Waarom moet u de onderzoeker kennen?
...

Waarom moet u de onderzoeker kennen? Misschien bent u een van de 4,5 miljoen Belgen die de stemtest van de VRT al eens invulde. Socioloog Stefaan Walgrave (55) is een van de peetvaders van die verkiezingstraditie. Toch draait zijn onderzoek minder om uw stemgedrag dan om de vraag hoe de samenleving en de politiek elkaar beïnvloeden. "Ik ben geen electorale politicoloog", zegt hij. "Mijn aandacht gaat meer naar de vraag hoe politici reageren op experts en de publieke opinie. Eigenlijk ben ik bezig met representatie. Ik wil weten hoe politici de publieke opinie lezen, dan wel fout interpreteren. Uiteindelijk moeten zij de democratie doen werken." Waarover gaat het onderzoek? Walgrave staat aan de Universiteit Antwerpen mee aan het hoofd van de onderzoeksgroep M2P. Dat staat voor media, movement en politics. Hij wijst erop dat zijn onderzoeksgroep bezig is met wetenschap. "Wij zoeken naar politieke en sociologische wetmatigheden, al zijn die niet even universeel als de zwaartekracht van Newton", zegt hij. Hij combineert enquêtes, diepte-interviews en experimenten om te weten te komen hoe politici omgaan met de publieke opinie. Bijvoorbeeld door politici gemanipuleerde filmpjes van een betoging voor te leggen, probeert hij de kenmerken vast te leggen van betogingen waarna politici actie ondernemen. "We kunnen het brein van de gemiddelde politicus niet hacken voor ons onderzoek, maar de meesten hebben een ideaalvoorstelling van de maatschappij, een ideologie waar de publieke opinie het niet noodzakelijk mee eens is. Wat moet een socialist die meer herverdeling wil, doen, terwijl de bevolking een belastingverlaging vraagt? We onderzoeken hoe politici omgaan met die verscheurdheid. Wanneer proberen ze de publieke opinie te overtuigen, wanneer volgen ze die? Daar gaat mijn onderzoek over." Is het onderzoeker internationaal gerenommeerd? De jongste tien jaar sleepte Walgrave twee keer een beurs van de European Research Council in de wacht. En volgens zijn h-index - de Hirsch-index meet de 'carrière-impact' van de publicaties van een onderzoeker - mag hij niet klagen over internationale erkenning. Dat is opmerkelijk, want politicologen uit kleinere landen staan in het nadeel. "In de sociale wetenschappen is er nog steeds een kloof tussen de Verenigde Staten en Europa. Het merendeel van de sociologen met de grootste wetenschappelijke impact komt uit Amerika. Amerikaanse politicologen hebben door de omvang van hun thuismarkt onmiddellijk een groter bereik. Maar ik klaag niet. Onze politici zijn makkelijker bereikbaar. Bovendien hebben we door de kleine omvang van onze thuismarkt vaker de neiging om de generaliseerbaarheid van onze resultaten af te toetsen. Politiek gedrag blijft voor een stuk contextafhankelijk. Daar hebben wij meer oog voor." Zijn er economische toepassingen? Economische toepassingen voor het onderzoek staan niet op Walgravens to-dolijst. "Waarom zou ik met belastinggeld gefinancierd onderzoek moeten verkopen aan wie daar geld voor over heeft? Ik vind dat niet mijn taak als academicus." En een spin-off met de expertise van de Stemtest? "In theorie zou dat kunnen", zegt Walgrave. "Een Nederlandse collega heeft een bedrijfje rond een vergelijkbare kieswijzer. De ondernemende reflex is in de sociale wetenschappen minder sterk aanwezig. Niemand in onze faculteit heeft een spin-off, denk ik. Misschien vinden we patenten ooit wel een obsessie waard, maar voorlopig is dat niet aan de orde. Voor mij telt dat ik iets kan doorgronden en daar een paper over mag schrijven. Puur inhoudelijk werken, dat maakt mij het gelukkigst. Ik wil de kostbare onderzoekstijd zo veel mogelijk beschermen. Voor een leven als onderzoeksmanager ben ik niet in de wieg gelegd." Waar haalt hij de motivatie? Meten om te weten, dat blijft de motivatie voor Walgrave. "Ik wil begrijpen hoe de wereld in elkaar zit", zegt hij. "Ook het sociale aspect vind ik belangrijk. Een van de hoogtepunten van het jaar is wanneer we met onze onderzoeksgroep van 35 mensen een vakantiehuis huren. Een weekend lang werken en spelen we zo hard, dat we er twee dagen van moeten bekomen." En ijdelheid blijkt ook een factor. "Al eens op tv komen, vaak geciteerd worden en twee keer een ERC-beurs binnenhalen, dat maakt een mens trots. Ik wuif dat misschien weg, maar inwendig ben ik fier. Er zit een competitiebeest in iedereen, en zeker in mij."