De sector van de alternatieve energie heeft al verschillende golven van opwinding en teleurstelling meegemaakt. Windturbinebedrijven beleefden bijvoorbeeld in 2000 en 2004 al een minicrisis. De Impaxindex van milieuaandelen bereikte een hoogtepunt in 2000 en staat nu op ongeveer de helft daarvan gequoteerd. Intussen blijven er ernstige vragen rijzen over de mate waarin delen van de sector afhankelijk zijn van overheidsubsidies.
...

De sector van de alternatieve energie heeft al verschillende golven van opwinding en teleurstelling meegemaakt. Windturbinebedrijven beleefden bijvoorbeeld in 2000 en 2004 al een minicrisis. De Impaxindex van milieuaandelen bereikte een hoogtepunt in 2000 en staat nu op ongeveer de helft daarvan gequoteerd. Intussen blijven er ernstige vragen rijzen over de mate waarin delen van de sector afhankelijk zijn van overheidsubsidies. Niettemin zijn de voorwaarden gunstig voor een nieuwe boomperiode op het gebied van alternatieve energie. De klimaatverandering blijft de krantenkoppen halen. Zelfs sceptische regeringen, zoals die van George Bush, interesseren zich voor het onderwerp. Door de hoge olie- en gasprijzen zien de alternatieven er nu economisch leefbaarder uit. En de sector is zo divers dat, zelfs al mocht een van de technologieën tegenvallen, andere het makkelijk kunnen overnemen. De sector kan opgedeeld worden in zes segmenten: windkracht, zonne-energie, biobrandstoffen, de verhandeling van emissierechten, blue sky (de ontwikkeling van technologieën zoals brandstofcellen) en energie-efficiëntie. In 2006 waren de biobrandstoffen je van het dankzij de hoge olieprijzen, waardoor ethanol een aantrekkelijk alternatief scheen te worden voor benzine. President Bush klopte het allemaal nog wat op door het in zijn State of the Union te hebben over de Amerikaanse "verslaving aan olie". Dat veroorzaakte een golf van investeringen in ethanolfabrieken, en de suikerprijs (de basis voor de ethanolproductie van Brazilië) schoot omhoog. Maar die ethanolbel werd al gauw doorgeprikt toen de olieprijzen opnieuw begonnen te dalen en de investeerders gingen beseffen dat de toegangsdrempel tot de sector vrij laag was. De belangstelling van de beleggers keerde zich naar de ondernemingen die de enzymen produceren die plantaardig materiaal afbreken en omvormen tot brandstof. De windkrachtmarkt is op dit ogenblik waarschijnlijk het meest ontwikkeld. Drie van de vier grootste milieubedrijven volgens marktwaarde (het Indiase Suzlon, het Spaanse Gamesa en het Deense Vestas) zijn windenergiegroepen, stelt Impax. Volgens Bruce Jenkyn-Jones, directeur investeringen bij Impax, zouden de fabrikanten van turbines in 2007 moeten gedijen: 28 verschillende landen voeren hun windenergiecapaciteit op, wat betekent dat de turbines tot in 2008 uitverkocht zijn en dat de fabrikanten dus gerust prijsverhogingen kunnen doorvoeren. In de sector van de zonne-energie maakte het tekort aan silicium de productie van panelen erg duur. Uiteindelijk zal de dunnefilmtechnologie misschien een goedkoper vervangmiddel bieden, maar we zijn nog verschillende jaren verwijderd van de productie daarvan. Toch kunnen er andere zonnemogelijkheden zijn. Stephen Mahon van het Low Carbon Initiative, dat onlangs een milieufonds van 82,5 miljoen dollar opstartte, zegt dat de groep investeert in Heliodynamics, een onderneming die gebruikmaakt van spiegels om de zonnestralen te bundelen en op die manier het volume opgewekte energie te verhogen. Het enthousiasme van de investeerders voor blue sky-projecten zoals brandstofcellen is eerder bescheiden, omdat die producten geen onmiddellijke milieu-impact sorteren, noch onmiddellijk winst zullen opleveren. Maar Jenkyn-Jones zegt dat ze niet zomaar afgeschreven mogen worden. De heilige graal van de brandstofcellen voor auto's is misschien nog ver verwijderd van massaproductie, maar ze worden toch al gebruikt in laptops en vorkheftrucks. Het meest controversiële gebied is dat van de koolstofkredieten, waardoor energieproducenten verplicht worden vergunningen te kopen om broeikasgassen te mogen uitstoten. In 2006 werd het systeem van emissierechten in de Europese Unie lamgelegd door de overtoewijzing van vergunningen door lidstaten, waardoor de prijs met twee derde inzakte. Maar James Cameron, de oprichter van Climate Change Capital, is optimistisch. Hij heeft zopas 830 miljoen dollar bijeengebracht in een fonds om te investeren in de handel in emissierechten en zegt dat het "de beste kans is die we hebben om grote hoeveelheden broeikasgassen naar beneden te halen tegen een relatief lage kostprijs". De omvang van Camerons fonds wijst erop dat er een heleboel geld zal geïnvesteerd worden in dat segment. De auteur is redacteur kapitaalmarkten van The Economist.Philip Coggan