Het kan al evenmin een toeval zijn dat geen enkele instantgoeroe uit de nieuwe economie op de favorietenlijst prijkt. Na het leeglopen van de dotcomballon lieten de verkondigers van de blijde boodschap van de nieuwe economie nog minder sporen na dan de punk in de popgeschiedenis. Vreemd genoeg is het misslaan van de bal geen monopolie van dergelijke modepriesters, maar zakken ook grote managementprofeten wel eens pijnlijk door het podium. Zelfs de huidige paus Gary Hamel verslikte zich met het jarenlang hartstochtelijk bewieroken van energietrader Enron. Momenteel geeft niemand nog een cent voor de zwalpende onderneming.
...

Het kan al evenmin een toeval zijn dat geen enkele instantgoeroe uit de nieuwe economie op de favorietenlijst prijkt. Na het leeglopen van de dotcomballon lieten de verkondigers van de blijde boodschap van de nieuwe economie nog minder sporen na dan de punk in de popgeschiedenis. Vreemd genoeg is het misslaan van de bal geen monopolie van dergelijke modepriesters, maar zakken ook grote managementprofeten wel eens pijnlijk door het podium. Zelfs de huidige paus Gary Hamel verslikte zich met het jarenlang hartstochtelijk bewieroken van energietrader Enron. Momenteel geeft niemand nog een cent voor de zwalpende onderneming. Intussen ligt de klemtoon weer als vanouds op rentabiliteit, productiviteit en strategie. Al dringt de vraag zich op of bedrijven niet vanzelf rendabeler worden wanneer ze de peperdure seminaries en adviezen van de managementhogepriesters schrappen. Volgens de Kennedy Information Research Group, een Amerikaans marktonderzoeksbureau, was de managementadviessector vorig jaar goed voor een omzet van 22 miljard euro. Hoe groter de onderneming, hoe meer ze uitgaf aan extern advies. Bedrijven die een omzet draaiden tussen de 10 miljoen en de 10 miljard euro besteedden gemiddeld 0,2% van hun inkomsten aan consultants. Ondernemingen met een omzet tot 25 miljard euro zelfs 0,3%. Vlaamse no nonsenseHet zoeken naar fundamenten, geflankeerd door een Vlaamse no-nonsensebenadering met op de achtergrond een gezonde portie kritiek zonder meteen in cynisme te vervallen - die aanpak deemstert door in de keuze van de Managers van het Jaar. Zo verkiezen velen ook een geduldig boek boven de vaak hypernerveuze lezingen (waarvoor topgoeroes als Tom Peters al gauw een kleine 70.000 euro oprapen - zulke buitenissige gages moeten ook wel kwakzalvers aantrekken en in een niet-exacte wetenschap valt het niet mee om hen zomaar weg te filteren). Opmerkelijk ook is dat nogal wat Vlaamse topmanagers niet alleen inspiratie putten uit de raadgevingen van managementgoeroes, maar ook uit de ervaringen van politici, economen, sociologen en - jawel - krijgsheren. Zo staan op het favorietenlijstje van Theo Dilissen ( Real Software, Manager van het Jaar 2001) onder meer de boeken Hoogmoed en Vergelding - de tweedelige biografie van Hitler door Ian Kershaw - en World War I van John Keegan . Fernand Huts ( Katoen Natie Group en Manager van het Jaar 1987) zoekt zijn favoriete boeken vooral in de sociobiologie en de antropologie. "Wie iets meer wil begrijpen over de werking en dynamiek van organisaties, raad ik het boek Sociobiologie (Sociobiology - The New Synthesis) aan, waarmee de Amerikaanse bioloog Edward Osborne Wilson in 1975 de fundamenten legde van de nieuwe gelijknamige wetenschap. Wilson toonde aan dat er een biologische basis bestaat voor sociaal menselijk gedrag." Nog op het voorkeurslijstje van Huts staat Verboden toegang - Verkenning rond het menselijk territorium (No Trespassing - Explorations in Human Territoriality) van C.B. Bakker en M.K. Bakker-Rabdau. "Een titel over territoriumafbakening door mensen en dieren: alweer een boek uit een totaal onverwachte hoek die verrassende inzichten kan bieden in het reilen en zeilen binnen je bedrijf." Ook Luc Bertrand (Manager van het Jaar 1991) heeft géén favoriete managementgoeroe: de topman van Ackermans & van Haaren spiegelt zich liever aan de Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan: "Die heeft al geruime tijd een bijzondere invloed op de economische evolutie van de VS en zelfs van de wereldeconomie." En Luc De Bruyckere ( Ter Beke, Manager van het Jaar 1986) zocht het afgelopen jaar zijn Latijn evenmin bij een managementgoeroe, maar wél bij de nieuwe managementontwikkelingen die hij oppikt op de Vlerick Leuven Gent Managementschool. "Zo was ik aanwezig bij een verfrissend seminarie over besluitvorming. Momenteel volg ik het programma Corporate Governance aan het Instituut voor Bestuurders. Een aanrader voor elke ondernemer die ernstig met zijn bedrijf bezig is." Ten slotte veroorlooft ook Luc Vansteenkiste ( Recticel, Manager van het Jaar 2000) het zich de managementboeken gesloten te laten: "Bij Suez, de Generale Maatschappij en Recticel heb ik zo'n boeiend en afwisselend leven gehad in diverse landen, dat ik daaruit de nodige lessen kon trekken." Misschien hebben Vansteenkiste & co. het wel bij het rechte eind, want volgens de Britse econoom John Kay berust het prestige van de goeroes en topconsultants meer op de status van hun cliënten en de zekerheid waarmee ze hun stellingen poneren dan op de effectiviteit van hun theorieën. Kay wijst erop dat "what can be written down, can be reproduced". Op het ogenblik dat managementtheorieën via bestsellers worden verspreid, kan iedereen ze toepassen en verdwijnt het competitieve voordeel dat ze bieden. In het boek The Witch Doctors: Making Sense of the Management Gurus beklemtonen de Britse journalisten John Micklethwait en Adrian Woolridge dat de meeste managementtheorieën bedrijfsleiders en ondernemingen in tegenovergestelde richtingen sturen. "De meeste goeroes geven geen antwoord op de vraag of een onderneming groot of klein moet zijn, de strategie globaal of lokaal moet zijn, de aandeelhouder of de stakeholder centraal moet staan." Luc De Decker