Op het eerste Nationale Belastingdebat - een intitiatief van het belastingadviesbureau Tiberghien - lanceerde minister van Financiën Didier Reynders ( MR) het begrip 'notionele intrest'. Met een notionele intrest krijgt een ondernemer die het eigen vermogen gebruikt om zijn investering te financieren, de fiscale aftrek van een fictieve intrest. Zo wil Reynders de huidige discriminatie met het vreemde vermogen wegwerken. Nu kun je alleen je belastbare basis verminderen met de intrest van leningen bij banken. Wie met eigen ve...

Op het eerste Nationale Belastingdebat - een intitiatief van het belastingadviesbureau Tiberghien - lanceerde minister van Financiën Didier Reynders ( MR) het begrip 'notionele intrest'. Met een notionele intrest krijgt een ondernemer die het eigen vermogen gebruikt om zijn investering te financieren, de fiscale aftrek van een fictieve intrest. Zo wil Reynders de huidige discriminatie met het vreemde vermogen wegwerken. Nu kun je alleen je belastbare basis verminderen met de intrest van leningen bij banken. Wie met eigen vermogen financiert, geniet dat voordeel niet. Daar zal dus binnenkort verandering in komen. Naar verluidt heeft de minister al de informele goedkeuring van alle regeringspartijen. Het voorstel, dat in werkgeverskringen ontstond, wordt nu in een wetsontwerp gegoten. Theoretisch zijn de kosten van eigen middelen (risicokapitaal) gelijk aan de som van de kosten voor een risicovrije langetermijnfinanciering (zoals de rente van staatsobligaties op tien jaar), plus een risicopremie voor de belegger. Dat komt vandaag neer op 4,75 % + 4 % = 8,25 %. Op basis van het huidige voorstel zou een onderneming met een eigen vermogen van 100.000 euro dus 8250 euro van haar belastbare winst mogen aftrekken. Dat fiscale voordeel kan van het ene naar het andere boekjaar worden overgedragen. Een bedrijf kan dan ofwel 8250 euro reserveren voor verdere investeringen of het bedrag aan zijn aandeelhouders uitkeren, zonder er vennootschapsbelasting op te betalen. Als een onderneming voor een dividenduitkering kiest, wordt de inbrenger van het risicokapitaal (de aandeelhouder) voor het aftrekbare bedrag fiscaal op dezelfde voet behandeld als de geldschieter (bank of obligatiehouder). Maar op een uitgekeerd dividend moet hij natuurlijk nog wel roerende voorheffing betalen. Reynders raamt de budgettaire weerslag van dit voorstel op 1,1 miljard euro. Maar de maatregel zou ook 5000 nieuwe arbeidsplaatsen opleveren en daarom rekent de minister van Financiën op een terugverdieneffect van 515 miljoen euro. Om deze budgettaire kosten draaglijk te maken, wil de minister de maatregel stapsgewijs invoeren. Vanaf 2004 zouden KMO's in aanmerking komen en later ook de andere ondernemingen. Die zouden bijvoorbeeld al in 2005 voor 50 % van het voordeel kunnen genieten en voor 100 % vanaf 2006. Ook denkt Reynders antimisbruikbepalingen aan de maatregel te koppelen om de dubbele aftrek via holdingstructuren of vennootschappen zonder economische substantie te vermijden. Het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) reageert enthousiast op het voorstel. KMO's en kapitaalintensieve ondernemingen zullen makkelijker kapitalen kunnen verzamelen om hun operationele activiteiten verder te ontwikkelen. Tegelijk vragen de werkgevers om bijkomende discriminaties te schrappen, zoals de heffing van 0,5 % op de inbreng van eigen middelen in het maatschappelijk kapitaal. Werner Niemegeers Eric Pompen