Koten die naar bier stinken, vuilnisbakken die niet buiten gezet worden, een lekkende douche, muren die dunner zijn dan karton, een vijftiental medehuurders die hun spullen overal laten slingeren en studenten die na een avondje fuiven in de woonkamer op de vloer slapen. Dat zijn de beelden die de koten van de jaren negentig en tweeduizend doorgaans oproepen.

De huidige residenties voor studenten beantwoorden daar almaar minder aan. De toename van het aanbod gaat sinds de jaren 2010 gepaard met een aanzienlijke verhoging van de kwaliteitsnormen. Studenten verwachten meestal meer comfort en voorzieningen.

"De studentenkamer is tegenwoordig van goede kwaliteit, maar ze blijft betaalbaar. Want wat ze ook zeggen, de huurprijs blijft het belangrijkste criterium", meent Thibault Van Dieren, de directeur van Eckelmans. "Voor de rest zien we een evolutie in de manier van wonen. Studenten willen samen zijn en samenleven, en tegelijk hun eigen comfortabele ruimte hebben. Die wensen vertalen zich in kleine studio's en gemeenschappelijke ruimtes waar ze zich samen kunnen ontspannen en samen kunnen studeren. Er moet ook een reeks voorzieningen aanwezig zijn, zoals een wasruimte, een conciërgedienst, een krachtige internetverbinding, een fietsenstalling, studeerzalen, recreatiezalen, enzovoort." De ligging blijft ook van essentieel belang. Een kot mag niet verder dan één kilometer van de campus verwijderd zijn. Promotoren die op dat gebied een risico nemen, kunnen al heel gauw het deksel op de neus krijgen. Gezien de kwetsbaarheid van deze markt, kan een tekort zomaar omslaan in een overaanbod. De koten die het slechtst gelegen zijn, voelen dan als eerste de klappen.