Het was een beetje surrealistisch. Eerst handjes schudden met de burgemeester, dan achtervolgd worden door een cameraploeg en ondertussen de partijbonzen die elk van mijn bewegingen gadeslaan. We zijn in China. Op zakenreis, diep in het binnenland. De volgende ochtend krijg ik groene eieren als ontbijt. Geen zin om ziek te worden, stil ik mijn eetlust enkel met het slaatje dat erbij geserveerd wordt. Later vertelt mijn tolk dat er helemaal niks mis was met die eieren. Ze worden gewoon gekookt in groene thee. Opnieuw mijn vermoeden bevestigd: voor ons zijn de Chinezen nog altijd Chinees. Hun taal, hun cultuur en hun manier van zakendoen... Eén groot vraagteken.
...

Het was een beetje surrealistisch. Eerst handjes schudden met de burgemeester, dan achtervolgd worden door een cameraploeg en ondertussen de partijbonzen die elk van mijn bewegingen gadeslaan. We zijn in China. Op zakenreis, diep in het binnenland. De volgende ochtend krijg ik groene eieren als ontbijt. Geen zin om ziek te worden, stil ik mijn eetlust enkel met het slaatje dat erbij geserveerd wordt. Later vertelt mijn tolk dat er helemaal niks mis was met die eieren. Ze worden gewoon gekookt in groene thee. Opnieuw mijn vermoeden bevestigd: voor ons zijn de Chinezen nog altijd Chinees. Hun taal, hun cultuur en hun manier van zakendoen... Eén groot vraagteken. Toch moet China zowat de belangrijkste groeimarkt zijn: 1,33 miljard inwoners en 10 procent groei. Even interessant als die andere grootheid in het Oosten, India. Goed voor 1,15 miljard inwoners en 8 procent groei. Wat wordt het dan? Investeren in China of in India? Kiezen voor de draak of de pijlen richten op de tijger? Het is een beetje zoals moeten kiezen tussen de sterkste of de grootste van de klas bij het samenstellen van het schoolteam. Onze Belgische bedrijven mogen de boot niet missen en moeten strategieën bedenken om mee van deze explosieve groei te profiteren. Dat betekent prioriteiten stellen en keuzes maken. Investeren is het sleutelwoord. Lokaal aanwezig zijn. Alleen: hoe kiezen tussen twee rising stars? Tussen een grootmacht die in 2020 het grootste nationale product ter wereld zal hebben (China), of een democratie die in 2030 de meeste inwoners zal tellen (India)? In een recente peiling bij bedrijven die in Azië investeren, geeft 42 procent de voorkeur aan China. Een op de drie kiest voor India. Ook wij beslisten in 2009 om in dat laatste land te investeren. Ondanks alle cijfers, gaf de menselijke factor de doorslag. Versta me niet verkeerd: onderhandelen met Indiërs is een meesterproef voor de zenuwen en het geduld, niet het minst door de gigantische bureaucratie in het land. Maar alle gesprekken gebeuren in een vriendschappelijke sfeer, met wederzijds vertrouwen. De procedures zijn duidelijk, de motivaties begrijpelijk. In China durft dat weleens anders te zijn... Meestal omdat wij westerlingen de Chinese cultuur en omgangsvormen nauwelijks begrijpen. Dat cultuurverschil werkt vaak wantrouwen in de hand. De Nederlandse schrijfster Lulu Wang vat het grootste verschil tussen Chinezen en Europeanen bondig samen: het is een kwestie van yin en yang. Westerlingen denken in termen van goed en kwaad, voordelig en nadelig. Voor Chinezen draait alles rond evenwicht en harmonie. Yin en yang zijn evenwaardig: gelijk en toch verschillend. Chinezen luisteren ook meer dan ze praten: ze zoeken steeds naar de harmonie en zijn erg geduldige onderhandelaars. "Maar de positie van China is toch ongelooflijk veel interessanter." Ik hoor het vaak. En ja, China is de fabriek van de wereld. Sterk in de maakindustrie. India moet het dan weer hebben van zijn dienstensector (ICT en farma). Toch zijn de verschillen veel groter: India staat dichter bij Europa. Dankzij de taal, de wetgeving die geïnspireerd is door het Engelse systeem, de godsdiensten die nauwer aansluiten bij de onze. India is de grootste democratie ter wereld, maar beslissingen van de overheid nemen er te veel tijd in beslag. Daardoor blijft de infrastructuur mijlenver achter op die in China. Als Peking beslist om een brug te bouwen, staat die er binnen het jaar. Bovendien doet China veel meer moeite om buitenlandse investeringen aan te trekken. " Poverty is not socialism. To be rich is glorious", wist Deng Xiaoping al. De Chinese consument wil luxeproducten en merken en is bereid daar veel geld voor te betalen. Chinezen geloven ook heel hard in kansen. Vandaar hun voorliefde voor gokken. Maar geloven in kansen, daar steekt het kastenstelsel in India een stokje voor. Indiërs zijn ook zuiniger en rationeler. Voor een bedrijf dat toelevert aan de industrie (Bekaert bijvoorbeeld) of in luxeproducten handelt, is China ongetwijfeld de beste keuze. Op voorwaarde dat het tijd en energie investeert in het leren begrijpen van de cultuur en het smeden van de broodnodige relaties. Voor wie die tijd niet heeft, of zijn heil zoekt bij grote groepen consumenten die basisproducten nodig hebben, is India een meer voor de hand liggende keuze. In mijn nieuwjaarsbrief staat slechts één goed voornemen voor 2011: opnieuw naar China reizen om het land en zijn mensen beter te leren kennen. Al moet ik er groene eieren voor eten. CEO van Cartamundi GroupCHRIS VAN DOORSLAERWesterlingen denken in termen van goed en kwaad, voordelig en nadelig. Voor Chinezen draait alles rond evenwicht en harmonie.