Het bovenstaande is geen voorspelling, wel een denkexperiment. Zo'n overeenkomst wordt alleen mogelijk gemaakt omdat de alternatieven ijzingwekkend zijn. Zonder toenadering zal het explosieve mengsel van Iraanse technologie en Amerikaanse politiek, van 2008 het gevaarlijkste jaar maken in dertig jaar van confrontatie.
...

Het bovenstaande is geen voorspelling, wel een denkexperiment. Zo'n overeenkomst wordt alleen mogelijk gemaakt omdat de alternatieven ijzingwekkend zijn. Zonder toenadering zal het explosieve mengsel van Iraanse technologie en Amerikaanse politiek, van 2008 het gevaarlijkste jaar maken in dertig jaar van confrontatie. Iran staat dicht bij het punt uranium te kunnen verrijken om een atoombom te vervaardigen. De meeste analisten zeggen wel dat het tot 2010 zal duren vooraleer Iran een bruikbaar wapen kan bouwen, maar in 2008 zou het misschien de kunst van de verrijking onder de knie kunnen krijgen en zo een technologische punt bereiken waarna er geen weg terug is. George Bush is Iran gaan bekijken als de belangrijkste bewerker van de Amerikaanse ellende in Irak. Hij begint echter stilaan tijd te kort te komen om nog een aanval op de Iraanse nucleaire installaties te bevelen. Het komende jaar vormt immers zijn laatste kans om zijn presidentschap te beëindigen met een militaire knal. Een aanvaring tussen Iran en Amerika kan enkel voorkomen worden als ze allebei besluiten om een zwenking te maken. Maar de Iraanse leiders zijn er waarschijnlijk van overtuigd dat het precies het voortbestaan van hun theocratisch regime is dat op het spel staat. Economische tekortkomingen hebben de binnenlandse steun voor de moellahs ondergraven, maar president Mahmoud Ahmadinejads nucleaire opstandigheid tegen Amerika is wél populair. Daarom zullen zelfs de gematigden misschien geen gas willen terugnemen. De regering-Bush is intussen van mening dat Amerika met Iran strijdt om het overwicht, niet alleen in Irak en de olierijke Perzische Golf, maar ook in het Midden-Oosten in zijn geheel. Kortom, geen van beide zijden lijkt bereid om ook maar een duimbreed te wijken. Maar wat als ze het op een akkoordje kunnen gooien zonder gezichtsverlies te lijden? De voorbije jaren hebben de oude vijanden meermaals blijk gegeven van hun bereidheid om te spreken. In 2003 beloofden de Iraniërs (via de Zwitsers) dat, als Amerika bereid was om te praten, Iran bereid was om zich flexibel op te stellen, niet alleen over de nucleaire kwestie, maar ook over de de facto-erkenning van Israël. In ruil wou Iran dat Amerika een einde zou maken aan de sancties, op zou houden met te dreigen met een 'verandering van regime' en de legitieme regionale veiligheidsbelangen zou erkennen. Op dat ogenblik voelden de Amerikanen zich na de omverwerping van Saddam Hoessein zo machtig, dat ze het aanbod negeerden. In 2006 bleek Amerika meegaander. Het beloofde niet alleen mee te helpen aan de politieke en economische beloningen die Europa Iran had aangeboden in ruil voor het stopzetten van de uraniumverrijking, maar ook om, eens Iran gestopt is, rechtstreeks gesprekken aan te knopen over alle onderwerpen die de relaties tussen de twee landen zo lang bedorven hebben. Waarom hebben de Iraniërs dat laatste aanbod afgewezen? Misschien omdat het nu hun beurt is om zich sterk te voelen. Of misschien weerspiegelt de Iraanse onverzettelijkheid de conservatieve ommezwaai in het binnenlands beleid sinds de verkiezing van Ahmadinejad. Maar dat beide landen hun voelhorens uitgestoken hebben, lijkt aan te tonen dat ze zeker gemeenschappelijke belangen erkennen. Dit zijn er alvast drie: allebei steunen ze een verenigd Irak onder de huidige door de sjiieten geleide regering; geen van beide wenst een terugkeer van de Taliban in Afghanistan; en voor allebei is het van levensbelang dat de olie uit de Golf vrij naar de wereldmarkten kan vloeien. Als Amerika en Iran samen aan tafel gaan zitten, dan zullen ze al snel op de twee heikeler kwesties stoten: de Iraanse nucleaire ambities en Israël. Maar ook die plooien kunnen gladgestreken worden. Iran zegt immers de hele tijd dat het nucleaire technologie wil, geen atoomwapen. De onderhandelaars hebben dus wat manoeuvreerruimte. En wat Israël betreft: zelfs onder de moellahs heeft Iran zich tot voor kort ertoe beperkt om het 'zionistisch regime' aan te klagen, zonder er evenwel actie tegen te ondernemen. Soms werkte het er zelfs mee samen (Iran kocht tijdens zijn oorlog met Irak wapens van Israël). Wie weet tot wat Iran in het raam van een of andere Perzische versie van Nixons Chinareis bereid is, iets dat kan leiden tot een voornaam akkoord met Amerika? In 2008 zal het op zijn minst verstandig zijn om dat aan de weet te komen. DE AUTEUR IS BUITENLANDREDACTEUR VAN THE ECONOMIST.y Door Peter David