Tenminste, iedereen heeft er de mond van vol. Maar in de praktijk komt er van innovatie zo weinig terecht. "Als je vandaag een CEO vraagt of innovatie belangrijk is voor zijn industrie, is de kans heel klein dat hij nee zegt," merkt Bart Clarysse op, professor aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Maar wie achter de coulissen van het bedrijf gaat piepen, komt vaak tot onthutsende ontdekkingen.
...

Tenminste, iedereen heeft er de mond van vol. Maar in de praktijk komt er van innovatie zo weinig terecht. "Als je vandaag een CEO vraagt of innovatie belangrijk is voor zijn industrie, is de kans heel klein dat hij nee zegt," merkt Bart Clarysse op, professor aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Maar wie achter de coulissen van het bedrijf gaat piepen, komt vaak tot onthutsende ontdekkingen. Enkele weken geleden bracht deze Vlerick-onderzoeker met zijn team een boekje op de markt ('Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt de economie?', uitgegeven door Garant). Vreemd genoeg ontsnapte het werk grotendeels aan de aandacht. Ten onrechte. Zo gingen de onderzoekers na wie nu eigenlijk in Vlaanderen in staat is om radicaal innovatief te zijn. Geduldig speurwerk leidde tot een representatieve shortlist van 58 bedrijven, met daaronder bekende namen zoals Alcatel Bell, Agfa-Gevaert, Procter & Gamble, Bekaert, Bosal, Sidmar, Ford, Bayer en Picanol. Wat bleek? Slechts vijftien bedrijven hadden daadwerkelijk de mogelijkheid om radicaal te innoveren. "Wat nog niet wil zeggen dat ze dit ook doen," voegt Clarysse eraan toe. De meerderheid (60 %) bleek wel oog te hebben voor innovatie, maar bezat geen beslissingsmacht in Vlaanderen of had hier geen onderzoeksactiviteiten ontplooid. Opvallend was ook dat slechts drie van die 58 bedrijven een spin-off hadden gerealiseerd die in de periode 1991 tot 2000 was uitgegroeid tot een volwaardige opstart, namelijk UCB, Janssen Pharmaceutica en Barco. Op de vraag welke van die 58 bedrijven overnames vanuit een zuiver O&O-standpunt had gedaan, antwoordde 15 % positief. Bij nazicht bleek echter dat het aantal innovatieve Vlaamse starters waarin zij in de periode 1991-2000 effectief een participatie hadden genomen, be- droevend laag was. Zo gaf Bekaert expliciet toe dat het de gezochte strategische opportuniteiten niet in Vlaanderen vindt. "Wellicht is ons technologisch onderzoek onvoldoende afgestemd op het innovatieve potentieel van de Vlaamse en zelfs Europese bedrijven," oppert Bart Clarysse. Als Europa zijn economische dynamisme wil aanzwengelen, dan moet het instituties hebben die innovatie en ondernemerschap actief stimuleren, én een volwassen financiële sector, zo benadrukt de Amerikaanse topeconoom Edmund Phelps in deze Trends (zie blz. 58). Precies hier knelt het schoentje. "Het amateurisme en het gebrek aan inzicht in ondernemerschap bij de meeste venture capitalists die midden de jaren negentig het Vlaamse landschap bevolkten, is schrijnend," stelt het Vlerick-team vast. Een versnippering van de risicokapitaalmarkt is onze achilleshiel. Tal van babyfondsen met een individuele of familiale achterban - denk maar aan Stone Fund (familie Colruyt), TrustCapital (familie Dumolin), Creafund (familie Desimpel) of Software Holding & Finance ( Leo Billion) - zwaaien hier de plak. Uit een rondvraag blijkt dat slechts twee marktspelers in het buitenland een belletje doen rinkelen: de Gimv en Capricorn Ventures (van Jos Peeters). "We blijven kampen met een ima- goprobleem," aldus de onderzoekers. "Zo is het verwonderlijk dat nog steeds weinig buitenlandse investeerders in Vlaanderen investeren, desnoods via fund-in-fund. België is een fiscaal paradijs voor kapitaalwinsten." De vrees wordt ook geuit dat het (voor particulieren) fiscaal aantrekkelijke ARKimedes-initiatief eerder als hefboom zal dienen voor de kleintjes en het landschap nog verder zal fragmenteren. MBA-programma's kneden onze jong getalenteerden (zie blz. 86) nog te veel in de richting van het efficiënter managen van bestaande business. "Er wordt nauwelijks iets gezegd over 'hoe kunnen we geld verdienen' met nieuwe projecten," aldus Clarysse. Hij en zijn onderzoeksteam stellen ook vast dat Vlaanderen zijn troefkaarten meer op tafel moet leggen voor multinationals die radicaal willen innoveren: "geen promotie van overheid tot overheid, maar rechtstreeks via de zwaargewichten onder de zakenlui die op topniveau gaan spreken met grote bedrijven". Zonde dat het innovatieonderzoek van Bart Clarysse & co. zo weinig aandacht kreeg. piet.depuydt@trends.beVan de 58 meest toonaangevende bedrijven in Vlaanderen zijn er slechts vijftien die daadwerkelijk tot radicale innovatie in staat zijn.