Een inflatie van 3 procent en meer? Trek een fles champagne open en hef het glas op de toekomst. Want een scheut inflatie mag worden gevierd als een overwinning op deflatie, de demon van dalende prijzen en krimpende economische activiteit. Die stak na de financiële crisis de kop op en dreigde het met schulden beladen westen in een diepe, structurele malaise te storten. Want in een deflatoire omgeving zouden die schulden steeds zwaarder op de economische maag liggen; schuldafbouw en niet groei zou het leidmotief van gezinnen, overheden en bedrijven worden. Net zoals in de jaren dertig.
...

Een inflatie van 3 procent en meer? Trek een fles champagne open en hef het glas op de toekomst. Want een scheut inflatie mag worden gevierd als een overwinning op deflatie, de demon van dalende prijzen en krimpende economische activiteit. Die stak na de financiële crisis de kop op en dreigde het met schulden beladen westen in een diepe, structurele malaise te storten. Want in een deflatoire omgeving zouden die schulden steeds zwaarder op de economische maag liggen; schuldafbouw en niet groei zou het leidmotief van gezinnen, overheden en bedrijven worden. Net zoals in de jaren dertig. Dat doembeeld lijkt afgewend, en een vleugje inflatie kan zelfs helpen om de bestaande schulden af te lossen. Want boven alles is inflatie een transfer van koopkracht van spaarders naar schuldenaars, of dus een heimelijke belasting op vermogens, en een subsidie voor afbetaling van bestaande schulden. "De inflatieopstoot doet de economie ook deugd omdat ze de reële rente verlaagd heeft. Schuldeisers betalen op die manier een deel van de crisis. De lagere reële rente moedigt vermogenden ook aan om meer te consumeren en meer risicovolle activa - zoals aandelen - te kopen. Dat geeft de economie een boost, en dat is de strategie achter het herstelbeleid", zegt Etienne De Callataÿ, hoofdeconoom van Bank Degroof. De groep die zich verzet tegen deze maatschappelijke contractbreuk van prijsstabiliteit wordt, gegeven de vergrijzing, steeds talrijker en dus politiek invloedrijker. Hun vermogen is kwetsbaar voor inflatie, aangezien het op vrij grote schaal is opgeborgen in langlopende obligaties met een coupon die vast is en dus niet meestijgt met de inflatie. Ook de terugbetaling van de eindsom dreigt in koopkracht te verschralen als de inflatie enkele jaren haar gang kan gaan. Pensioenfondsen denken daarom aan een nieuwe strategie om uw vermogen te beschermen tegen inflatie (zie het kaderstuk Veilige beleggingen bestaan niet meer). Onschuldig en maatschappelijk neutraal is inflatie dus nooit. En zeker de huidige inflatiegolf levert lang niet alleen de smeerolie die de economische motor beter laat draaien. De prijsstijgingen die uw budget of resultatenrekening teisteren, zijn eerder het gevolg van stijgende energieprijzen dan van het expansief monetair beleid van de centrale banken (zie het kaderstuk Geldmotor komt stilaan op gang). De huidige inflatie brengt daarom een reële verarming van de energie-invoerende landen, zoals België, met zich. In die zin werkt de energie-inflatie zelfs deflatoir op de rest van de economie. Gezinnen houden na een tankbeurt minder geld over voor andere producten en diensten, en die dalende interne vraag zet druk op de binnenlandse prijzen. Hoe contradictoir dat dus ook mag klinken, de huidige inflatie kweekt deflatie. En dan zijn we terug bij af. De verarming laat zich behoorlijk hard voelen in België, omdat onze economie heel energieafhankelijk is van het buitenland. Ongeveer 80 procent van ons binnenlandse energieverbruik moeten we invoeren, of jaarlijks ongeveer 50 miljoen ton olie-equivalent. Tegen een gemiddelde kostprijs van 100 dollar per vat loopt die importfactuur op jaarbasis op tot 35 miljard dollar. Een prijsstijging naar gemiddeld 120 dollar per vat kost de Belgische economie bruto ongeveer 7 miljard dollar extra per jaar. De nettokostprijs is een stuk lager omdat de bedrijven de gestegen kosten doorrekenen in de hele waardeketting (zie kader Productiekosten rijzen de pan uit) en de uitvoerprijzen. Maar daarmee bewijs je de concurrentiekracht van de bedrijven geen dienst natuurlijk. "De verarming die gepaard gaat met stijgende invoerprijzen van energie is onvermijdelijk. We kunnen enkel kiezen hoe we die verarming organiseren: via loonverlies of via banenverlies. Via de automatische indexering kiezen wij nog altijd voor de tweede optie", zegt Erik Buyst, professor economie van de KU Leuven. Voor de centrale banken is de situatie allesbehalve comfortabel. Moeten ze reageren op de hogere inflatie, of kunnen ze de ogen sluiten voor hogere energieprijzen, precies omdat de onderliggende inflatie nog altijd nergens heengaat en akelig dicht bij deflatie blijft. Koelen de olieprijzen af, dan zal de inflatie als sneeuw voor de zon verdwijnen. "Toch moet de Europese Centrale Bank (ECB) ingrijpen en haar beleidsrente verhogen", zegt Erik Buyst. "De reële rente op korte termijn is nog altijd negatief, en dat leidt tot scheeftrekkingen in het financiële systeem. Of de inflatie vanbinnen uit of buitenaf komt, dat maakt niet uit. De ECB moet nu een pre-emptive strike doen om inflatie voor te blijven. Dat doet pijn op korte termijn, maar is gezond op de lange termijn. Bovendien vormen stijgende rentevoeten een correctie op de abnormaal lage rentes van de voorbije jaren. Landen met een gezonde concurrentiekracht kunnen absoluut leven met normale rentevoeten." Daar komt de aap uit de mouw in euroland. Kernlanden als Duitsland roepen om een renteverhoging, terwijl landen als Ierland en Griekenland schreeuwen om een renteverlaging. "Volgens de economische fundamenten is de ideale kortetermijnrente in Duitsland 4,5 procent, maar in de periferie van het eurogebied -4,5 procent. De periferie kun je niet uit het slop trekken met het rentebeleid, maar wel met schuldherschikkingen", zegt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Itinera. ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet kondigde al het begin van een opgaande rentecyclus aan, wat de koers van de euro een duwtje geeft. Dat weegt op onze concurrentiekracht, maar ondersteunt onze koopkracht. Hoe sterker de euro, hoe minder centen er weglekken om de invoer van energie en grondstoffen te betalen. De ECB kan zelf geen olie oppompen, maar ze kan wel de importfactuur verlichten en op die manier de inflatie afremmen. Toch zal de ECB stevig in haar schoenen moeten staan om de moord op prijsstabiliteit te voorkomen. De politici hebben een motief om inflatie los te laten (schuldafbouw), maar het wapen (geld drukken) zit nog achter slot en grendel bij de ECB. Bovendien is de inflatietruc om overheidsschulden af te bouwen heel moeilijk uit te voeren. Investeerders zijn natuurlijk niet van gisteren, en ze eisen een hogere rente als compensatie voor een hogere inflatie. En omdat de gemiddelde looptijd van de meeste overheidsschulden relatief kort is, moeten overheden zich snel tegen hogere rentevoeten herfinancieren. Hogere rentekosten eten dan het inflatievoordeel op. Alleen het Verenigd Koninkrijk lijkt in een positie om investeerders een inflatiepad in de korf te zetten, aangezien de gemiddelde looptijd van de Britse overheidsobligaties veertien jaar bedraagt (zie grafiek). In België zou een aandikkende rentesneeuwbal het inflatievoordeel tenietdoen. Slechts één keer is het de overheden gelukt om via inflatie hun schulden af te bouwen: na de Tweede Wereldoorlog. Maar de maatschappelijke tolerantie ten opzichte van inflatie was toen veel hoger, want ze hielp om de oorlogsschulden af te betalen. Vandaag is die bereidheid er veel minder. Vermoedelijk zijn weinig spaarders bereid een hoge inflatieprijs te betalen om de uitwassen van de banken op te ruimen. DAAN KILLEMAESOnschuldig en maatschappelijk neutraal is inflatie nooit. Kernlanden als Duitsland roepen om een renteverhoging, terwijl landen als Ierland en Griekenland schreeuwen om een renteverlaging. De inflatietruc om overheidsschulden af te bouwen, is heel moeilijk uit te voeren. In België zou een aandikkende rentesneeuwbal het inflatievoordeel tenietdoen.