Een belangrijk uitvloeisel van de Europese eenmaking is de Bologna-verklaring, een beginselverklaring over een Europese ruimte voor hoger onderwijs, ondertekend door 29 ministers van Onderwijs in Bologna op 19 juni 1999. Hierdoor werden vergelijkbare diploma's (bachelor-master) in de deelnemende landen ingevoerd, de uitwisseling van studenten en docenten gestimuleerd en de samenwerking tussen opleidingsinstituten gestructureerd. In Vlaanderen heeft dat onder andere geleid tot de oprichting van associaties tussen universiteiten en hogescholen, met als belangrijkste doelstelling het niet-universitair hoger onderwijs op te tillen door het te stoelen op wetenschappelijk onderzoek. De Associatie KU Leuven is zo'n samenwerkingsverband tussen de KU Leuven en dertien Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs.
...

Een belangrijk uitvloeisel van de Europese eenmaking is de Bologna-verklaring, een beginselverklaring over een Europese ruimte voor hoger onderwijs, ondertekend door 29 ministers van Onderwijs in Bologna op 19 juni 1999. Hierdoor werden vergelijkbare diploma's (bachelor-master) in de deelnemende landen ingevoerd, de uitwisseling van studenten en docenten gestimuleerd en de samenwerking tussen opleidingsinstituten gestructureerd. In Vlaanderen heeft dat onder andere geleid tot de oprichting van associaties tussen universiteiten en hogescholen, met als belangrijkste doelstelling het niet-universitair hoger onderwijs op te tillen door het te stoelen op wetenschappelijk onderzoek. De Associatie KU Leuven is zo'n samenwerkingsverband tussen de KU Leuven en dertien Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs. Dat ons hoger onderwijs door samenwerkingsverbanden opengetrokken wordt en onze studenten hun horizon kunnen verbreden door een deel van hun studies in het buitenland te doen, is zonder meer toe te juichen. Dat de kwaliteit van ons niet-universitair hoger onderwijs verbeterd wordt eveneens. De doelstelling van de 'academisering' van het niet-universitair hoger onderwijs, zoals gedefinieerd op de website van de Associatie KU Leuven, is naar mijn bescheiden mening echter een miskleun. Volgens de website betekent academisering dat de 'academische' hogeschoolopleidingen op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd worden, met het oog op een progressieve integratie van de hogeschoolopleidingen in de universiteit. Om dat proces te ondersteunen, worden onder andere de statuten van geaffilieerd onderzoeker en geassocieerd (hoofd)docent/hoogleraar gecreëerd, met dezelfde rechten als het zelfstandig academisch personeel van de universiteit voor de toegang tot onderzoeksfinanciering en kredietbeheer, of als dit al niet zou lukken tot het stimuleringsfonds van de KU Leuven. Op 26 augustus 2010 ondertekenden de KU Leuven, de Associatie KU Leuven en vijf partnerhogescholen met een opleiding industrieel ingenieur een verregaande samenwerkingsovereenkomst met het oog op de integratie van deze hogeschoolopleidingen als een volwaardige faculteit binnen de groep Wetenschap en Technologie van de KU Leuven. Dat André Oosterlinck, zelf industrieel ingenieur, hierachter staat, is misschien nog te begrijpen. Zijn mandaat en toekomst als voorzitter van de Associatie staan of vallen met zulke overeenkomsten. Maar dat ook rector Mark Waer, toch een man met enige visie, hierin mee stapt, vind ik op zijn zachtst gezegd bedenkelijk. Deze evolutie gaat lijnrecht in tegen het feit dat innoverend wetenschappelijk onderzoek zowel creatief talent als voldoende middelen vereist en derhalve slechts toegankelijk is voor een beperkte elite. Het is de taak van de overheid om creatief talent de kans te geven toe te treden tot een omgeving met voldoende middelen en kritische massa, maar niet om de middelen zo breed uit te smeren dat het neerkomt op het uitdelen van opgewaardeerde aalmoezen. Het verdelen van de schaarse middelen voor wetenschappelijk onderzoek over alle geacademiseerde hogescholen kan volgens mij de echt getalenteerde onderzoekers alleen maar benadelen. Het probleem is des te nijpender geworden door de crisis en de noodzakelijke besparingen van de overheid. Hierdoor is armoe troef geworden bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen en het IWT, de twee belangrijkste financieringsbronnen voor wetenschappelijk en strategisch basis-onderzoek aan de universiteiten. Bovendien is de structurele universitaire financiering voor onderzoek over de jaren volledig opgedroogd. Deze schaarse middelen ook nog toegankelijk stellen voor niet-universitair hoger onderwijs kan alleen maar leiden tot nivellering naar beneden. Let wel, ik heb helemaal niets tegen industrieel ingenieurs en vind zelfs dat zij voor het draaiend houden van onze economie ongetwijfeld belangrijker zijn dan wetenschappers die altijd op zoek zijn naar maar bijlange niet altijd iets vinden dat waardevol is voor onze maatschappij. Ik vrees echter dat met deze strategie de KU Leuven het geacademiseerd hoger onderwijs wel zal incorporeren, maar ten koste van de echte 'academische' kwaliteit. Een stap vooruit die er eigenlijk een achteruit is. Désiré Collen - Voorzitter van ThromboGenicsDésiré CollenHet verdelen van de schaarse middelen voor wetenschappelijk onderzoek over alle geacademiseerde hogescholen kan de echt getalenteerde onderzoekers alleen maar benadelen.