Rudy Aernoudt
...

Rudy AernoudtOns land kent de hoogste arbeidskosten, een hoge vennootschapsbelasting en hoge registratierechten. De collectieve lastendruk ligt enkel in Zweden en Denemarken hoger dan in België. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat dit klimaat iedere zin voor initiatief in de kiem smoort. Volgens het competitiviteitsrapport van Davos zijn er slechts twee landen waar de zin voor initiatief nog meer wordt gefnuikt dan in België, zijnde Benin en Brazilië. En last but not least, hebben wij een zeer inefficiënte overheid die de belastingbetaler een derde meer kost dan het gemiddelde van Europa. Wie kan in een dergelijke context tegen een staatshervorming zijn? Geen zinnig mens toch. Staatshervorming mag wel geen doel op zich zijn, om geleidelijk het federale niveau van al zijn substantie te ontdoen. Het moet een rationeel proces zijn, waarbij het brengen van de beleidscompetenties op het meest adequate niveau een middel is om tot een betere efficiëntie te komen. Efficiëntie zou dan ook het sleutelwoord moeten zijn bij de staatshervorming. Iedere staatshervorming die ervoor zorgt dat de overheid meer doet met minder, is een stap in de goede richting. We stuiten hier op de kern van de zin van regionalisering. Mijn adagio zou dus zijn dat een beleidsdomein aan een lager niveau moet worden toebedeeld, als eenduidig kan worden aangetoond dat het daar efficiënter kan gebeuren. Een verdere regionalisering mag dus niet leiden tot meer fragmentatie, of tot meer ambtenaren voor hetzelfde werk. De feiten bewijzen het tegendeel. De jongste tien jaar zijn er 56.000 ambtenaren bijgekomen. Een van de redenen is precies dat de reductie op federaal niveau als gevolg van de regionalisering, meer dan gecompenseerd werd door een toename op regionaal niveau. Het federale korps, dat competenties afstootte, groeide nog met 2 %. Het regionale en lokale korps groeide met 19 %. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) concludeerde dat het ambtenarenkorps in België met 8 % groeide in tien jaar als gevolg van het federaliseringsproces. We vonden geen rechtvaardiging voor de toename, stelde Elsa Pilichowski, hoofd van het onderzoeksteam. Misschien moet ook dat aspect in rekening worden gebracht bij een volgende, niet-dogmatische regionalisatiegolf. Eén voorbeeld ter illustratie voor de lezer die liever absolute cijfers onthoudt of vermoedt dat het probleem enkel in Wallonië ligt. In 1998 werkten op Vlaams niveau 240.000 ambtenaren. In 2005 waren er dat 280.000. Wat Vlaanderen zelf doet, doet het blijkbaar met meer, is het enige besluit dat we uit deze cijfers kunnen destilleren. Bovendien blijkt uit studies van het World Economic Forum dat Vlaanderen het niet beter doet. De regionalisatie van bevoegdheden leidde dus niet tot meer efficiëntie, wel integendeel. De Raad van State stelde dat de eerste trein van staatshervorming leidt tot verdere versnippering (en dus inefficiëntie) van bevoegdheden. Moeten wij daarom iedere verdere regionalisatie van competenties verwerpen? Moeten wij de tweede trein, verwacht tegen 15 juli, laten ontsporen? Nee, alleen moeten we niet om het even wat regionaliseren om nadien vast te stellen dat wij een nog duurder en belastend ambtenarenapparaat hebben opgezet dan wij al hebben. Verdere regionalisatie mag het overheidsbeslag niet doen toenemen. Vandaag is de collectieve lastenquote 49,1 %. Studies tonen aan dat dit ver boven de optimale overheidsinmenging ligt. Die ligt op 43,7 %, stelden Moesen en De Witte. De overheid zou dus met 5,4 % van het bruto binnenlands product moeten krimpen, of met meer dan 15 miljard euro. Ik stel dan ook voor dat wij iedere volgende stap in de staatshervorming onderwerpen aan een heel eenvoudige en meetbare efficiëntietoets. Als wordt voorgesteld een bepaald beleidsdomein te regionaliseren of te herfederaliseren, dan kunnen we eenvoudig uitrekenen hoeveel ambtenaren het nieuwe beleidsniveau zal nodig hebben om hetzelfde werk te doen. Is dat minder, dan kan de transfer worden overwogen. Is dat meer, dan gaat de overdracht niet door. Of laat ons nog een stap verder gaan. Vermits ons ambtenarenapparaat met 20% moet worden afgebouwd om op hetzelfde niveau als onze buurlanden te komen, stel ik voor dat iedere regionalisering of herfederalisering die 20 % efficiëntiewinst oplevert, automatisch wordt goedgekeurd. Meer regionale bevoegdheid die leidt tot minder overheid is voor iedere burger een goede zaak, of hij nu Waal, Vlaming of Brusselaar is. Meer regionale bevoegdheid die leidt tot meer overheid en meer ambtenarij legt echter een nieuwe hypotheek op onze toekomst. (T) DE AUTEUR IS PROFESSOR ECONOMIE AAN EHSAL, HOGESCHOOL GENT EN UNIVERSITEIT VAN NANCY