ANDRÉ JURRES
...

ANDRÉ JURRESVelen nemen de noodzaak om te blijven innoveren in de mond, maar het blijft te veel dode letter. In mijn gesprekken op de werven waar wij actief zijn hoor ik vaak dat we veel kennis en kunde aan het verliezen zijn. Onze architecten roepen vaak de hulp in van buitenlandse expertise. Dat handenarbeid steeds minder populair wordt, schaadt onze economie. Men vergeet vaak dat de basis van onze welvaart en onze kenniseconomie van deze traditionele beroepen komt. Waar gaat het fout? Het begint bij de scholing, die te weinig inspeelt op de noden van onze economie, omdat er eigenlijk geen rechtstreekse werkcontacten zijn tussen het onderwijs en de economische actoren. Een deel van het probleem in het onderwijs is het te hoge theoretische gehalte, waardoor er te laat in het arbeidsproces gestapt wordt met te weinig praktische ervaring. Ongeacht welke richting men volgt, zou iedereen vanaf zestien jaar een minimum aan stage in een bedrijf moeten doen. Zelf heb ik vele jonge goed opgeleide mensen in dienst genomen, maar die in de praktijk moeite hadden om hun theoretische kennis af te stemmen op hun dagelijkse werk. In de energiesector is er ook behoefte aan meer focus op welke richting wij met ons onderwijs uit willen gaan. Dat de duurzame sector de wind in de zeilen heeft, hoeft geen betoog, maar toch wordt er in het onderwijs nog veel te weinig focus op gelegd. Daarnaast moeten we beseffen dat we hele vakgebieden definitief aan het verliezen zijn. Het streven naar massaproductie in bijvoorbeeld de bouwsector zorgt ervoor dat beroepen zoals houtbewerkers uitsterven, aangezien de machines alles overnemen. Daar komt nog bij dat België het land bij uitstek is van kleine en middelgrote bedrijven en dat we eigenlijk deze grote groep van bedrijven meer ondersteuning moeten geven. Individueel beschikken ze niet over de middelen om zwaar te investeren in innovatie, onderzoek en ontwikkeling. Het uitblijven van duidelijke keuzes in onze speerpuntsectoren heeft ervoor gezorgd dat we een groot deel van onze bedrijven in buitenlandse handen hebben zien verdwijnen. Dit heeft in de energiesector geleid tot een sterke afname van innovatie. Als je kijkt naar de Nederlandse energiebedrijven die de jongste jaren verkocht zijn, dan zien we een verschuiving van de beslissingscentra naar de thuislanden van hun nieuwe aandeelhouders. Dat is op zich logisch, alleen zijn er ook veel mensen vertrokken, omdat hun verantwoordelijkheid lokaal wegviel, en dus ook veel kennis en expertise. Voorts heeft het ook invloed op de investeringen als je ziet hoeveel projecten er in de koelkast zijn verdwenen. Dat energie macht geeft, is voor vele landen al lange tijd duidelijk, maar naast de macht is kennis van even groot belang om de juiste keuzes te kunnen maken. Het overtuigen van buitenlandse aandeelhouders is moeilijker omdat zij tussen verschillende landen kiezen en hun thuismarkt ook impact kan hebben op hun investeringsmogelijkheden. De beslissing van de Duitse regering om de kerncentrales allemaal te sluiten heeft bij bedrijven als RWE en Vattenfall een directe impact gehad op hun investeringsmogelijkheden omdat ze een belangrijk deel van hun winsten zagen opdrogen. Het mobiliseren van voldoende investeringsmiddelen wordt de uitdaging voor de komende twintig jaar in de energiemarkt. Er moet tussen de 30 tot 60 miljard euro geïnvesteerd worden, alleen al in de productie van elektriciteit en warmte. Dat de overheid hierin een tijdlang een rol zal spelen, kan positief genoemd worden, want het biedt de kans de toekomstige beslissingscentra deels in eigen land te houden. In de energiesector zal publiek-private samenwerking nodig zijn om de weerstand te doorbreken tegen verandering en om voldoende kritische financiële massa te hebben, gezien de omvang van de bedragen. Het feit dat energie te goedkoop is om nieuwe investeringen te rechtvaardigen is geen populaire boodschap, maar het is wel zo. Onze oude kolen- en kerncentrales brengen ons goedkope energie, maar hun levensduur is niet eindeloos en de nieuwe investeringen zullen een directe impact hebben op de energieprijs. De nieuwe centrales zullen de energiefactuur doen stijgen, maar ze zijn wel gebaseerd op technologie van de 21ste eeuw die duurzamer zal zijn en onze economie een forse ondersteuning zal geven. De auteur is gedelegeerd bestuurder van NPG energy. Het uitblijven van duidelijke keuzes in onze speerpuntsectoren heeft ervoor gezorgd dat we een groot deel van onze bedrijven in buitenlandse handen hebben zien verdwijnen.