C hristian Leysen van Ahlers stopt geld in ExtraCity, een nieuwsoortig kunstenbedrijf voor avant-gardistische creaties aan het Kattendijkdok in Antwerpen (zie blz. 53). Is het toeval dat Ahlers een florissante, internationale en open onderneming is?
...

C hristian Leysen van Ahlers stopt geld in ExtraCity, een nieuwsoortig kunstenbedrijf voor avant-gardistische creaties aan het Kattendijkdok in Antwerpen (zie blz. 53). Is het toeval dat Ahlers een florissante, internationale en open onderneming is? Fernand Huts, Piet Van Waeyenberge, wijlen dr. Paul Janssen verzamelen/verzamelden kunst en artiesten. Huts heeft een kunstenhuis in zijn hoofdkantoor, Van Waeyenberge organiseert muziekavonden, redde Flagey en koopt schilderijen, dr. Janssen bezat een kelder met pre-Colombiaanse schatten en de Magrittes hingen in zijn villa tot op het wc. Katoennatie van Huts, De Eik van Van Waeyenberge en Janssen Pharmaceutica van Janssen zijn dynamische, durvende wereldbedrijven. Is dat toeval? Ontbreekt de band tussen hun voorhoedesmaak en de bedrijfsresultaten? Katoennatie, De Eik, Janssen Pharmaceutica en Ahlers breken met de sleur, het tamme tot bange van te veel Belgische ondernemingen. Investeren in verf, geluid, beweging, vuur is geen waarborg voor zakelijk succes; het is wel een peilstok in het lef van de baas. Verzamelaars kijken anders en verder. Zeventien jaar geleden waren de koersopstoten van het aandeel Generale Maatschappij van België (GMB) aan de gang. Carlo De Benedetti, zoals andere internationale financiers, wist dat de zogenaamde grootste en sterkste groep van België, met een kwart tot een derde van de economische macht in handen, op de klassieke lemen voeten liep. Waarom? De top van GMB zat vol techneuten, technologen en pennenlikkers. Een man van vlees en bloed was daar schaars. De ambtenaarlijke verschijningen waren bovendien decennialang gerekruteerd bij de Franstalige universiteit van Leuven; heel Vlaanderen vond GMB een lachwekkend Frans machien en de socialisten en vrijzinnigen verweten de holding een tsjevenkapel te zijn. Gevolg: door de inteelt, de braafheid en het gebrek aan wortels in alle Belgische milieus kantelde het conglomeraat op enkele maanden tot een uitdragerij van mooie brokken voor de concerns van de buurlanden. Geschiedkundigen die de schande van de Generale Maatschappij bestuderen, weten dat het volslagen gebrek aan verjonging, doorzichtigheid, nederigheid en creativiteit de houdstermaatschappij doodde. Was dat een acute situatie in 1987? Neen, het hoogtepunt van het Belgische ondernemen viel in de belle époque, met uitlopers naar de jaren twintig. Sofina van Dannie Heineman was op dat ogenblik de tweede macht ter wereld in de elektriciteitssector naast het Amerikaanse General Electric. Van op dat zenit is de uitmuntendheid van het Belgische establishment achteruitgegaan tot de pralines van l'Ingegnere in 1987-1988. Ahlers lanceert in ExtraCity, een havenloods met indrukwekkende silo, de nieuwe bedrijfsleuze: Art is a passion. Customer Service an Art. Kan de obsessie voor kunst transformeren in een betere bedrijfsvoering? Het antwoord is niet "zeker". "Misschien" is beter, maar wie volledig stom en doof is voor het artistieke, is waarschijnlijk een duffe patron, die zoals die van La Vieille Dame verrast zal opkijken als ooit een Turkse De Benedetti aan zijn voordeur verschijnt met honinggebak. Kunstenaars zijn subversieve, wereldvreemde geesten en zakenlui zijn alleen maar in poen en grafiekjes geïnteresseerd. Aldus het cliché. De close combat tussen managementmaniërisme en de scheppingsrazernij van kunstenaars vernietigt het status-quo. Ondernemen is creatieve destructie. Frans Crols