Waarom moet u deze wetenschapper kennen?

Hij geeft les aan de KU Leuven in het departement literatuurwetenschappen en culturele studies. Thuis spreekt hij Nederlands, maar Franstalige lezers kennen Jan Baetens wellicht eerder als dichter. Hij kreeg in 2007 de driejaarlijkse prijs voor Poëzie van de Franstalige Gemeenschap. Voorts is hij bekend door zijn interesse in graphic novels, fotoromans en novelisatie, de omzetting van films in romans. Hij publiceert in het Frans en het Engels, op wetenschappelijk hoog niveau.
...

Hij geeft les aan de KU Leuven in het departement literatuurwetenschappen en culturele studies. Thuis spreekt hij Nederlands, maar Franstalige lezers kennen Jan Baetens wellicht eerder als dichter. Hij kreeg in 2007 de driejaarlijkse prijs voor Poëzie van de Franstalige Gemeenschap. Voorts is hij bekend door zijn interesse in graphic novels, fotoromans en novelisatie, de omzetting van films in romans. Hij publiceert in het Frans en het Engels, op wetenschappelijk hoog niveau. Baetens weigert zich te specialiseren. Toch wordt hij beschouwd als een expert, al behelst zijn vakgebied niet voor iedereen hetzelfde. Sterker nog: Baetens is zowel een wetenschapper als een artiest. "Het is wellicht een beetje frivool, maar ik geloof wel in de wisselwerking tussen theorie en praktijk", zegt hij. De dalende interesse voor het Frans dwong Baetens nieuwe paden verkennen. Zoals het verband tussen literatuur en beeldcultuur. "Ik publiceer nog steeds over Franse literatuur, maar ik heb ook altijd interesse gehad in de relatie tussen woord en beeld. Tot mijn zestiende had ik zelfs nauwelijks zogenaamde serieuze literatuur gelezen. Ik las voornamelijk strips." Nu is hij een autoriteit in graphic novels, zeg maar strips met ambitie. Of fotoromans en het fenomeen van novelisatie. Dat laatste blijkt een goed betalende business te zijn voor sommige Vlaamse auteurs. "Ze doen dat meestal onder pseudoniem, omdat het als een commerciële praktijk wordt gezien." Een derde pijler van zijn onderzoek is de interactie tussen de hoge en de lage cultuur in de cultuurindustrie. Het draait om het economisch exploiteren van culturele producten op grote schaal. "Ik ben met andere woorden een beetje touche à tout en geen specialist, en daar ben ik heel gelukkig mee." "Het academische geheugen is nogal kort, alles wat ouder is dan vijf jaar bestaat administratief niet meer", stelt Baetens. "Voor wetenschappers natuurlijk wel, maar in de menswetenschappen spring je niet van het ene naar het andere paradigma. Bij ons is er veeleer een accumulatie van kennis, de oudere inzichten blijven doorwerken." Als literatuurwetenschapper die over Franse literatuur schrijft, is zijn oriëntatie per definitie internationaal. In de jaren negentig begon Baetens ook met academische publicaties over beeldcultuur. Hij werkte toen aan de Universiteit van Maastricht. "Dat was een zeer leerrijke ervaring", vertelt hij. "Ik moest in het Engels beginnen te werken, en bovendien zijn de culturele en de wetenschappelijke referenties bij onze noorderburen anders dan hier." Met strips kun je een volwaardige academische carrière uitbouwen, zo blijkt. Baetens schreef de eerste uitgave over graphic novels bij de Cambridge University Press. Daarmee zette hij een trend. "Een belangrijke mijlpaal was ook een congres in de VS over Will Eisner, een van de vaders van de graphic novel. In 1978 publiceerde hij 'A contract with god'. Twintig jaar later was ik uitgenodigd op een conferentie daarover. Ik heb daar veel contacten aan overgehouden en het heeft me gelanceerd op de Amerikaanse markt." Economische valorisatie in de menswetenschappen is anders dan pakweg in de biotechnologie. Toch levert het academische werk van Baetens ook geld op. "Enerzijds is er de financiering van onderzoeksgroepen. Die gebeurt via verdeelsleutels in functie van de wetenschappelijke output. Ik ben een veelschrijver. Ik produceer bijna 800 bladzijden per jaar. Rijk word ik daar niet van, maar het telt mee in de financiering van de faculteit." Ook een duizendpoot moet zijn inspiratie ergens halen. "Ik haal gewoon voldoening uit wat ik doe. Al is de wisselwerking tussen mijn academische en mijn creatieve werk noodzakelijk. Zo word ik mijn werk nooit beu."