Begin 2005 pakken de lidstaten van de Europese Unie uit met een gemeenschappelijk systeem om de inkomsten uit spaargeld te belasten. Van dan af zullen de respectieve overheden fiscale informatie over niet-onderdanen aan elkaar uitwisselen. Op die manier kunnen de betrokken admini-straties burgers met een buitenlandse rekening toch nog belasten op hun intresten.
...

Begin 2005 pakken de lidstaten van de Europese Unie uit met een gemeenschappelijk systeem om de inkomsten uit spaargeld te belasten. Van dan af zullen de respectieve overheden fiscale informatie over niet-onderdanen aan elkaar uitwisselen. Op die manier kunnen de betrokken admini-straties burgers met een buitenlandse rekening toch nog belasten op hun intresten. België, Luxemburg en Oostenrijk genieten een uitzondering. Tijdens een overgangsfase zullen ze een roerende voorheffing invoeren die oploopt van 15 % tot 35 %. Uiteindelijk moeten ook deze drie lidstaten overschakelen op het zogenaamde reporting-systeem, maar een definitieve datum is nog niet overeengekomen. Wel beloven ze driekwart van de inkomsten uit deze bronheffing door te storten naar het thuisland van de houder. In de praktijk betekent dat het einde van de zogenaamde couponnetjestrein naar speciale gunstregimes, en op termijn zelfs het einde van het bankgeheim binnen de EU. Onno Ruding, de vice-voorzitter van Citibank, juicht deze historische doorbraak toe. Als voormalige minister van Financiën van Nederland en auteur van het Europese rapport over de harmonisering van de vennootschapsbelasting uit 1992, pleit deze topbankier al sinds jaar en dag voor meer fiscale eenheid tussen de lidstaten. "Tijdens mijn politieke mandaat in de jaren tachtig heb ik zelf een systeem van informatie-uitwisseling voorgesteld. Nederland beschikte niet over een bevrijdende roerende voorheffing, en die intresten uit spaargelden werden tegen het hoogste tarief van de inkomstenbelasting getaxeerd," aldus de christen-democraat. "Jammer genoeg is die operatie toen niet gelukt. De andere landen wensten hierover geen bilaterale overeenkomsten te sluiten." ONNO RUDING (CITIBANK). "Ja, natuurlijk. Alle lidstaten keurden de maatregel immers unaniem goed. Alleen is het politieke akkoord een worst, een samenraapsel van verschillende visies. Men had beter geen tijdelijke uitzonderingen toegestaan en van in het begin voor de uitwisseling van fiscale gegevens gekozen. Maar goed, dat is nu eenmaal de prijs die je voor een compromis betaalt. Ik ben al blij dat de Europese Unie na twintig jaar discussiëren eindelijk een oplossing heeft gevonden. Bovendien zijn de onderhandelaars erin geslaagd Zwitserland bij het systeem te betrekken. Het zal het overgangsregime van België, Luxemburg en Oostenrijk toepassen. Zo wordt vermeden dat al het kapitaal naar deze niet-EU-lidstaat vlucht. Bovendien levert de spaarrichtlijn de lidstaten extra inkomsten op: ofwel innen ze zelf de belastingen, ofwel krijgen ze 75 % van de opbrengsten uit de bronheffingen doorgestort." RUDING. "Ik ben ervan overtuigd dat de maatregel een flink effect zal hebben. Vandaag zitten heel wat spaarders met hun geld in het buitenland. Niemand kent het juiste bedrag, maar het gaat zeker om enkele honderden miljarden euro, die nu nog onbelast blijven. Na de uitwisseling van fiscale gegevens wordt kapitaalvlucht naar een andere EU-lidstaat en Zwitserland fel ontmoedigd. Bovendien is de algemene verwachting dat de Europeanen veel van hun tegoeden uit de landen met bankgeheim zullen terugtrekken, maar daar was het precies om te doen. De richtlijn zal dus zeker extra inkomsten voor de schatkisten van België, Duitsland en Frankrijk opleveren. De gevolgen voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk liggen beduidend lager, terwijl er voor Italië mijns inziens weinig of niets verandert. Ten slotte verbaast de bronheffing van 35 % vanaf 2010 mij wel. Dat ultrahoge percentage vind ik een destructief voorstel van Zwitserland." RUDING. "Wij geven onze cliënteel ter zake geen advies. Dankzij ons internationale netwerk maakt het ons niet uit waar de spaarder gevestigd is. Maar het fenomeen op zich bewijst dat de maatregel een groot effect zal hebben. Als de belegger zijn gedrag niet verandert, zal hij gedwongen worden belastingen in het buitenland af te dragen. In het andere geval vindt een belangrijke verplaatsing van kapitaal plaats." RUDING. "Ten dele, maar niet helemaal natuurlijk. Door de hybride overgangsmaatregel kunnen een aantal landen - in casu België, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland - heel lang hun bankgeheim bewaren. Minstens tot 2010. Wel zal de spaarrichtlijn een nieuwe dynamiek aan de dubbele belastingverdragen geven, want je zult onderling duidelijk moeten afspreken hoe en wanneer je alle opbrengsten naar elkaar zult doorstorten. Zo dringt zich bijvoorbeeld ook de vraag op hoe je mensen met een dubbel paspoort gaat aanpakken. Al die technische kwesties zullen in bilaterale overeenkomsten uitgeklaard moeten worden. De uitwerking kan maanden in beslag nemen." RUDING. "Ik denk niet dat de Europese Commissie daadwerkelijk met een voorstel van fiscale amnestie op Europees vlak zal komen. Ze heeft volgens mij het generaal pardon, zoals ze dat in Nederland noemen, als dreigement gebruikt om Zwitserland onder druk te zetten. Met succes, trouwens. Hoe je het ook wendt of keert, de Zwitsers profiteren zelf ook van een Europese eenheidsmarkt. Om van de economische voordelen te genieten, is het niet meer dan billijk dat ook zij een duit in het zakje doen. Maar of dat een goede reden is om uiteindelijk een algemene fiscale amnestie af te kondigen, betwijfel ik." RUDING. "Zo had ik het nog niet bekeken. Daar moet ik eens met mijn liberale vriend Frits Bolkestein ( VVD), Europees commissaris voor Fiscaliteit, over praten. Maar persoonlijk ben ik geen voorstander van een fiscale amnestie op Europees vlak. Iedere lidstaat moet dat voor zichzelf uitmaken. Tijdens mijn ambtsperiode in Nederland botste dat idee al vlug op een politiek veto van de socialisten en van mijn eigen CDA. Maar Italië heeft zo'n maatregel wel met succes uitgevaardigd, hoewel dat land nu niet meteen bekendstaat om zijn ethische principes op fiscaal vlak. De Verenigde Staten past op bepaalde terreinen ook een generaal pardon toe, en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder loopt met soortgelijke plannen rond. Maar die laatste zoekt veeleer mogelijkheden om de grote put in de staatskas te delgen." RUDING. "In de eerste plaats twijfel ik aan het morele karakter van zo'n maatregel. Niet dat ik een calvinistische puritein ben. Integendeel, ik ben een praktiserend katholiek. Maar ik kan toch moeilijk zomaar de spons vegen over een bepaalde vorm van belastingontduiking. Ook lijkt het me politiek niet haalbaar om het voorstel unaniem te laten goedkeuren in de Europese Raad. Ten tweede stel ik mij vragen over de praktische modaliteiten van een fiscale amnestie. "Enerzijds mag het tarief niet te laag zijn - zoals de 2,5 % in Italië - want dan beloon je de fraudeurs. Anderzijds zal een eenmalige heffing van 20 % weinig of geen resultaten opleveren. Vervolgens zou het generaal pardon ingebed moeten worden in een pakket van maatregelen. Zo is een verscherpte controle achteraf en een verhoging van de boetes noodzakelijk om de pakkans te vergroten. Maar dat kost op zijn beurt geld, mankracht en informatica. Daartegenover staat wel dat je de opbrengsten van die operatie kunt gebruiken om de fiscale tarieven te drukken - in eerste instantie op spaargelden, want daar gaat het over. Veel landen heffen daar echter al niet veel op. Misschien kun je met die extra inkomsten ook de successierechten of inkomstenbelasting op arbeid verlagen. Maar je mag de ontvangsten zeker niet voor een hervorming van de vennootschapsbelasting gebruiken. Dat is appelen met peren vergelijken."RUDING. "Ja, maar dat is een heel andere discussie. Dat heeft niets te maken met zwart geld of fraude. Op het vlak van de vennootschapsbelasting vindt op dit ogenblik een concurrentieslag tussen de lidstaten plaats. De Europese Commissie wil hier meer eenvormigheid invoeren, maar dat is niet zo gemakkelijk wegens de vereiste unanimiteit. "Een lichte vorm van fiscale concurrentie kan binnen de Unie wel heel nuttig zijn. Het is goed dat sommige landen merken dat ze niet zomaar hun tarieven kunnen verhogen, omdat bedrijven dan zouden verhuizen naar goedkopere landen. Nochtans vind ik het extreme verschil - zoals de invoering van een 12,5 %-tarief in Ierland en de 35 % vennootschapsbelasting die veel andere landen nog hanteren - te groot. Zo'n discrepantie belemmert de eenheidsmarkt. Men zal dus op termijn tot een harmonisatie van de vennootschapsbelasting op Europees vlak moeten komen om alle distorsies op te heffen. In die zin keur ik de Ierse maatregel dus niet goed. "Toch zie ik een voordeel in die 12,5 %. Het zal de Unie ertoe aanzetten om over te schakelen op een gekwalificeerde meerderheid voor fiscale besluiten, zodat vermeden kan worden dat lidstaten in de toekomst nultarieven zouden hanteren. Nu beschikt elk land nog over een vetorecht. Zeker als daar binnenkort tien nieuwe Oost-Europese leden bijkomen, is zo'n systeem niet langer houdbaar. Tegelijk denk ik niet dat de andere lidstaten het Ierse voorbeeld zullen volgen. Wel zullen ze zich driemaal bedenken vooraleer ze hun tarief nog verder verhogen. Op termijn verwacht ik veeleer een geleidelijke verlaging naar gemiddeld 30 %. "Voor een massale delokalisatie van vennootschappen ben ik niet bang. Voor ondernemingen is fiscaliteit niet de enige factor om hun keuze van vestiging te bepalen. Anders zouden zich in België of Frankrijk vrijwel geen bedrijven meer bevinden, want dat zijn op het vlak van vennootschapsbelasting zeer dure landen - zeker als je daar de sociale premies bijtelt."RUDING. "De wetgeving maakt het het bedrijfsleven niet zo makkelijk dat je in België kunt produceren en tegelijkertijd het lage tarief van Ierland genieten. Daar steken de strenge regels op transfer pricing - het binnen een en dezelfde groep doorfactureren van de ene naar de andere vestiging in verschillende landen - gegarandeerd een stokje voor. Wel ben ik een sterke voorstander van de zogenaamde Europese vennootschap. Maar jammer genoeg heeft de Unie daar geen fiscaal statuut op geplakt. De maatregel zal in de praktijk dus dode letter blijven." RUDING. "Dergelijke debacles gebeuren niet alleen in de VS, ze zijn universeel. Kijk maar naar Ahold in Nederland, Vivendi in Frankrijk of Marconi in het Verenigd Koninkrijk. Strenge wetgevingen zijn niet voldoende om die problemen op te lossen, maar ze helpen wel. Toch zullen er altijd mogelijkheden blijven bestaan om te frauderen. Daarom is bijkomende zelfregulering nodig, aangevuld met uniforme boekhoudregels. Bovendien dringt zich een verregaande convergentie op tussen de Europese en de Amerikaanse normen. Nu zitten er nog te grote verschillen tussen IAS en US GAAP. Het kan toch niet dat een Belgisch bedrijf dat ook op de New York Stock Exchange genoteerd staat op twee verschillende manieren zijn financieel rapport uitbrengt. Dat is veel te verwarrend voor de beleggers, de aandeelhouders en al wie met het bedrijf in kwestie moet omgaan." RUDING. "Algemeen zou ik willen zeggen dat het niet de hoofdbekommernis is van onze bank om de meest aantrekkelijke fiscale constructies aan te bieden aan onze cliënteel. Citibank is bijvoorbeeld niet eens vertegenwoordigd in Liechtenstein. De invoering van de Europese spaarrichtlijn zal voor onze bank dus geen beleidswijziging met zich brengen. Daarnaast is het ons vaste beleid om geen commentaar te geven op een lopend strafonderzoek, en werken we volledig mee met de fiscale autoriteiten. Alle beschikbare informatie wordt ter beschikking gesteld. Maar tot slot wil ik opmerken dat bij al die belastingtoestanden het de cliënt zelf is die beslist wat er met zijn spaargeld gebeurt." Eric Pompen"Ik twijfel aan het morele karakter van fiscale amnestie. Ik kan toch moeilijk zomaar de spons vegen over een bepaalde vorm van belastingontduiking.""Er moet een Europese harmonisatie van de vennoot-schapsbelasting komen."