen bij elkaar. Er zijn dus niet zoveel creatieve mogelijkheden om die partijen uit de welles-nietessituatie te helpen. Zo ontbreekt één van de hefbomen voor een bemiddelde oplossing. Een moeilijkheid voor bemiddeling zit ook in het DNA van het fiscaal recht. De fiscale wetgeving is van openbare orde, wat betekent dat zij het brede maatschappelijke belang beschermt en niet louter de belangen van de partijen. Het gevolg is dat een akkoord altijd in het wettelijke kader dient te passen én dat de administratie altijd het principieel standpunt dient te respecteren dat zij in alle gelijkaardige dossiers hanteert. Het karakter van openbare orde van de fiscale wet verhindert dat men afwijkt van een vaststaand standpunt voor één specifieke belastingplichtige. Het is een hindernis waar veel fiscale onderhandelingsgesprekken op spaak lopen. Het nut van fiscale bemiddeling wordt zo gereduceerd tot feitelijke betwistingen, zoals het bepalen van het beroepsmatige gebruik van een actief, van het percentage dat bepaalde personeelsleden aan onderzoek en ontwikkeling werken, enzovoort. Bij zulke bemiddelingen is de meerwaarde van een bemiddelaar dan weer relatief. Helaas is fiscale bemiddeling dus niet de magische oplossing voor fiscale geschillen. De basisprincipes van bemiddeling zijn daarentegen ook waardevol in geschillen met de fiscus. Uitgaan van respect voor elkaars belangen en de langetermijnrelatie van de betrokkenen kan veel procedureel leed vermijden. Ook wanneer het geschil alsnog voor de rechtbank is beland. Maar zolang de sterkste aan tafel zijn schouders ophaalt voor de economische en menselijke impact aan de overkant, blijven die basisprincipes een fata morgana. In dat opzicht verschilt de fiscale wereld dan weer niet van de gewone wereld.