" Het is de eerste keer sinds de coronacrisis dat ik weer in een horecazaak kom", zegt Christine Van Broeckhoven (68) in de bar boven het centraal station van Antwerpen. Straks trekt ze de stad in voor een diner met haar echtgenoot Marc. "Al bij al heb ik de pandemie gemakkelijk doorstaan. Aan het begin van de lockdown hebben mijn man en ik het kantoor thuis opgeruimd en herschikt. We hebben meer dan een jaar tegenover elkaar gewerkt. Ik zou zelfs durven te zeggen dat het gezellig was."
...

" Het is de eerste keer sinds de coronacrisis dat ik weer in een horecazaak kom", zegt Christine Van Broeckhoven (68) in de bar boven het centraal station van Antwerpen. Straks trekt ze de stad in voor een diner met haar echtgenoot Marc. "Al bij al heb ik de pandemie gemakkelijk doorstaan. Aan het begin van de lockdown hebben mijn man en ik het kantoor thuis opgeruimd en herschikt. We hebben meer dan een jaar tegenover elkaar gewerkt. Ik zou zelfs durven te zeggen dat het gezellig was." Van Broeckhoven is allicht het bekendste wetenschappelijke exportproduct van België. De alzheimerprofessor, zoals ze wordt genoemd, onderzoekt al meer dan 38 jaar de moleculair-genetische kant van de ziekte. Van Antwerpen tot Californië: overal borduren onderzoeksgroepen voort op haar werk. "Voor mijn PhD-studenten en technici was het voorbije jaar veel moeilijker", zegt Van Broeckhoven. "Vooral mijn studenten hebben veel tijd verloren. Hun onderzoek viel vrijwel volledig stil. Ik heb hen tijdens die maanden aangemoedigd om te schrijven aan de wetenschappelijke artikels die nodig zijn voor hun thesis. Ik verwacht minstens drie publicaties van elke student om hun doctoraat te verdedigen. Voor drie van hen heb ik de verdediging met enkele maanden moeten uitstellen. Eén heeft zijn PhD-thesis intussen kunnen indienen." De onderzoekplaatsen bij de professor zijn erg gewild. Haar naam prijkt boven meer dan 750 wetenschappelijke artikels. Haar werk werd al beloond met de Amerikaanse MetLife Award for Medical Research en Potamkinprijs, een prestigieuze internationale erkenning van haar pionierswerk in de alzheimergenetica. Ook de Internationale Prijs voor Vrouwen in Wetenschappen van L'Oréal/Unesco voor Europa en de Europese Inventor Award voor onderzoek mocht ze al op haar naam schrijven.Het alzheimeronderzoek draait vooral rond het bèta-amyloïde-eiwit en het tau-eiwit, die zich beide in de hersenen bevinden. Ze hebben er belangrijke functies; iedereen heeft ze ook. Bij de ziekte van Alzheimer klonteren die eiwitten samen, waardoor er massaal hersencellen afsterven en er problemen met het geheugen en de cognitie verschijnen. Het amyloïde en het tau werden jarenlang beschouwd als de boosdoeners in het ziekteproces. De onderzoeken naar medicijnen richtten zich daarom tegen die twee eiwitten om het klonteren te verminderen. Zo zou de ziekte vertraagd of gestopt kunnen worden. Alle pogingen werden echter zonder succes afgerond. Volgens de professor is er kostbare tijd verloren door wat zij de amyloïde-maffia noemt. Die lobbygroepen hebben andere onderzoeken jarenlang tegengewerkt. Wetenschappelijke artikels die hun ideeën tegenspraken, werden geweigerd of vertraagd. Onderzoekers die andere wegen bewandelden, kregen moeilijker financiering. De jongste jaren komen er gelukkig steeds meer positieve berichten uit het onderzoeksveld. In de klinische diagnose van alzheimerpatiënten is veel vooruitgang geboekt. "Dankzij de technologische ontwikkelingen kan het ziekteproces beter gevolgd worden", zegt Van Broeckhoven. "Alzheimer genezen is nog altijd niet voor morgen, maar er zijn eindelijk grote stappen in de goede richting gedaan. Iedereen beseft dat we moeten ingrijpen vóór de ziekte schade heeft aangebracht." Dankzij twee nieuwe technieken - het meten van de hoeveelheid amyloïde- en tau-eiwitten in het hersenvocht, en een scan die amyloïde kan opsporen in de hersenen - is de diagnose heel betrouwbaar geworden. We weten nu dat het bèta-amyloïde-eiwit eerst klontert in de hersenen en het tau-eiwit dat pas tien tot twintig jaar later doet, waarna het ziekteproces op gang komt. Dat betekent dat je vele jaren kan rondlopen met het bèta-amyloïde-eiwit zonder symptomen van de ziekte, tot het tau-eiwit het verlies van hersencellen op gang brengt en er wel symptomen verschijnen. Het is dus interessanter om preventief te werken in plaats van te genezen als het te laat is. Verder onderzoek is nodig, maar deze vaststellingen zijn hoopgevend. "Ik blijf dus werken zolang ik kan." Hoewel Van Broeckhoven een autoriteit in alzheimeronderzoek is, werd ze haar volledige carrière geconfronteerd met een gebrek aan financiering. Het voelt onrechtvaardig aan dat er voor dementieonderzoek gebedeld moet worden om kleine sommen geld los te krijgen. "Dat er miljoenen gaan naar het onderzoek van andere ziekten is uiteraard heel goed. Wij moeten het met amper 10 procent van die budgetten doen. Veel goede wetenschappers verhuizen daarom naar de Verenigde Staten. Daar is globaal gezien meer financiering voor wetenschappelijk werk. Ook voor onderzoek naar hersenziekten." De professor wijst ook op de rol van de overheid, die te weinig aandacht heeft voor hersenziekten. Ze pleit al langer voor een witboek dat in aanvullende financiering voorziet, naar analogie met bijvoorbeeld het witboek voor hart- en vaatziekten. Vandaag is een op de drie Belgen een 65-plusser. We worden ouder dankzij een betere levensstijl en een goede en toegankelijke gezondheidszorg. "Maar dat wil ook zeggen dat het aantal mensen met dementie zal blijven stijgen, aangezien de symptomen meestal op latere leeftijd verschijnen", aldus Van Broeckhoven. "En ook ouderen hebben recht op een leven met een gezonde geest." Via giften en legaten verzamelt de professor zelf extra middelen om haar onderzoek te financieren. Dat doe ze via de vzw Brein Instituut. Die heeft ze zelf opgericht voor fondsenwerving en om de communicatiekloof rond alzheimer te verkleinen. Volgens de professor was dit de meest eerbare oplossing om geld effectief naar haar onderzoek te laten stromen. Er werken veel vrouwen in de onderzoeksgroep van Van Broeckhoven. Zelf was ze een van de eerste vrouwen aan de UAntwerpen die er professor werd. "Ik doe niet aan positieve discriminatie. Ik selecteer op kennis en passie voor wetenschap. Misschien zijn vrouwen simpelweg betere wetenschappers? Wie hier werkt, heeft die plaats verdiend door hard te werken en originele onderzoeken voor te stellen. Vrouwen kunnen hier een goede balans vinden tussen privé en werk. Als een kind ziek wordt, dan kunnen ze thuis werken. Maar ik verwacht evengoed dat het werk tijdig is afgerond." Topwetenschappers waren lang alleen mannen. Nu weet Van Broeckhoven hoe ze daarmee moet omgaan. "Correctie: dat heb ik altijd geweten. Ik ben altijd opgekomen voor mijn rechten en die van collega's. Maar het klopt wel dat vrouwen nog altijd de neiging hebben zich weg te stoppen. Als mijn vrouwelijke PhD-studenten voor het eerst op een congres spreken, zie je ze vaak enkele stappen achteruit doen. Ik spreek hen daarop aan: 'Zet geen stap achteruit, maar vooruit. Net zoals in je onderzoek.'"