Het principe van de investeringsaftrek is eenvoudig: wanneer een onderneming nieuwe beroepsactiva koopt, kan ze - naast de gebruikelijke afschrijvingen van die activa - een percentage van de aankoopprijs aftrekken van haar winst. Voor een eenmalige investeringsaftrek is dat normaal 3,5 % van de aanschaffingswaarde voor zelfstandigen (natuurlijke personen) en 3 % van de aanschaffingswaarde voor KMO-vennootschappen. Er kan ook gekozen worden voor een gespreide investeringsaftrek. De aftrek wordt dan niet toegepast op de aanschaffingswaarde van de investering, maar op het jaarlijkse bedrag van iedere afschrijving. Het percentage van de gespreide aftrek bedraagt 10,5 %.
...

Het principe van de investeringsaftrek is eenvoudig: wanneer een onderneming nieuwe beroepsactiva koopt, kan ze - naast de gebruikelijke afschrijvingen van die activa - een percentage van de aankoopprijs aftrekken van haar winst. Voor een eenmalige investeringsaftrek is dat normaal 3,5 % van de aanschaffingswaarde voor zelfstandigen (natuurlijke personen) en 3 % van de aanschaffingswaarde voor KMO-vennootschappen. Er kan ook gekozen worden voor een gespreide investeringsaftrek. De aftrek wordt dan niet toegepast op de aanschaffingswaarde van de investering, maar op het jaarlijkse bedrag van iedere afschrijving. Het percentage van de gespreide aftrek bedraagt 10,5 %. Een voorbeeld: een zelfstandige (natuurlijk persoon) schrijft zijn handelspand (nieuwbouw) af over 33 jaar. De afschrijvingsbasis bedraagt 400.000 euro. Kiest hij voor de eenmalige investeringsaftrek, dan kan hij bijkomend een bedrag van 14.000 euro (3,5 % van 400.000) aftrekken van zijn belastbare winst. Opteert hij voor de gespreide investeringsaftrek, dan geniet hij gedurende 33 jaar jaarlijks een extra aftrek van 1260 euro (in totaal 41.580 euro). De eenmalige aftrek resulteert in een belastingbesparing van mogelijk 7500 euro, de gespreide in een besparing van 22.250 euro, over de 33 jaar. De investeringsaftrek is een beproefd instrument om het uitgavenpatroon van ondernemingen te beïnvloeden. Dat bleek nog maar eens toen in 2003, als fiscaal wapen tegen ramkraken, de investeringen in beveiliging werden opgenomen in de selecte groep van investeringen die recht geven op een verhoogde investeringsaftrek. Eén van de voorwaarden voor de toepassing van de investeringsaftrek is dat het actiefbestanddeel waarvoor de aftrek wordt gevraagd, alleen voor beroepsdoeleinden wordt aangewend. De fiscale wet sluit immers de aftrek uit voor 'activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt. ' Moet de investeringsaftrek dan geweigerd of beperkt worden bij gemengd gebruikte activa (deels privé en deels beroepshalve)? Activa of goederen die niet uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden aangewend, zijn uitgesloten van de investeringsaftrek, ongeacht het percentage beroepsgebruik, lezen we in de richtlijnen van de belastingadministratie. Een pc die men gedeeltelijk ook privé gebruikt, komt dus niet in aanmerking voor de investeringsaftrek. Maar wat betekent het begrip activa? Vormt een gebouw één actiefbestanddeel of bestaat het uit verschillende actiefbestanddelen, de verschillende lokalen? Tot voor enkele weken stelde de belastingadministratie nog dat de bestemming van een onroerend goed perkadastraalperceel moet worden beoordeeld. Belastingplichtigen die gebouwen gedeeltelijk gebruiken als handels- of kantoorruimte en voor de rest als woning, konden het vergeten. Vele belastingplichtigen zitten in die situatie, zoals handelaars die boven hun winkel wonen, verzekeringsmakelaars die thuis cliënten ontvangen, en artsen, advocaten en notarissen die hun praktijk of kantoor in hun woning onderbrengen. Sinds midden jaren negentig kloppen vooral artsen aan bij de rechtbank om gebruik te kunnen maken van de investeringsaftrek. Het hof van beroep in Antwerpen zag er als eerste geen graten in om de investeringsaftrek ook toe te passen op gemengd gebruikte gebouwen. Lokalen die uitsluitend beroepsmatig worden gebruikt, geven ook recht op de aftrek. Eind 2001 waren de arresten pro investeringsaftrek al zo talrijk, dat ze konden worden bestempeld als vaste rechtspraak. Met de invoering in 2003 van de verhoogde investeringsaftrek voor investeringen in beveiliging, gebruikte de wetgever zelf de term beroepslokalen. Zo erkende hij impliciet een lokaal als afzonderlijk actiefbestanddeel, waarvoor de investeringsaftrek kon gelden. Het werd immers al gauw duidelijk - en is inmiddels ook door de minister van Financiën bevestigd - dat handelaars die boven hun winkelruimte wonen de investeringsaftrek voor beveiliging van hun winkel kunnen genieten. Nu is het ook officieel. De belastingadministratie beoordeelt het exclusieve beroepsgebruik niet langer per gebouw. In een omzendbrief (19 januari 2004) stelt de fiscus dat de investeringsaftrek voor gemengd gebruikte gebouwen mag worden toegepast met betrekking tot de lokalen of ruimten die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. Wel is vereist dat die lokalen of ruimten afgescheiden zijn van de privé-lokalen of -ruimten: een afgescheiden winkel- of kantoorruimte. Een gemengd gebruikte ruimte, bijvoorbeeld een woonkamer waarin een bureau is ondergebracht, blijft wel nog verstoken van de investeringsaftrek. Het nieuwe administratieve standpunt is onmiddellijk van toepassing, ook voor de hangende geschillen. Werd de gespreide investeringsaftrek aanvankelijk geweigerd, dan moet die voor de resterende afschrijvingstermijn worden aanvaard. Jef WellensLokalen die uitsluitend beroepsmatig worden gebruikt, geven nu ook recht op de investeringsaftrek.