De bewegingen van Indiase ondernemingen beginnen wereldwijd de vorm van een vloedgolf aan te nemen. Alleen al in januari en februari van dit jaar werden meer dan honderd fusies en overnames aangekondigd waar Indiase ondernemingen bij betrokken waren. Samen vertegenwoordigen deze transacties 36,8 miljard dollar. Dat is bijna het dubbele van alle deals waar Indiase bedrijven aan deelnamen in 2006, en die hadden ook al 20,3 miljard dollar in beweging gebracht, Arcelor Mittal zelfs niet meegerekend. Met een maatschappelijke zetel in Rotterdam, een operationeel hoofdkwartier in Londen en noteringen op de beurzen van Amsterdam en New York wordt de groep van Lakshmi Mittal namelijk beschouwd als een Europese onderneming.
...

De bewegingen van Indiase ondernemingen beginnen wereldwijd de vorm van een vloedgolf aan te nemen. Alleen al in januari en februari van dit jaar werden meer dan honderd fusies en overnames aangekondigd waar Indiase ondernemingen bij betrokken waren. Samen vertegenwoordigen deze transacties 36,8 miljard dollar. Dat is bijna het dubbele van alle deals waar Indiase bedrijven aan deelnamen in 2006, en die hadden ook al 20,3 miljard dollar in beweging gebracht, Arcelor Mittal zelfs niet meegerekend. Met een maatschappelijke zetel in Rotterdam, een operationeel hoofdkwartier in Londen en noteringen op de beurzen van Amsterdam en New York wordt de groep van Lakshmi Mittal namelijk beschouwd als een Europese onderneming. Op dit ogenblik lijkt het hek wel van de dam. Zo was er het bod van 6 miljard dollar van de groep Aditya Birla (via filiaal Hindalco) op het Canadese Novelis, wereldleider in aluminiumproductie; het bod van Suzlon, gespecialiseerd in de productie van windenergie, op REpower, een Duitse fabrikant van turbines; de intussen afgeblazen poging van Ranbaxy, een van de grootste Indiase farmaceutische ondernemingen, om deel te nemen aan het opbod voor het Duitse Merck; de belangstelling van Reliance Industries, het grootste privébedrijf van India, voor een aantal groepen in de VS en Europa, waaronder het Franse Carrefour. En enkele weken geleden kondigde de Indiase groep Essar eerst de overname aan van het Canadese Algoma Steel voor 1,58 miljard dollar en kort daarna de ondertekening van een akkoord voor de overname van Minnesota Steel in de VS, waar Essar 1,65 miljard dollar in wil pompen. Het is duidelijk dat India heeft postgevat op de geglobaliseerde economische kaart. De vrijmaking van de buitenlandse handel en de investeringen zwengelt de economische groei aan (9,2 % in 2006) en doet het aantal acquisities toenemen waar Indiase bedrijven bij betrokken zijn, als jager of prooi (zie tabellen). Maar ook in het binnenland mangelt het niet aan activiteiten, wat de vorming van nieuwe reuzen in de hand werkt die op hun beurt wel eens op overnameavontuur kunnen gaan in het buitenland. Dealtracker, een nieuwsbrief die consultant Grant Thornton uitgeeft, stelt vast dat operaties waarbij Indiase bedrijven buitenlandse targets overnemen, zowel in aantal als in waarde veel omvangrijker zijn dan de transacties waarbij buitenlandse ondernemingen de hand leggen op Indiase bedrijven. Wat dan weer niet wil zeggen dat er geen belangrijke akkoorden tot stand komen in India, zoals het bod van ruim 12,5 miljard dollar dat Vodafone uitbracht op de Indiase telecommaatschappij Hutchison Es- sar. Volgens Rajat Gupta, gewezen global manager bij McKinsey en de goeroe van de globalisering, zal India op termijn China voorbijsteken dankzij zijn demografische en structurele voordelen. De honger van de Indiase bedrijven is intussen al zo groot geworden dat ze niet langer aarzelen om bedrijven aan te pakken die groter zijn dan zijzelf. "Bij de meeste grote operaties was het zo dat de overnemers bedrijven kochten met een hogere waarde dan hun eigen omzet," stelt Dealtracker vast. Dat was onder meer het geval bij de overname van Corus door Tata Steel. Het ging om 13 miljard dollar, terwijl de omzet van Tata Steel in de buurt van 4 miljard dollar ligt. Hetzelfde gebeurde bij Hindalco-Novelis, waar het bod rond 6 miljard dollar draaide terwijl de inkomsten van Hindalco 4 miljard dollar bedragen. Het zelfvertrouwen van de grote Indiase groepen lijkt intussen opgezweept. Tot nog toe konden ze rekenen op een stevige ondersteuning van banken en financiële instellingen. "We gaan ervan uit dat verschillende andere Indiase ondernemingen uit de staal-, metaal-, energie- en andere sectoren bezig zijn om grote internationale acquisities onder de loep te nemen," zo voegt Dealtracker eraan toe. Terwijl vroeger transacties van meer dan 200 miljoen dollar veeleer de uitzondering vormden, wordt bij de jongste deals die werden aangekondigd de lat van 1 miljard regelmatig overschreden. Er schuilt echter een addertje onder het gras: sommige geplande overnames zouden wel eens moeilijk te realiseren kunnen zijn. Zo verloopt de overname van REpower niet zonder moeite voor het Indiase Suzlon, dat tegen het Franse Areva moet opboksen. De Indiase beurs is ook negatief gaan reageren op de rage van fusies en acquisities, omdat ze zich zorgen blijkt te maken over de valorisatie van de targetondernemingen. Sommige analisten raden nu al aan om afstand te houden van ondernemingen die verwikkeld zijn in ambitieuze overnameplannen, tenzij het gaat om investeringen op lange termijn. Op kortere termijn, zo oordelen waarnemers, dreigen de aandelen eronder te zullen lijden. Bij heel wat overnames gaat het namelijk om leveraged buy-outs, die nieuwe risico's meebrengen. Om de overnames te financieren, hebben de Indiase ondernemingen de neiging om fondsen buiten hun thuisland in te zamelen op basis van de toekomstige winsten van de bedrijven die ze overnemen. Een hogere schuldenlast verhoogt echter de potentiële kwetsbaarheid van de ondernemingen als er zich een economische schok voordoet. India vertoont intussen steeds meer tekenen van oververhitting: de fabrieken draaien op volle capaciteit, de kredieten kennen een snelle expansie en, vooral, het overheidstekort neemt toe. De machine dreigt ten prooi te vallen aan een paar hoestbuien, maar helemaal stilvallen zal ze niet. Een toenemend aantal Indiase ondernemingen is vastbesloten om op koopjesjacht te blijven gaan, of dat nu is om hun positie op de binnenlandse markt te versterken of om in het buitenland een omvang te verwerven waarmee ze kunnen optreden als echte wereldspelers. Dit bewijst dat globalisering niet noodzakelijk gelijkstaat met overnames door westerse multinationals. En omdat heel wat van die groepen over de middelen beschikken om hun ambitie waar te maken, lijkt die drang onweerstaanbaar. Christine Scharff