Begin 2010 werd Haïti getroffen door een krachtige aardbeving. De oproep om de miljoenen slachtoffers te helpen, werd over de hele wereld gehoord. Maar drie jaar later stelt Chris Coyne in zijn boek Doing Bad by Doing Good vast dat de humanitaire acties van de overheden en de ngo's weinig hebben uitgehaald. Door bureaucratische rompslomp heeft de hulp de armen niet bereikt. Haïti is niet het enige geval, schrijft Coyne. Hij gaat na waarom zulke acties meestal mislukken. Zo is humanitaire overheidshulp volgens Coyne steeds meer verweven met de buitenlandse politiek en de militaire vi...

Begin 2010 werd Haïti getroffen door een krachtige aardbeving. De oproep om de miljoenen slachtoffers te helpen, werd over de hele wereld gehoord. Maar drie jaar later stelt Chris Coyne in zijn boek Doing Bad by Doing Good vast dat de humanitaire acties van de overheden en de ngo's weinig hebben uitgehaald. Door bureaucratische rompslomp heeft de hulp de armen niet bereikt. Haïti is niet het enige geval, schrijft Coyne. Hij gaat na waarom zulke acties meestal mislukken. Zo is humanitaire overheidshulp volgens Coyne steeds meer verweven met de buitenlandse politiek en de militaire visie van de steunende landen. Ook bij ons staat het debat over de noodhulp aan Syrië niet los van de kijk die de overheden hebben op het interne conflict. Het boek van Coyne is geen gids voor het verlenen van humanitaire hulp. Wel gaat de auteur na in welke mate regeringen mensen in nood kunnen helpen. Alles bij elkaar zijn die mogelijkheden vrij beperkt. Coyne heeft ook andere gevallen dan Haïti bestudeerd. Zo legt hij helder uit waarom de Amerikaanse regering tekortschoot na de orkaan Katrina. Toch was dat geen hulpactie in een ontwikkelingsgebied. Hij verklaart ook waarom de internationale humanitaire inspanningen om Khadafi in Libië af te zetten, tot onvoorziene problemen hebben geleid en zelfs een burgeroorlog veroorzaakt. Coyne vindt het opvallend dat de regeringen geen lessen trekken uit het verleden, en dat ze humanitaire acties blijven ondernemen. De overheid heeft een nobel doel voor ogen, maar steevast zijn er belangengroepen die de geldstromen naar zich toe trekken. Coyne pleit voor een gedurfd alternatief, dat stoelt op economische vrijheid. Als we bereid zijn te experimenteren en vragen durven te stellen over hoe we de economische ontwikkeling van geteisterde of achtergebleven gebieden kunnen stimuleren, is de discussie over humanitaire hulp die structureel weinig verandert minder relevant. Coyne doceert niet toevallig een cursus over de inzichten van de Oostenrijkse econoom en filosoof Friedrich Hayek, een fervente voorvechter van de vrijemarktwerking. Volgens Coyne is de kern van het probleem dat er te veel aandacht gaat naar de normatieve aspecten van de hulpverlening. Men gaat ervan uit dat er moét worden ingegrepen; de vraag wat er kán worden gedaan, is daaraan ondergeschikt. Dat is jammer, vindt Coyne, omdat voor de beoordeling van de haalbaarheid van een humanitaire actie -- en het begrenzen ervan -- een positieve analyse vereist is. Die kan cruciale inzichten opleveren, die de vraag beantwoorden of de actie kan slagen en -- misschien nog belangrijker -- kunnen voorkomen dat de mensen in nood nog meer schade lijden. De auteur concludeert: "In dit verband hoop ik dat door de grenzen van de humanitaire acties van overheden af te bakenen, mensen minder lijden." Christopher Coyne, Doing Bad by Doing Good. Why Humanitarian Action Fails, Stanford University Press, 2013, 272 blz., 25 euro THIERRY DEBELS