Vlaanderen wordt op het Regionale Innovatie Scorebord (RIS) van de Europese Commissie een 'sterke innovator' genoemd. Sterke innovatoren presteren tussen 90 en 120 procent van het Europese gemiddelde voor innovatie. Met 119,4 zit Vlaanderen net niet in de topklasse van de 'innovatieleiders', die meer dan 120 procent halen. Brussel (score 121,9) is wel een innovatieleider en staat in Europa op de 35ste plaats. Wallonië (score 101,6) staat op de 84ste plaats. Vlaanderen staat op plaats 40. De Vlaamse regering wil de top vijf halen.
...

Vlaanderen wordt op het Regionale Innovatie Scorebord (RIS) van de Europese Commissie een 'sterke innovator' genoemd. Sterke innovatoren presteren tussen 90 en 120 procent van het Europese gemiddelde voor innovatie. Met 119,4 zit Vlaanderen net niet in de topklasse van de 'innovatieleiders', die meer dan 120 procent halen. Brussel (score 121,9) is wel een innovatieleider en staat in Europa op de 35ste plaats. Wallonië (score 101,6) staat op de 84ste plaats. Vlaanderen staat op plaats 40. De Vlaamse regering wil de top vijf halen. Om dat doel te bereiken, moet Vlaanderen zijn relatieve zwaktes aanpakken. Volgens de Europese Commissie kan dat door de werkgelegenheid op te trekken in hoogtechnologische industrieën en kennisintensieve dienstensectoren, te investeren in levenslang leren, meer aandacht te hebben voor intellectueel kapitaal en innovatie-uitgaven die losstaan van onderzoek en ontwikkeling (O&O) op te trekken. Volgens de kmo-organisatie Unizo is dat laatste voorstel een vaak vergeten werkpunt. Unizo maakte dan ook een nota waarin ze het belang van die uitgaven analyseert en voorstellen doet om innovatie meer te verspreiden. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om het aankopen van innovatieve kennis, technologieën, uitrustingen, software en licenties die een kmo niet zelf heeft ontwikkeld. "Innovatieverspreiding is zowel belangrijk voor het verdienmodel van innovatieve ondernemingen als voor de competitiviteit van de bedrijfswereld als geheel. De innovatieve spelers kunnen er hun investeringen mee terugverdienen en voort investeren in nieuwe innovaties. Het biedt ook schaalvoordelen, waardoor het mogelijk wordt de intussen verbeterde innovatie tegen een lagere prijs aan te bieden. Zo kan de innovatie zich nog verder verspreiden", stelt de Unizo-nota. Het is bekend dat de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling geconcentreerd zijn in een aantal bedrijven en sectoren. Innovatie sijpelt daardoor moeilijk door naar kmo's. De helft van de uitgaven voor O&O komt van bedrijven die behoren tot de top tien op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, leert onderzoek van de Nationale Bank. Het gaat vooral om grote bedrijven in de chemie en de farmaceutische sector, de biotech en de machinebouw. Het proces waarbij die innovatie ook andere bedrijven ten goede komt, verloopt echter zeer traag, zo leert onderzoek. Dat zou ook de toenemende productiviteitskloof tussen de topbedrijven en de andere ondernemingen verklaren. Het jongste rapport van de Europese Commissie over België bevestigt dat: "Een factor die weegt op de productiviteitsgroei, is dat hoge O&O-uitgaven, deels door fiscale stimulansen, zijn geconcentreerd in enkele bedrijfstakken, en dat innovatie in de rest van de economie onvoldoende verspreid is." "Als we kijken naar het innovatiebeleid van Vlaio, het Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen, dan zien we dat relatief weinig programma's inzetten op de verspreiding van innovatie", stelt Unizo-topman Danny Van Assche vast. In 2019 keerde Vlaio meer dan 200 miljoen euro aan O&O-steun voor bedrijven uit, een record. Veel minder centen gaan naar instrumenten die inzetten op collectieve kennisverspreiding via seminaries, events, opleidingen, lezingen enzovoort. Coock (Collectief Onderzoek en Ontwikkeling en Collectieve Kennisverspreiding) is zo'n instrument. De Coock-projecten hebben als doel de onderzoeksresultaten van erkende onderzoeksinstellingen te valoriseren door de introductie van technologie en kennis bij een ruime groep ondernemingen te versnellen, en dan vooral bij kmo's. In 2019 ging 9,5 miljoen euro naar zulke projecten, maar volgens Unizo kan Coock beter functioneren. "Dat budget van 10 miljoen euro is bescheiden in vergelijking met de 350 miljoen euro innovatiesteun bij bedrijven", meent Van Assche. "Het bedrag voor Coock moet verdubbelen en het moet mogelijk zijn er het hele jaar door op in te tekenen." "Ondersteun ook sectorale en intersectorale kenniscentra, die ondernemers leren kennismaken en werken met nieuwe technologieën, toepassingen en producten", stelt Danny Van Assche voor. Een voorbeeld is Clusta vzw, het kenniscentrum voor de metaalsector. "We hebben via Clusta leren werken met hoogsterkte staal", zegt Jan Wuyts van het Aarschotse metaalbedrijf Unata, dat trolleys, carts, kettingbanen, liften en riemtransporten voor industriële productielijnen maakt. "Daardoor konden we lichtere karren leveren, die ingeschakeld worden aan de montageband bij een Duitse autobouwer. We halen er tot op vandaag voordeel uit." Ook HCJ (Hengelhoef Concrete Joints) uit Genk, gespecialiseerd in de productie en de ontwikkeling van uitzetvoegen voor industrievloeren, leerde bij: "Via Clusta hebben we snel technieken leren kennen om onze productie te verbeteren." Een ander voorstel van Unizo is de steunaanvragen voor O&O sneller te behandelen. Tussen de aanvraag van steun en de finale beslissing zitten gemiddeld 83 werkdagen.