Door lieven desmet, fotografie thomas de boever
...

Door lieven desmet, fotografie thomas de boeverDe crisis in de textielsector sloeg het voorbije anderhalf jaar ongemeen hard toe. Veel bedrijven moesten saneren om het hoofd te bieden aan omzetdalingen tot meer dan een kwart. Ondertussen stegen de grondstoffenprijzen en devalueerden handelsmunten als de dollar en vooral het Britse pond. Dat vrat de minieme marges grotendeels weg. Saneren op korte termijn is één ding, een strategische visie ontwikkelen voor de lange termijn een ander. Gregory De Clerck stapte in 2006 in het bedrijf van zijn ouders en kwam aan het hoofd van de divisie Domo Industries. Zijn opdracht is het bedrijf klaarstomen voor een nieuwe toekomst, want ook Domo deelde fors in de klappen. Maar het is een gedreven De Clerck junior die ons ontvangt in het hoofdkantoor in Zwijnaarde. De Clerck doet uit de doeken hoe Domo zich gaat positioneren. Want ondanks alle onheilsprofeten die het textiel in West-Europa een begrafenis eerste klas willen toebedelen, is het geloof in een winstgevend toekomstmodel van de jonge De Clerck onwrikbaar. Criticasters kunnen hier een bewijs in zien van jeugdig, zelfs naïef enthousiasme. Misschien is De Clerck wel het symbool voor de nieuwe generatie textiliens die genoeg heeft van de inertie die de conservatieve sector al geruime tijd in zijn rangen liet sluipen. "Wij willen vooruit, ondernemen, dat zit in ons DNA", zegt De Clerck strijdvaardig. Domo - de naam is de ablatief voor domus in het Latijn en betekent thuis - staat vooral bekend voor residentieel tapijt. Maar die vlag dekt niet meer helemaal de lading. In 1989 werd het bedrijf verzelfstandigd van de Beaulieu Groep, toen grootvader Roger De Clerck zijn textielimperium verdeelde onder zijn kinderen. De filosofie was om de bedrijven afzonderlijk uit te laten groeien tot relevante spelers. Maar de geschiedenis leert dat tegenslagen, foute keuzes, een beenharde concurrentie en een uiterst conservatieve houding de volledige sector in een negatieve spiraal duwden. Een consolidatie drong zich op, maar het duurde tot de zomer van 2005 voor verschillende delen van het conglomeraat elkaar weer vonden in de Beaulieu International Group (BIG). Jan De Clerck was met Domo niet betrokken in dat fusieverhaal wegens een vertroebelde relatie met zijn broers, wegens het fiscale luik dat deBeaulieu-groep nu al jaren als een molensteen om de nek hangt. Domo en zijn aandeelhouders troffen wel een minnelijke schikking met de fiscus, wat het mogelijk maakte om weer op de toekomst te focussen. Onder Jan De Clerck voerde Domo een beleid van verticale integratie. Een concrete stap hierin was de overname van Caproleuna, een chemisch bedrijf uit Oost-Duitsland dat in 1994 werd geprivatiseerd onder toedoen van de Treuhand, de instelling die de staatsbedrijven van de DDR moest verkopen. Daardoor kreeg Domo greep op zijn grondstoffenproductie. Ook een horizontale diversificatie stond op de agenda, waardoor Domo Industries naast kamerbreed tapijt ook andere producten kon aanbieden, om zo los te komen van de klassieke tapijtindustrie. De overname van Cabrita, de Oost-Vlaamse producent van grastapijt en tapijttegels, in 1999 paste in deze strategie. Door de sterke groei van de chemische activiteiten kwam Domo tot de vaststelling dat amper 3 procent van de chemische producten intern werd verwerkt tot tapijt. Die verticale integratie van de Domo Group betekende een rem voor de verdere groei van de chemie. "De verticale integratie botste op haar limieten", blikt De Clerck terug. Tegelijk hadden de vloerbedekkingactiviteiten na jaren van groei ook nood aan een herpositionering toen het landschap drastisch veranderde. De externe CEO, Filiep Libeert, ontwikkelde een strategisch plan om de chemiedivisie te verkopen en de vrijgekomen cash te gebruiken voor investeringen en overnames in de vloerbedekkingactiviteiten. Dat plan ging niet door, onder meer door een te geringe interesse in de chemiedivisie. De strategie werd omgeturnd en - anders dan de fusieoperatie die toen bij BIG volop aan de gang was - werd de Domo Groep opgesplitst in drie bedrijven: Domo Chemicals ( technical plastics en meststoffen), Domo Industries (extrusiematerialen, vloerbedekking en technisch textiel) en de vastgoedtak Alinso Group. "Elke tak heeft een eigen raad van bestuur en management, met een duidelijke strategie. Die drie bedrijven werken dus onafhankelijk om hun toekomst uit te bouwen." Een duidelijke parallel met wat grootvader Roger De Clerck in 1989 deed met het Beaulieu-imperium. Kleinzoon De Clerck kijkt op naar zijn beruchte grootvader. "Voor de buitenwereld was hij een patriarch. Maar voor ons is en blijft hij onze grootvader. Toen we klein waren, gingen we vaak met hem van de ene fabriek naar de andere kijken. Het was fantastisch om zijn dynamiek mee te beleven. Ik vind dat mijn grootvader niet altijd naar waarde is geschat. Ik hoop dat ik iets van zijn doortastendheid en wilskracht heb." De voorbije drie jaar timmerde Gregory De Clerck, die daarvoor een buitenlands carrièrepad had uitgebouwd bij onder meer Picanol en consultant Roland Berger, stevig aan Domo Industries. Van een productgerichte organisatie met acht businessunits bouwde hij het bedrijf om tot een organisatie met twee onafhankelijk geleide divisies (zie organogram). De focussen in de twee divisies heten innovatie, product- en marktontwikkeling en duurzaamheid. Xentrys - het vroegere Domo Fibres & Yarns - ontwikkelt en produceert extrusiematerialen (vezels en garens) voor de tapijtindustrie, betonconstructie, spinnerijen, de automobielsector en geotextiel, dat onder andere gebruikt wordt voor de aanleg van wegen en tuinen. Vorig jaar verkocht Xentrys 60 miljoen kilo aan extrusiematerialen en het is daarmee een relevante speler in zijn sector. Het klassieke tapijtgaren neemt nog altijd een aandeel van zowat 80 procent van de productie in, de nieuwe markten moeten over drie jaar groeien van 20 naar 40 procent, zegt De Clerck. De eigen vloerbedekking- en technisch textieldivisie blijft een grote klant van Xentrys. Die vloerbedekkingdivisie - die later dit jaar ook een andere naam krijgt - is vooral sterk in het segment van de residentiële vloerbedekking, zeg maar tapijt. "Tot eind 2006 was er bij de vloerbekledingactiviteiten een gebrek aan een langetermijnvisie. Door de structuur van voor 2006 waren her en der 'lokale baronieën' ontstaan. Die maakten het moeilijk om activiteiten te integreren, zowel commercieel als operationeel." En dat had zijn gevolgen op de activiteiten. In 2007 bezocht Gregory De Clerck voor het eerst als gedelegeerd bestuurder Domotex, de internationale beurs voor vloerbekleding. "Dat was een ontnuchterende vaststelling. In wat Domo toen aanbood, zat geen lijn. Er ontbrak coherentie in onze productportfolio", zegt hij scherp maar oprecht. "We werden daar gewoon weggelachen, dat was heel nederig ondergaan." De Clerck ging met zijn team aan de slag voor de uitbouw van een productportfolio met duidelijke prioriteiten. Op de jongste Domotex, begin dit jaar, waar Domo Industries zich voortaan met de verschillende merknamen op de retailers van de residentiële vloerbedekking richt, was het beeld al helemaal anders, klinkt het ook in de sector. De productontwikkeling was helemaal uitgewerkt. "We hadden weer een duidelijke visie. Ik heb toen ook de grote klanten gebeld of ze op zijn minst wilden komen kijken. Ik heb ze tot bij ons gekregen en we hebben veel goodwill ge- creëerd. Gisteren kreeg ik overigens fantastisch nieuws van een grote Duitse klant. Hij gaat zijn product range reduceren, maar doet tegelijk een enorme stap vooruit met ons. We nemen dus marktaandeel in van anderen, want hij breidt niet uit. Dat hij kiest voor ons doet deugd en geeft een enorme kick voor de organisatie." Weer aanknopen met groeicijfers moet ook via andere en nieuwe markten komen. Via Captiqs (technisch textiel) wordt Domo Industries ook actief op de markt van reclamespandoeken, een segment van zowat 6 miljoen vierkante meter. Vorig jaar kon Captiqs bij zijn debuut al 600.000 vierkante meter verkopen, zowat 10 procent van de markt. Ook in geluidsisolatieproducten wil Captiqs belangrijke stappen vooruit doen. Een investering van goed 7 miljoen euro in onderzoek en ontwikkeling moet dat onderstrepen. De technische vilten van Captiqs worden voorts voor een hele resem andere productapplicaties gebruikt, onder andere voor de constructie van zwembaden, voor wielkasten en kofferbakken van auto's. Een andere tak, Domo Contract Flooring, werd omgedoopt tot Modulyss en legt zich voortaan sterker toe op tapijttegels voor de kantorenmarkt. Een voorbeeld is de luchthaven van Zaventem, waar Domo vorig jaar nog een project van 10.000 vierkante meter binnenhaalde. Ook aan het thema duurzaamheid werd hard gewerkt. Modulyss was de eerste om begin 2009 een ecologisch tapijttegelgamma te lanceren. Het reduceerde drastisch zijn energieverbruik en smeedde een partnerschap met de milieugroep Vanheede om gebruikte tapijttegels te verwerken tot brandstofpellets. En met zijn kunstgras - sinds de overname van Cabrita in 1999 - is Domo Sports Grass een gevestigde naam in verschillende sportdisciplines. Voetbalclubs zoals Club Brugge en Schalke 04 beschikken over een veld. Domo Sport Grass installeerde al 3200 voetbalvelden en meer dan 11.000 tennisvelden wereldwijd, tot in Rusland. In volle transitie kreeg De Clerck er de crisis bovenop. Al bekijkt hij dat genuanceerd. "We hebben 10 procent omzet verloren, maar geen kwart zoals sommige anderen. Er is ook een deel van het omzetverlies gebudgetteerd omdat we onze productrange hebben aangepast. Vorig jaar zijn we erin geslaagd een stuk van de marge terug te winnen door de dalende grondstofprijzen." De grondstofprijzen stijgen weer, wat resulteert in krimpende marges. Een compensatie kan komen door de lancering van nieuwe producten, nog meer efficiëntie en prijsstijgingen. "De prijzen moeten weer naar omhoog, want je kunt niet zomaar blijven draaien met die stijgende grondstofprijzen die je brutomarge weg knabbelen. We moeten die dus doorrekenen." En dan komt de vraag naar zin of onzin van een verdere consolidatie op de proppen. Al is er volgens Gregory De Clerck al een hele weg afgelegd. "De oproep van Jules Noten van Balta om in de sector tot een verdere consolidatie te komen, vind ik wel positief. Puur analytisch ben ik er ook voorstander van. Alleen was de manier waarop dit idee werd gelanceerd allicht wat ongelukkig." "Maar vergeet niet dat er al een enorme evolutie geweest is de jongste jaren. Een aantal spelers is verdwenen. Andere hebben capaciteit afgebouwd. Domo Industries was daarin de eerste in 2007. Op die manier raakt de overcapaciteit opgelost en is de consolidatie volop bezig. Of dat voldoende is, moet de toekomst uitwijzen. Onze turnaround levert in elk geval weer positieve operationele resultaten op binnen Domo Industries." De Clerck ziet dus potentieel in een toekomstverhaal voor Domo en bij uitbreiding de volledige West-Europese textielindustrie. "We hebben absoluut een langetermijnvisie. Onze generatie wil voort bouwen. De familie heeft in 2006 beslist om Domo als familiaal bedrijf te handhaven en uit te breiden. Het signaal dat we hebben gegeven met mijn aantreden is dan ook goed onthaald. Uiteraard word je, als relatieve nieuwkomer, hier en daar getest, zowel intern als extern. Dat was soms een harde, maar goede leerschool." Of zijn bekende achternaam een voor- of een nadeel is? "Beide. Maar ik heb leren leven met mijn naam. Toen ik in mijn eerste jaar aan de universiteit zat, gebruikten enkele proffen het dossier-Beaulieu in hun praktijkoefeningen. 'Er is voor zoveel gefraudeerd, maak daar nu eens een integraal van'. Daar zit je dan. Neen, dat is niet gemakkelijk. Maar voor mij primeert het voordeel. Met de nadelen heb ik leren leven. Dat is voor heel onze generatie zo. Maar wij willen vooruit." "Ik vind dat mijn grootvader niet naar waarde is geschat. Ik hoop dat ik iets van zijn doortastendheid en wilskracht heb" Gregory De Clerck