De regering-Michel heeft de jaarlijkse indexatie van een aantal fiscale uitgaven opgeschort tot en met het inkomstenjaar 2017 (het aanslagjaar 2018). Zo worden de grensbedragen voor het fiscale pensioensparen en de fiscale levensverzekeringen tot 2017 bevroren op het niveau van het inkomstenjaar 2013. Vanaf het inkomstenjaar 2018 wordt de indexatie hervat, maar met behoud van het effect van de bevriezing in de periode 2015-2018. Die opschorting geldt niet voor uitgaven die samenhangen met het activiteitsinkomen, zoals de belastingvrije sommen en de verhoging voor kinderen ten laste.
...

De regering-Michel heeft de jaarlijkse indexatie van een aantal fiscale uitgaven opgeschort tot en met het inkomstenjaar 2017 (het aanslagjaar 2018). Zo worden de grensbedragen voor het fiscale pensioensparen en de fiscale levensverzekeringen tot 2017 bevroren op het niveau van het inkomstenjaar 2013. Vanaf het inkomstenjaar 2018 wordt de indexatie hervat, maar met behoud van het effect van de bevriezing in de periode 2015-2018. Die opschorting geldt niet voor uitgaven die samenhangen met het activiteitsinkomen, zoals de belastingvrije sommen en de verhoging voor kinderen ten laste. In de personenbelasting zijn er vijf belastingtarieven, die oplopen van 25 tot 50 procent. De tarieven hebben een progressief karakter: hoe meer u verdient, hoe hoger het tarief stijgt. Op het deel van uw belastbare inkomen boven 37.870 euro betaalt u het hoogste tarief van 50 procent. Die tarieven worden verhoogd met de gemeentebelasting. Woont u bijvoorbeeld in een gemeente met 7 procent opcentiemen, dan bedraagt het hoogste tarief 53,5 procent (50 x 1,07). Bent u getrouwd of woont u wettelijk samen en heeft uw partner geen of weinig eigen inkomsten, dan wordt het zogenoemde huwelijksquotiënt toegepast. Dat betekent dat 30 procent van uw inkomen fiscaal wordt doorgeschoven naar uw partner, beperkt tot een maximum van 10.230 euro. Aangezien op die manier een bedrag uit de hoogste belastingschijf (bijvoorbeeld 50 %) wordt overgeheveld naar een lagere belastingschijf (bijvoorbeeld 25 %), betaalt u minder belastingen. Belastingplichtigen hebben recht op een zogenoemde belastingvrije som. Dat is een deel van hun inkomen waarop ze geen belastingen afdragen. Hebt u kinderen of andere personen ten laste, dan wordt de belastingvrije som verhoogd. Zowel het belastingvrije minimum als de verhogingen voor kinderen ten laste worden jaarlijks geïndexeerd. Iedere belastingplichtige heeft voor het inkomstenjaar 2015 recht op een belastingvrij minimum van 7090 euro (te verhogen afhankelijk van het aantal kinderen ten laste). Hebt u een belastbaar jaarlijks inkomen van minder dan 26.360 euro, dan krijgt u een hogere belastingvrije som van 7380 euro. Van de nettobestaansmiddelen hangt af hoeveel een persoon mag verdienen om fiscaal ten laste van een belastingplichtige te blijven -- denk bijvoorbeeld aan studerende kinderen met een vakantiejob die ten laste van hun ouders vallen. Bent u getrouwd of woont u wettelijk samen en werkt uw zoon of dochter als jobstudent, dan mag die in het inkomstenjaar 2015 niet meer verdienen dan 3120 euro. Bent u werknemer of oefent u een vrij beroep uit, dan hebt u de keuze tussen de aftrek van uw werkelijke beroepskosten en de aftrek van het kostenforfait. De forfaitaire beroepskosten worden jaarlijks geïndexeerd. Het maximum is voor het inkomstenjaar 2015 vastgelegd op 3960 euro. Bedrijfsleiders hebben recht op een forfait van 3 procent, met een maximum van 2380 euro voor het inkomstenjaar 2015. Sinds 1 januari 2014 zijn de gewesten bevoegd om het fiscale voordeel van de woonbonus -- of de aftrek voor de eigen en enige woning -- te bepalen. Voor leningen die zijn afgesloten voor 31 december 2014, blijft in de drie gewesten de oude interessante woonbonus gevrijwaard. Het aftrekbare bedrag voor de inkomstenjaren 2014 tot en met 2017 blijft behouden op het bedrag dat van toepassing was voor het inkomstenjaar 2013. Wie in het Vlaams Gewest na 1 januari 2015 een woonkrediet afsluit, valt terug op een basiswoonbonus van maximaal 1520 euro per medelener. Dat basisbedrag wordt gedurende de eerste tien jaar van de looptijd verhoogd met 760 euro, zolang de woning de enige woning van de belastingplichtige blijft. Er is ook een verhoging met 80 euro, voor wie drie of meer kinderen heeft. Die bedragen worden niet geïndexeerd. Op het bedrag wordt een belastingvermindering van maximaal 40 procent toegepast. Het Waals en het Brussels Gewest behouden de oude woonbonus voor leningen die worden afgesloten na 1 januari 2015. Dat betekent dat de belastingplichtigen met een woonkrediet voor de eigen en enige woning in die gewesten in het inkomstenjaar 2015 aanspraak kunnen maken op een basisaftrek van 2290 euro per medelener. Dat basisbedrag wordt de eerste tien jaar van de lening verhoogd met 760 euro, zolang de woning hun enige woning blijft, en met 80 euro als ze drie of meer kinderen hebben. Zowel het basisbedrag als de verhogingen worden de volgende jaren geïndexeerd. Het Brussels Gewest past op die bedragen een belastingvermindering van 45 procent toe, in het Waals Gewest bedraagt de vermindering 40 procent. Voor leningen die zijn afgesloten voor 1 januari 2015, krijgen belastingplichtigen in de drie gewesten onder bepaalde voorwaarden een belastingvermindering voor de betaalde kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering. Het maximale bedrag van die belastingvermindering wordt berekend op basis van het nettoberoepsinkomen, met een maximum van 2260 euro per medelener. Ook het kadastraal inkomen van een woning wordt elk jaar geïndexeerd. Het geïndexeerde kadastraal inkomen wordt als basis gebruikt voor de berekening van de onroerende voorheffing die u elk jaar als eigenaar van een woning afdraagt. Voor het inkomstenjaar 2015 wordt het basisbedrag van het kadastraal inkomen vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 1,7057. Bedraagt het basis kadastraal inkomen van uw woning bijvoorbeeld 1500 euro, dan wordt dat in het inkomstenjaar 2015 geïndexeerd tot 1500 x 1,7057 = 2558,55 euro. De bedragen die u in 2015 betaalt voor het fiscale pensioensparen -- ongeacht of u een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering hebt -- geven voor een maximum van 940 euro recht op een belastingbesparing van 30 procent (plus de uitgespaarde gemeentebelasting). De premies van een individuele levensverzekering komen in het inkomstenjaar 2015 onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een belastingvermindering, tot een maximum van 2260 euro. De premies die u zo in mindering kunt brengen, leveren een besparing van 30 procent op (plus de uitgespaarde gemeentebelasting). De interesten op een spaarboekje zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van roerende voorheffing. Voor het inkomstenjaar 2015 komt een bedrag van 1880 euro in aanmerking voor een vrijstelling van roerende voorheffing -- hetzelfde bedrag als in het inkomstenjaar 2014. Maakt u in 2015 gebruik van PWA- en/of dienstencheques, dan hebt u recht op een belastingvermindering voor een maximaal bedrag van 1400 euro. Sinds het inkomstenjaar 2012 komen enkel nog uitgaven voor de isolatie van daken, die worden uitgevoerd aan woningen ouder dan vijf jaar, in aanmerking voor een belastingvermindering voor energiebesparende investeringen. Dat voordeel bedraagt 30 procent, met een maximum van 3010 euro. Als u in 2015 een gift doet, krijgt u een belastingvermindering van 45 procent, als u minimaal 40 euro doneert.JOHAN STEENACKERS