Elk jaar dat voorbijgaat is cruciaal voor de drie miljard mensen die vastzitten in de armoede. De komende twaalf maanden zullen geen mirakeloplossing brengen voor een probleem dat zo oud is als de geschiedenis. Dat wil echter niet zeggen dat we niet moeten werken aan de uitbouw van een aanhoudende en veelzijdige internationale inspanning.
...

Elk jaar dat voorbijgaat is cruciaal voor de drie miljard mensen die vastzitten in de armoede. De komende twaalf maanden zullen geen mirakeloplossing brengen voor een probleem dat zo oud is als de geschiedenis. Dat wil echter niet zeggen dat we niet moeten werken aan de uitbouw van een aanhoudende en veelzijdige internationale inspanning. De jongste tijd heeft de strijd tegen de armoede zich stilaan naar boven gewerkt op de mondiale beleidsagenda. Er werd zowel in 2000 als in 2005 vooruitgang geboekt bij de verlaging van de schuldenlast van de armste landen. De landen van de G8 hebben ronkende verklaringen afgelegd en beloofd de hulp te verhogen. De voorbije decennia hebben ons echter geleerd dat er meer nodig is dan intentieverklaringen en een marginale verhoging van de middelen om de armoede terug te dringen. Er zijn vooral betere ideeën nodig. Maar ook op dat vlak is er vooruitgang. De beleidsmakers staan steeds meer open voor nieuwere concepten, die er niet alleen op gericht zijn om de symptomen van de armoede te verlichten, maar ook om de wortels ervan aan te pakken. Een van die ideeën wordt onderzocht door de Commission on Legal Empowerment of the Poor, een onafhankelijk initiatief. Ik zit die commissie, samen voor met Hernando de Soto, een Peruaanse econoom die ervan overtuigd is dat de armen deels arm blijven omdat ze geen wettelijke rechten hebben. De Soto wijst erop dat de meeste armen in de wereld buiten de bescherming van de wet leven. In sommige landen geldt dat zelfs voor 80 % van de bevolking. Die burgers zijn geen eigenaar van het huis of appartement waarin ze wonen, ze hebben weinig of geen land om te bewerken, ze kunnen niet aantonen dat het vee dat ze voeden en verzorgen hen toebehoort, ze komen niet in aanmerking voor krediet en hebben geen wettelijke toelating om te verkopen wat ze produceren. Velen onder hen bezitten geen officiële documenten, zelfs geen geboorte- of identiteitsbewijs. Ze zijn constant kwetsbaar en kunnen misbruikt worden door al wie macht heeft. Heel wat mensen die geen wettelijke rechten hebben, halen slechts tijdelijk voordeel uit een of andere conventionele inspanning om armoede tegen te gaan. Sommige programma's, die overigens noodzakelijk blijven, kunnen ervoor zorgen dat de armen minder honger lijden of minder ziek en wanhopig zijn, maar niet noodzakelijk dat ze minder afhankelijk worden. Onderwijs is een onontbeerlijk onderdeel van dergelijke programma's, maar zelfstandigheid veronderstelt ook de empowerment van individuen, gezinnen en groepen met een wettelijk systeem dat niet neigt naar de bevoordeling van de rijken ten koste van de armen. Wettelijke empowerment zal erkend worden als een nuttige aanpak om de armoede terug te dringen, maar dan alleen als het de politieke leiders een pad aanreikt dat ze kunnen gebruiken om grootscheepse hervormingen door te voeren. De commissie werd bewust samengesteld uit beleidsvormers die uit eerste hand weten hoe wetten gemaakt worden en hoe het openbare beleid tot stand komt. Commissielid en voormalig president Benjamin Mkapa leidt een campagne ten gunste van wettelijke hervormingen in Tanzania. Hij wijst erop dat, hoewel de macro-economische situatie er in Tanzania aanzienlijk op vooruit gegaan is in het voorbije decennium, dat maar weinig invloed heeft gehad op de armoede. Hij heeft het over een gebrek aan samenhang tussen de inspanningen van de regering. De overgrote meerderheid van de Tanzanianen wordt uitgesloten van deelname aan de markteconomie in een land waar meer dan 90 % van alle bedrijven buiten het wettelijke systeem werkt. Tijdens het komende jaar zal de commissie activiteiten organiseren in Tanzania, maar ook in Indonesië, Egypte, India en Brazilië. In Mexico, waar een nieuwe regering aantreedt, bestaat er over de partijgrenzen heen belangstelling voor hervormingen van het eigendomsrecht en de algemene wetgeving. Ook daar zal de commissie het terrein verkennen. Het belang van empowerment maakt vandaag ook nadrukkelijk deel uit van de strategie van organisaties die partners geworden zijn van de commissie, meer bepaald het VN-ontwikkelingsprogramma, de Wereldbank, de Internationale Arbeidsorganisatie, UN Habitat en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. De doelstelling om een einde te maken aan extreme armoede is van vitaal belang en niet alleen een kwestie van medelijden. De wereldeconomie zou enorm kunnen profiteren van de bijdrage van al wie de kans krijgt om op te klimmen van een toestand van afhankelijkheid naar volledige participatie. De auteur is voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken. Madeleine Albright