Sereen blijven en grijnzen met de stijve bovenlip van de Engelse gentleman bij de raid van Suez op het resterende aandelenpakket van Electrabel is noodzakelijk en vervelend. Zelfs voor mensen die geen sikkepit vaderlandsliefde in hun lijf hebben, zoals de Belgen, is het - ondanks de routineuze aanroepingen van Europa dat schaalvergroting van de groten en schaalvermindering van de kleinen onvermijdelijk, ja zelfs gewenst en vooruitstrevend zou maken - een klap voor het eigen zelfbeeld, voor het aanzien van België en voor de serieuze jobkansen van de Vlamingen/Belgen in hun 'eigen' industrie. Wie slec...

Sereen blijven en grijnzen met de stijve bovenlip van de Engelse gentleman bij de raid van Suez op het resterende aandelenpakket van Electrabel is noodzakelijk en vervelend. Zelfs voor mensen die geen sikkepit vaderlandsliefde in hun lijf hebben, zoals de Belgen, is het - ondanks de routineuze aanroepingen van Europa dat schaalvergroting van de groten en schaalvermindering van de kleinen onvermijdelijk, ja zelfs gewenst en vooruitstrevend zou maken - een klap voor het eigen zelfbeeld, voor het aanzien van België en voor de serieuze jobkansen van de Vlamingen/Belgen in hun 'eigen' industrie. Wie slechts Assimil-Frans kent, zal zoals in de tijd van de Franstalige bazen en de Vlaamse knechten slecht scoren bij Electrabel, Suez, Axa en Dexia. Wie draagt de schuld voor dit zoveelste debacle? Is de generatie van Philippe Bodson onbekwaam? Hebben noch Bodson bij Tractebel, noch François Cornélis bij Petrofina, noch Fred Chaffart bij Generale Bank, noch Jean-Pierre Gérard bij Royale Belge gedaan wat zij moesten doen: managen met visie, met durf, met een toekomstplan? Is er iets in hun genetica, in hun opleiding, in hun ambitie dat belette om te opereren als de CEO's van grote ondernemingen in kleine landen als Denemarken, Zweden, Finland, Zwitserland? En zijn die manco's een illustratie van gebreken die alle Belgen delen op het economische schaakbord? Wie het curriculum vitae bekijkt van de geciteerde CEO's (zie het interview met Philippe Bodson, blz. 26) weet dat de knoop daar niet knelt. Bodson en zijn generatie telt managers die niet moeten onderdoen, integendeel, voor hun evenknieën van de buurlanden, de VS en Japan. De generatie-Bodson is kapotgemaakt door een constructiefout van ons holdingkapitalisme én door de desinteresse van de Wetstraat voor een vennootschapswetgeving die de constructiefout kon repareren. Onze particraten zijn als de Rattenvanger van Hamelen. Fiedelend lokken zij in verkiezingstijd de knaagdieren achter zich; maar zodra de diertjes geteld en de prijzen verdeeld, verliezen de rattenvangers de belangstelling voor een gezonde economie en gezonde bedrijven. Met een goede vennootschapswetgeving lok je geen ratten? Je lokt hen met sappige sociale wetten, pensioenen en eindeloopbaanregelingen. Wat diende er te veranderen in de vennootschapswetgeving? Veel vroeger hadden nieuwe evenwichten moeten worden opgelegd tussen de aandeelhouders, de raad van bestuur en het management. Het Belgische kapitalisme draaide tot het einde van de twintigste eeuw, voor de codes-Lippens en -Buysse orde op zaken kwamen stellen, op personaliteiten die hun edicten opdrongen. Gérard Mestrallet (Suez), Etienne Davignon (Generale Maatschappij) en Paul de Keersmaeker (onafhankelijk bestuurder bij Tractebel) liquideerden Philippe Bodson. Belangrijker dan de kaduke vennootschapswet en praktijk was de belangenafweging van de controlerende holdings. Bij een fusie konden zij hun controlepremie niet verzilveren. Een verkoop bracht wel het volle, onbelaste meerwaardegeld in de lade. Frans Crols