"Voor een Belgisch anglofiel is dit een droom," sprak Paul Buysse, amper vier uur nadat hij zijn nieuwe job als topman van Vickers had aangevat. En hij had het dan niet over zijn benoeming tot "chief executive" van de makers van de Challenger-tank, de Cosworth-motoren en - voorlopig althans - de motoren van Rolls-Royce. Nee, hij wees met de vinger naar het panorama vanaf de 29ste verdieping van de Millbank Tower: een indrukwekkend uitzicht over het paleis van Westminster, de City en het kantoorblok van de inlichtingendienst MI5, dat hij enthousiast omschrijft als een gebouw dat perfect geschikt is voor zijn doel: compact, discreet en efficiënt."
...

"Voor een Belgisch anglofiel is dit een droom," sprak Paul Buysse, amper vier uur nadat hij zijn nieuwe job als topman van Vickers had aangevat. En hij had het dan niet over zijn benoeming tot "chief executive" van de makers van de Challenger-tank, de Cosworth-motoren en - voorlopig althans - de motoren van Rolls-Royce. Nee, hij wees met de vinger naar het panorama vanaf de 29ste verdieping van de Millbank Tower: een indrukwekkend uitzicht over het paleis van Westminster, de City en het kantoorblok van de inlichtingendienst MI5, dat hij enthousiast omschrijft als een gebouw dat perfect geschikt is voor zijn doel: compact, discreet en efficiënt." Zelf is de 55-jarige, zwierige Buysse nauwelijks compact noch bepaald discreet. Maar zijn intrede bij Vickers verliep alvast efficiënt. Zijn nieuw kantoor was leeg, op een grote doos met plannen en budgetten na, en hij had net een aantal vergaderingen met de afdelingsdirecteurs achter de rug. "Ik ben nu een expert op het vlak van defensie en scheepsaandrijving," lacht hij. "Ik ben hier nu drie uur en twintig minuten." Zijn aanstelling tot opvolger van Sir Colin Chandler, de voorzitter van Vickers, heeft velen verrast. Voordien had hij enkel de krantenkoppen gehaald met zijn vertrek bij BTR en de vergoeding van 1,14 miljoen pond die daaraan vastzat. Hij komt nu bij Vickers op een ogenblik dat de onderneming poogt een ingewikkelde veiling voor zijn Rolls-Roycemotoren te organiseren en moet een antwoord vinden op vragen over het nut om zo diverse zaken als motoren en scheepsaandrijving samen te houden onder één dak. Buysse, die sinds 1994 de mechanische-aandrijvingsdivisie van BTR leidde, zegt dat hij aangetrokken werd door Vickers omdat "de naam van de onderneming en het bedrijfsimago er zo sterk staan." Details over zijn plannen wil hij niet kwijt, omdat hij nog geen plannen heeft. Maar aandeelhouders die hopen op een opsplitsing van het imperium of een rigoureus financieel beleid, zouden wel eens een ontgoocheling kunnen oplopen. "Ik ben er om ondernemingen aan het groeien te brengen. Ik gruwel van personeelsinkrimpingen. Het leven moet prettig zijn en een inkrimpend bedrijf is niet prettig."Buysse wil zoveel mogelijk tijd buiten kantoor doorbrengen. Het team van afdelingsdirecteurs dat BTR in 1991 samenbracht, "moet in de fabrieken rondlopen en met mensen praten - we kunnen geen onderneming leiden op basis van steekkaarten, grafieken of spreadsheets." En hij voegt eraan toe: "Alles bij elkaar vormden we een heel pak passie."Dat soort opmerkingen levert al een eerste hint op over de redenen van het mysterieuze "voortijdige vertrek" van Buysse bij BTR in januari. Had hij gewoon geruzied met Ian Strachan, de elegante cijferkauwer die BTR's directeur-generaal werd twee jaar voor Buysses vertrek? Hij wil de vermoedens van de analisten niet bevestigen, maar zegt wel dat zijn tijd bij BTR de tien mooiste jaren van zijn leven waren - tot voor een paar maanden. En hij voegt eraan toe: "Het gebeurt nu eenmaal dat je soms andere inzichten hebt." Terwijl Strachan het heeft over het "nieuwe" en het "oude BTR" en nu Buysses mentor, Bob Faircloth, op het punt staat ontslag te nemen uit de raad van bestuur van BTR, is het makkelijk om te veronderstellen dat het gezicht van Buysse niet meer in het geheel paste. Toch beklemtoont hij dat er geen animositeit bestond. Hij laat intussen uitschijnen dat het waarschijnlijk makkelijker zal zijn om de leiding te delen met Sir Colin Chandler. "Dat was mijn grootste bekommernis tijdens de lange discussies die ik met hem voerde, maar het klikte meteen tussen ons beiden." Buysse zegt dat er maar één man de onderneming kan leiden, maar hij hoopt dat ze elkaar zullen aanvullen. "Ik ben geen defensiespecialist, maar ik weet wel hoe ik een engineeringbedrijf moet leiden."Vorig jaar bedroeg de omzet van Vickers 1,2 miljard pond, Rolls-Royce Motors inbegrepen. Vickers-bestuurder Jeffrey Herbert zegt dat de grotere internationale ervaring van Buysse wel eens van pas kan komen. Herbert: "Wat je met Paul binnenkrijgt, is een professionele industriële manager. Hij heeft een sterke operationele achtergrond en iedereen in de raad van bestuur was van oordeel dat het precies datgene was wat Vickers nodig had." Sommige analisten, die nogal behoedzaam aankijken tegen zijn strategische voorgeschiedenis, voeren aan dat hij weliswaar meewerkte aan de acquisitie en de integratie van Hawker-Siddeley in BTR, maar dat hij persoonlijk weinig grote aan- of verkopen heeft gedaan. Buysse praat met genegenheid over de BTR-managers die door Owen Green werden gekoesterd tijdens de laatste jaren dat hij aan het hoofd stond van het conglomeraat. "Het lag in onze bedoeling een zeer hecht, superprofessioneel managementteam te vormen. Allemaal samen hebben we ervoor gezorgd dat het aandeel naar 400 pence steeg en daar zijn we verdomd fier over." Hij vergeet dan wel te vermelden dat de aandelen daarna vijf jaar lang afgleden en dat ze nu - met 200 p - lager staan gequoteerd dan in 1991. De gebeurtenissen zoals Buysse ze zich herinnert, worden beaamd door ex-BTR-executive Bob Beeston: "Al die verdomde nonsens dat BRT niet zou uitdijen, is gewoon onwaar. Paul Buysse wist hoe je een onderneming kon doen groeien en hij wist verduiveld goed hoe je winst moest maken." Ook analisten bij Merrill Lynch zeggen dat de mechanische-aandrijvingsdivisie van Buysse tussen 1992 en 1996 de grootste organische groei liet zien van alle engineeringafdelingen van BTR. Intussen kreeg hij ook erkenning van een andere soort: hij werd geridderd door de Belgische koning in 1994 voor de ommekeer die hij teweegbracht in de Belgische bedrijven van BTR, Hansen Transmissions and Dunlop Conveyor Belting. Drie van zijn vijf kinderen wonen in België en daar staat ook zijn huis (al was hij de dag tevoren op zoek naar een woning in Londen) en hij zegt: "Ik vind dat het een prachtig land is." Hij voegt er evenwel aan toe: "Mijn land moet nu een schok verwerken. Wanneer u spreekt van herstructurering en herpositionering met het oog op de toekomst, dan is dat precies iets wat u nu in België zult aantreffen." Bij Vickers dreigt hij van hetzelfde laken een broek te krijgen. Financial Times.