De auteur is kunstexpert en auteur van 'La cote de l'Art belge', een gids waarmee u zich een idee kunt vormen van de verkoopwaarde van 2500 Belgische kunstenaars. Verkrijgbaar in de boekhandel of bij de uitgever (Belgian Research Institute, tel. 02 642 92 66).
...

De auteur is kunstexpert en auteur van 'La cote de l'Art belge', een gids waarmee u zich een idee kunt vormen van de verkoopwaarde van 2500 Belgische kunstenaars. Verkrijgbaar in de boekhandel of bij de uitgever (Belgian Research Institute, tel. 02 642 92 66).Een kunstliefhebber koopt kunstwerken omdat hij die mooi vindt, omdat de werken mooi staan of hangen in hun huis, hem prestige verschaffen en - rekent hij in zijn achterhoofd - zo'n kunstwerk met de tijd flink in waarde kan stijgen. Maar is dat ook altijd het geval? Trends overloopt voor u de Belgische kunst. De werken van de landschapschilders uit de negentiende eeuw - Baron, Courtens, Boulenger en Vogels, De Schampeleer, Coosemans, Artan, Baseleer, Degreef, Bastien, Heymans, Huberti, Meyers en Dubois - zijn behoorlijk in waarde gedaald en het is weinig waarschijnlijk dat ze ooit weer de prijzen van weleer zullen halen. Voordat u een van hun werken aanschaft, moet u goed weten wat u koopt - te meer daar er van deze vroeger zeer gewaardeerde kunstenaars heel wat vervalste schilderijen op de markt te vinden zijn. Lamorinière, Bossuet en Fourmois zijn landschapschilders wier werken het meest in prijs zouden kunnen stijgen. Ook al zullen doeken van Xavier en César De Cock, waarachter invloedrijke galerieën staan, hun waarde ongetwijfeld nog een tijdje behouden, toch kan het commercieel beleid altijd onverhoeds veranderen. Ook bepaalde doeken van Isidore Verheyden zouden in waarde kunnen toenemen, op voorwaarde dat ze een paar kleurtoetsen hebben. Binnen de groep negentiende-eeuwse kunstenaars zijn de werken van de dierenschilders Ommeganck, Ronner-Knip (katten) en Eugène Verboeckhoven veel mooier en duurder dan die van die andere dierenschilder, Alfred Verwée, die nochtans de duurste Belgische kunstenaar van zijn tijd was. Dat geldt eveneens voor Victor Gilsoul, wiens grote landschappen vandaag weer in de smaak vallen bij het publiek, ook al worden er lang niet zulke hoge prijzen voor betaald als in de jaren 1920-1930. Van de grootste Belgische kunstenaar uit de negentiende en twintigste eeuw, James Ensor, zijn de topwerken - schilderijen uit de periode 1880-1890 - al een tijdje in handen van de grote musea. Met andere woorden: niet meer weggelegd voor de particulier. Wie nog iets van Ensor wil ophangen, zal zich moeten tevredenstellen met een ets, al neemt ook daarvoor de internationale belangstelling toe. Genretaferelen zijn opnieuw helemaal in, en sommige vertegenwoordigers daarvan zijn al heel erg duur (te duur?): Charles Baugniet, Basile de Loose, Alfred Stevens (tijdens zijn leven zeer gewild bij een welgestelde Amerikaanse cliëntèle), Carolus, Col, Coomans, De Braekeleer, De Jonghe, Gérard, Verhas. Van de negentiende-eeuwse kunstenaars kennen bloemenschilders een zo mogelijk nog groter succes. De prijzen van werken van onder meer Robie, Mortelmans, Capeinick, Damis (uiterst zeldzaam) en De Bièvre hebben de afgelopen tien jaar een hoge vlucht genomen. Alleen de doeken van de meest middelmatige schilders, zoals Bellis, scoren minder hoog... Ook de oriëntalisten zijn opnieuw in trek. De neo-impressionistische werken van Finch, Van de Velde, Lemmen, Van Rysselberghe en Morren zijn ronduit onbetaalbaar. Alleen enkele tekeningen in contépotlood zijn nog enigszins betaalbaar en die van Lemmen zijn de minst dure (omdat ze minder zeldzaam zijn). In december 2003 werd 'Lecture sous la lampe, Portrait de Julie et Mme Lemmen' (1891) voor 10.000 euro verkocht. Wees echter voorzichtig met de latere werken (na 1905) van deze kunstenaar die sterk wisselend van kwaliteit waren. Sinds 1987 zit de prijs van werken van onze impressionisten enorm in de lift, ook al behoren enkele uitspattingen, zoals die Emile Claus die voor bijna 1 miljoen euro werd verkocht, tot het verleden. Voor de in licht badende werken van Claus, De Weert, Boch, Léon De Smet en Huys zijn er legio gegadigden. Ook hier weer geldt dat u het kaf van het koren moet scheiden en slechts werken van grote kwaliteit moet aanschaffen - kunt u dat niet, dan bent u beter met een schilderij van hun navolgers Paul Leduc en Paul Ma- thieu. De landschappen van beiden gaan voor rond 8000 à 10.000 euro (60 x 80 cm) van de hand. De prijs voor een Evenepoel varieert behoorlijk, naargelang het om mooie kleine schilderijen (interieurs, landschappen, stillevens) gaat of om grote chromatische composities die hij in Parijs en Algerije schilderde. De eerstgenoemde mag u als goede investeringen beschouwen. De kunstenaar is bekend, de markt gezond en zijn productie uiterst beperkt. De belangrijkste Belgische vertegenwoordigers van de symbolistische stroming zijn Khnopff, Mellery, Degouve de Nuncques, Delville, Fabry en niet te vergeten Georges Lebrun, wiens werken zeldzaam zijn. De doeken van Khnopff zijn onbereikbaar voor de gewone stervelingen. De aquarellen van Spilliaert van vóór 1912 zijn vaak erg mooi, maar helaas zeer duur, zodat er veel valse in omloop zijn. De tekeningen in contépotlood van Mellery mogen dan al uiterst betaalbaar zijn, dat gaat zeker niet op voor de zeldzame pastels van Degouve de Nuncques. Bij het begin van de twintigste eeuw haalden de vertegenwoordigers van het Brabantse fauvisme de burgerlijke conventies van die tijd nog meer overhoop. Ook al zijn hun werken duur, zij pieken niet meer zo hoog als in de jaren negentig van de vorige eeuw. U kunt het beste kiezen voor de creatieve jaren van kunstenaars waarvoor Giroux zich als beschermheer opwierp vanaf het moment dat hij zijn naamgevende galerie opende ( Schirren, Wouters, Brusselmans, Ramah, Albert, De Kat, Cockx, Paerels enzovoort). Een oordeelkundige liefhebber zal rekening houden met het favoriete onderwerp van elke kunstenaar en bijvoorbeeld een fauvistisch landschap van Paerels verkiezen boven zijn saaie bloempotten voor een raam of een spiegel. Ook al zijn de fauvistische werken van Jos Albert veel duurder dan die uit zijn intimistische periode, toch lijken die laatste meer en meer aftrek te vinden bij verzamelaars. De veel te zeldzame schilderijen van Vanden Eeckhout, althans degene van vóór 1920, zijn (bijna) onbetaalbaar, in tegenstelling tot zijn werken van na 1920 die vaak helemaal niet zo interessant zijn en vrijwel altijd te duur. Hun navolgers hebben hier en daar een werk van goede kwaliteit nagelaten. Enkele zeldzame doeken van Apol, Van Zevenberghe, Ottmann, Creten-Georges en Counhaye kunnen zo zelfs in de smaak vallen bij veeleisende verzamelaars - nogmaals, u kunt zich beter ver houden van hun courante werken, die nauwelijks interessant zijn en een onzekere commerciële toekomst beschoren zijn. Louis Thévenet en Edgard Tytgat hebben allebei bittere ellende gekend en werken nagelaten die tegelijkertijd pakkend en heel verwant zijn in hun eenvoudige beeldvorming. De prijs van de eerste ligt rond de 10.000 euro, die van de tweede schommelt tussen 15.000 en 30.000 euro. Op voorwaarde dat u onderscheidingsvermogen hebt, kunt u een aanschaf in alle kalmte overwegen. Een oordeelkundige liefhebber zal een doek van Hippolyte Daeye evenmin versmaden en meer in het bijzonder een van de werken die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in Engeland schilderde, ook al gaan die al voor rond 20.000 euro van de hand. Omdat de erotische tekeningen van Rops zeer duur zijn, kan de liefhebber van sensuele vrouwen zich beter richten op de werken van de Luikenaar Rassenfosse. De bekendheid van die laatste reikt evenwel niet verder dan onze grenzen, en dat geldt ook voor Walter Sauer, wiens voorstellingen van vrouwen vaak wat zoetelijk zijn. Onder normale marktomstandigheden (zonder fictieve opbiedingen) is het weinig waarschijnlijk dat ze meer opbrengen dan 6000 à 8000 euro. Van de sterren in het mooie Luikse land zijn de landschappen van Heintz te verkiezen boven die van Barthélemy en Raty. De afgelopen jaren was er grote vraag naar de werken van de twee laatste kunstenaars, en die zal beslist afnemen. Wurth en Wolff zijn twee mooie landschapschilders die heel betaalbaar zijn (tussen 500 en 1000 euro). Bij de Luikse schilders gaat onze voorkeur uit naar de verfijnde landschappen van Donnay en vooral naar de doeken van Scauflaire. De belangrijke werken van de vertegenwoordigers van de eerste golf van de abstracte kunststroming, zoals Donas, Flouquet, Van Tongerloo, Lacasse, Servranckx en Peeters, zijn gewoonweg niet meer te vinden. Een oplettende investeerder zal alleen werken van rond 1920 kopen. De grootste vertegenwoordigers van het Vlaamse expressionisme ( De Saedeleer, Gustave De Smet, Frits Van Den Berghe, Permeke, Van de Woestyne) waren aan de oevers van de Leie in Sint-Martens-Latem te vinden. Hun werken zijn vandaag klassiekers en niet meer te betalen. Daarentegen kunt u voor een redelijke prijs de hand leggen op een mooi werk van De Sutter, De Troyer, Malfait, Slabbinck, Vanderlick en Saverys. De werken van Henri Wolvens en, in mindere mate, Albert Van Dyck zijn eveneens interessant. Liefhebbers van het surrealisme zouden, ook al is het werk van Magritte en Delvaux niet langer haalbaar, in plaats van genoegen te nemen met een van de werken uit hun jonge jaren - die van Magritte zijn zeldzaam en die van Delvaux oninteressant - eerder belangstelling moeten tonen voor de schilderijen van Rachel Baes, Jane Graverol, Armand Simon, Marc Eemans en Maxime Van De Woestyne. Om werken van Delmotte en Delporte kunt u beter met een grote boog heen gaan. Er zijn ook enkele volgelingen van de naïeve schilderkunst op de markt te vinden, zoals Becker, Boyadjian, Cocq en Frey. Ook al zijn het leuke werken, toch gaan ze niet voor hogere prijzen dan 1000 à 2000 euro van de hand. Veel plezier voor weinig geld dus. De werken van de leden van La Jeune Peinture belge (de Jonge Belgische Schilderkunst) en de abstracte schilder- stroming van de jaren vijftig van de vorige eeuw - Ber- trand, Van Lint, Bonnet, Mendelson, Delahaut, Mortier, Van Anderlecht - zijn momenteel nog steeds betaalbaar. Toch zit het er dik in dat de prijzen zullen stijgen. Dat is al het geval met Van Lint. De werken van Bram Bogart lijken opnieuw in de smaak te vallen bij een aantal verzamelaars, maar wel voor lagere prijzen dan aan het einde van de jaren tachtig. De werken van Michaux en Ubac worden voornamelijk in Parijs verkocht. We hoeven dus niet uit te weiden over de prijzen: die rijzen de pan uit. In de hedendaagse kunst heeft de liefhebber keuze te over uit gevestigde waarden als Broodthaers, Panamarenko, Raveel, Folon en Bury, en minder breed in de media uitgemeten kunstenaars (ook al maken ze net zo goed deel uit van de geschiedenis van de Belgische kunst) als Lennep en Charlier. Bij de jonge generatie zijn de werken van Luc Tuymans (1958) nu al onbereikbaar, terwijl die van Jan Fabre (1958) een overrompelde aandacht van de media genieten. Olivier BertrandOp de Belgische markt zijn er ook werken van talentvolle kunstenaars te vinden die niet veel meer kosten dan een paar duizend euro.