Een ellenlange oprit met oude beuken en kasseitjes als in de hel van Parijs-Roubaix. Aan het einde van de laan ligt, in de schaduw van een achttiende-eeuws kasteel, een bijzonder fraai gerestaureerde schuur, ingericht als hedendaags kantoor. Hier heeft ex-VTM-baas Jan Goddaer zich teruggetrokken met de vier andere vennoten van High Five. Weg de blitse lampen en de stress van het mediacircus, weg de nooit aflatende commerciële druk van adverteerders en aandeelhouders. De kantoren in de buurt van Deinze ademen rust, maar het is een bedrieglijke rust.
...

Een ellenlange oprit met oude beuken en kasseitjes als in de hel van Parijs-Roubaix. Aan het einde van de laan ligt, in de schaduw van een achttiende-eeuws kasteel, een bijzonder fraai gerestaureerde schuur, ingericht als hedendaags kantoor. Hier heeft ex-VTM-baas Jan Goddaer zich teruggetrokken met de vier andere vennoten van High Five. Weg de blitse lampen en de stress van het mediacircus, weg de nooit aflatende commerciële druk van adverteerders en aandeelhouders. De kantoren in de buurt van Deinze ademen rust, maar het is een bedrieglijke rust. "Na mijn periode bij VTM heb ik twee jaar een sabbatical genomen," zegt Goddaer. "Maar toen was het genoeg. Ik wilde terug naar mijn roots en die lagen helemaal in de voedingssector."Managers die in de herfst van hun professionele loopbaan een nieuwe start nemen als consultant vind je met bosjes. Maar wie de baseline van het consultancybedrijf High Five leest, kijkt toch verrast op. High Five, The-not-consultants staat er letterlijk. Het ondernemersbloed van Jan Goddaer en zijn kompanen vloeit nog te sterk. Ze willen het gewoon 'doen'. "In een eerste fase dachten we vooral aan het nemen van participaties in voedingsbedrijven," zegt Goddaer. "Maar die piste hebben we laten varen wegens te duur. Nu hebben we de ideale slag gevonden: praktisch management. Je moest eens weten hoeveel bedrijven vragende partij zijn. Maar we beperken ons tot de voeding. High Five is een gezelschap van mensen met samen 125 jaar gebundelde ervaring in deze branche. Daar kan je dus moeilijk naast kijken."Wat kan bedrijven allemaal in de armen drijven van een select gezelschap keurders zoals die van High Five? "Heel veel," zegt medevennoot Sigfried De Cuyper. "Veel Vlaamse ondernemingen groeien sterk en hebben uitstekende producten. Maar er is vaak weinig oog voor organisatie, een gestroomlijnde structuur. Managers komen ons letterlijk zeggen dat ze verzuipen in het werk. Geen tijd, geen geld, geen opvolging, te weinig langetermijnvisie. Een back-up is dan zeer welkom. We zien onszelf nu eens als klankbord, dan eens als EHBO, en dan weer als oplosser van structurele of commerciële problemen met klanten of markten. We kunnen dankzij onze onderlinge complementariteit alle aspecten van management aan. Zelfs rekrutering kan daarbij horen. Alleen voor het puur juridische werk bedanken we."De voedingsmarkt is onmetelijk uitgebreid en dus legt High Five zichzelf een beperking op. "We hebben vooral interesse voor kmo's met een omzet die schommelt tussen 3 en 10 miljoen euro," zeggen Jan Goddaer en Sigfried De Cuyper in koor. "Gewoon omdat bij die bedrijven nog het meest te doen valt."Vandaag heeft High Five vijftien dossiers in portefeuille, maar een omzetcijfer wil het niet bekendmaken. De referenties ogen niet kwaad, maar discretie is het codewoord. Namen zijn onder meer Beauvoorder Paté of Brugse Pannenkoeken (Geal). Volgens Jan Goddaer lopen er nu meer en meer rode lijnen door de verschillende dossiers. "Een van de meest voorkomende problemen is het gebrek aan financiële expertise," zegt Goddaer. "Vlaamse ondernemers zijn te veel doeners en te weinig cijferaars. Meten is nochtans weten. Minstens maandelijks moet je cijfers bekijken en toetsen. Dat wordt vaak verwaarloosd."Volgens Sigfried De Cuyper ondervinden de Vlaamse kmo's maar weinig problemen om effectief kapitaal aan te trekken. Hij hekelt wél het gebrek aan langetermijnvisie in veel Vlaamse familiebedrijven: "Man en vrouw of vader en zoon werken dagelijks zij aan zij, maar weten soms amper welke richting ze op termijn uitgaan. Een businessplan schrijven ze op twee uur, maar doordacht kan je dat niet altijd noemen. Typisch voor de voedingsbedrijven is dat ze meer dan eens met machines staan die lijken op Rolls-Royces. Aan kwaliteit geen gebrek. Maar door te veel focus op de eigen productie, zijn ze te weinig bezig met de mogelijkheden van de markt en de échte behoeften van de klant. Typisch Vlaams? Ja, ik vrees het."Karel Cambien Dirk Van Thuyne