Van grondstoffen zal Vlaanderen niet rijk worden, want het heeft er geen. Een grote lokale afzetmarkt heeft het evenmin. Blijft over: export, liefst naar de groeimarkten, en die bevinden zich ver van hier. Honkvast van natuur, kan de Vlaming best wat hulp gebruiken bij zijn verkenning van de wereldmarkten. Dat is de taak van Flanders Investment & Trade (FIT), een Vlaams overheidsagentschap geleid door Claire Tillekaerts.
...

Van grondstoffen zal Vlaanderen niet rijk worden, want het heeft er geen. Een grote lokale afzetmarkt heeft het evenmin. Blijft over: export, liefst naar de groeimarkten, en die bevinden zich ver van hier. Honkvast van natuur, kan de Vlaming best wat hulp gebruiken bij zijn verkenning van de wereldmarkten. Dat is de taak van Flanders Investment & Trade (FIT), een Vlaams overheidsagentschap geleid door Claire Tillekaerts. "Sedert 2002 zijn de wereldwijde exportstromen verdubbeld, de buitenlandse investeringen verdrievoudigd", zegt Tillekaerts. "De globalisering brengt meer spelers op de wereldmarkt. Als Vlaanderen zijn concurrentiepositie wil behouden, moet het creatief en innovatief zijn. Maar in 2012 spendeerden Vlaamse bedrijven amper 1 procent van hun omzet aan onderzoek en ontwikkeling. De buitenlandse bedrijven in België deden veel beter: 7 procent. Knowhow van buitenlandse bedrijven kan het industriële weefsel van Vlaanderen versterken. De tweede opdracht van FIT is daarom het aantrekken van investeringen met toekomstpotentieel, bijvoorbeeld in chemie en biotech." "Als CEO van FIT signaleer ik de problemen van buitenlandse investeerders aan onze bevoegde minister, Vlaams minister-president Geert Bourgeois. Hij heeft van mij een knelpuntennota gekregen. Ik hoop dat die ook op de tafel van de federale regeringsonderhandelaars komt. Een groot deel van de problemen is federale materie. "Vlaanderen doet het internationaal allesbehalve slecht. De Vlaamse export stijgt sneller dan de Nederlandse en de Duitse. We verliezen misschien wel marktaandelen, maar in de ranglijst van wereldexporteurs van goederen staat Vlaanderen nog altijd op 15. FIT is wereldwijd aanwezig in 101 kantoren, waar we Vlaamse exporteurs hulp op maat aanbieden. Onze exportpositie kan er alleen maar op verbeteren. "Bij kandidaat-investeerders kan ik Vlaanderen promoten als centrum van West-Europa, met een koopkracht die tot de hoogste van de wereld behoort. Met de vrachtwagen kan je in één dag 65 procent van dat gebied bereiken. En we hebben uitstekend onderwijs, onderzoek en infrastructuur." "In een constant veranderende wereld is het moeilijker om eenduidige regels op te stellen. De protagonisten wisselen voortdurend. Een land als India speelde vroeger geen belangrijke rol, vandaag wel. En de problemen van een groot land wegen des te zwaarder aan de onderhandelingstafel. "In internationale relaties zal het eigenbelang nooit verdwijnen. Als een land denkt dat het te veel te verliezen heeft bij een verdrag, tekent het niet. Het is niet omdat de spelers veranderen, dat het spel verandert. We mogen niet naïef zijn." "Neen. Vlaanderen heeft andere exportproducten, -bestemmingen en -volumes dan Brussel en Wallonië. En buitenlandse investeerders zien Vlaanderen vooral als logistieke hub, terwijl Brussel bijvoorbeeld het meestal moet hebben van dienstenbedrijven. De gewesten maken ook verschillende politieke keuzes. In tegenstelling tot de vroegere federale handelsattachés, zijn onze Vlaamse economische vertegenwoordigers specialisten in hun vakgebied, met een gedegen kennis van de markt waarin ze actief zijn. "Met onze Brusselse en Waalse collega's werken we samen. Vaak delen we kantoren in het buitenland, en staan we open voor bedrijven uit de twee andere gewesten. Ook in het aantrekken van buitenlandse investeerders versterken we elkaar. Als FIT een bedrijf binnenkrijgt dat wil investeren in Brussel, verwijzen we door naar onze Brusselse collega's. Het is veel minder eenzijdig dan je zou denken." J.V.G.