Van de JCW GP bouwde Mini maar 3000 exemplaren. Daarvan waren 105 stuks bestemd voor de Belgisch-Luxemburgse markt, lieten we ons vertellen. De kans is klein dat je er eentje op onze wegen ziet. Niet omdat er zo weinig zijn, maar omdat deze Mini niet thuishoort op de openbare weg. Wie hem kocht om de juiste redenen, pendelt ermee tussen zijn garage en de racebaan. De JWC GP is bestemd voor liefhebbers van het genre, die er af en toe rondjes mee gaan rijden op een circuit tijdens zogeno...

Van de JCW GP bouwde Mini maar 3000 exemplaren. Daarvan waren 105 stuks bestemd voor de Belgisch-Luxemburgse markt, lieten we ons vertellen. De kans is klein dat je er eentje op onze wegen ziet. Niet omdat er zo weinig zijn, maar omdat deze Mini niet thuishoort op de openbare weg. Wie hem kocht om de juiste redenen, pendelt ermee tussen zijn garage en de racebaan. De JWC GP is bestemd voor liefhebbers van het genre, die er af en toe rondjes mee gaan rijden op een circuit tijdens zogenoemde publieke driving days. De JCW GP is dan ook de meest extreme Mini. Het is de sportieve versie van de gewone Mini John Cooper Works, die op zich al een heel sportieve versie is. Wie er ook dagelijks mee wil toeren, doet dat het best niet in onze contreien, met dat bar slechte Belgische wegennet. Zoals dat hoort voor racewagens, is de ophanging van de JWC GP zo strak afgeveerd, dat je bij de minste put of bult in het wegdek gaat hotsen, dansen en botsen. Alleen op perfect vlakke wegen, zoals we die bij onze zuiderburen vinden, valt deze Mini bij gewoon gebruik te pruimen, en zelfs te genieten. Door zijn baanvastheid, maar ook door zijn motor, die je adem afsnijdt met zijn acceleraties. Die combinatie van motorvermogen en een strakke wegligging zorgt ervoor dat de JWC GP echt snel is. De testrijders van het merk reden het legendarische racecircuit van de Nürburgring rond in minder dan acht minuten. Het is natuurlijk lang geleden, maar de laatste keer dat formule 1-machines er ging racen, was James Hunt met zijn McLaren M23 de snelste man. Hij deed er in 1976 zeven minuten en zes seconden over met een F1-bolide van 480 paarden en amper 550 kilogram. De 105 gelukkigen die 45.000 euro overhebben voor dit heerlijke stukje speelgoed, kunnen hun geluk zelf gaan beproeven op die Nordschleiffe, zoals kenners het Duitse circuit noemen. Voor 25 euro (tijdens de week) of 30 euro (in het weekend) mag je er met je eigen auto rondjes maken. Dat is een populaire bezigheid. YouTube bulkt van de filmpjes van die Touristenfahrten. Na een paar minuten valt bij de zoveelste droomauto die tot schroot slipt, een schaamteloos glimlachje wel niet te onderdrukken.