De tijdelijke werkloosheid wegens overmacht is het belangrijkste vangnet voor werknemers. De federale regering verhoogde de uitkering en vergemakkelijkte de toegang tot het stelsel. Meer dan een miljoen Belgen zitten thuis met een uitkering voor tijdelijke werkloosheid.
...

De tijdelijke werkloosheid wegens overmacht is het belangrijkste vangnet voor werknemers. De federale regering verhoogde de uitkering en vergemakkelijkte de toegang tot het stelsel. Meer dan een miljoen Belgen zitten thuis met een uitkering voor tijdelijke werkloosheid. Werknemers krijgen voor een gemiddelde maand tijdelijke werkloosheid een uitkering van 1445 tot 1928 euro, of 70 procent van hun brutoloon tot een bepaald plafond. Boven op de uitkering kan een supplement van 5,63 euro per dag van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) komen bij tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, of 2 euro per dag van het Fonds voor bestaanszekerheid bij tijdelijke werkloosheid om economische redenen. Voor één op de tien tijdelijk werkloze werknemers past de werkgever ook nog 5 tot 20 euro per dag bij, volgens de hr-dienstenleverancier Acerta. Op al die bedragen wordt een bedrijfsvoorheffing van 26,75 procent ingehouden. Dat is een voorschot op de belastingen. De eindafrekening van de belastingen gebeurt pas in 2021 en kan bijna dubbel zo hoog liggen als het voorschot, waarschuwde fiscaal jurist Jef Wellens in Trends. "De uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid zijn voor sommige mensen royaal en voor anderen niet", stelt Stijn Baert, arbeidsmarkteconoom van de UGent. "Er zijn toeslagen van de overheid en soms ook van het bedrijf of de sector. Daardoor krijgen sommige werknemers bijna evenveel geld op hun rekening als wanneer ze een normaal loon krijgen" (lees ook blz. 22). De vakbonden en de werkgevers vertegenwoordigd in de Groep van Tien vroegen vorige week aan de regering het verschil in de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid en arbeidsongeschiktheid weg te werken. "Door de uitkeringen te harmoniseren vermijd je dat mensen oneigenlijk in een bepaald stelsel zitten", reageert Baert. Een ziekte-uitkering komt overeen met 60 procent van het brutoloon, met een maximum van 3457,97 euro. Dat is minder dan de uitkering voor tijdelijke werkloosheid. "De uitkering voor tijdelijke werkloosheid is voor wie een beperkt loon heeft duidelijk interessanter als vervangingsinkomen dan de ziekte-uitkering of de klassieke werkloosheidsuitkering", zegt Baert. De verleiding kan dan groot zijn voor werknemers om zich niet ziek te melden bij hun werkgever, terwijl ze dat mogelijk wel zijn. Baert voegt eraan toe: "Op termijn zal de maatschappij zich moeten beraden of die uitkering voor tijdelijke werkloosheid soms niet te interessant is. De harmonisering kan ook in de omgekeerde richting gebeuren." Baert suggereert dat de uitkering voor tijdelijke werkloosheid, met inbegrip van alle toeslagen, voor sommigen te hoog is geworden. De regering zou er ook voor kunnen kiezen de uitkering voor de tijdelijke werklozen te laten zakken tot het niveau van de ziekte-uitkering. Zelfstandigen die hun activiteit moeten sluiten of die minstens zeven dagen moeten onderbreken door de coronacrisis, hebben recht op een financiële uitkering voor maart en april. Ook zelfstandigen in bijberoep kunnen onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op het overbruggingsrecht. Bij een verplichte sluiting door de Nationale Veiligheidsraad maakt het niet uit of de onderbreking van de activiteit volledig of gedeeltelijk is. Een restaurant dat zijn eetzaal sluit, maar nog afhaalmaaltijden maakt, komt ook in aanmerking. Er is geen minimumduur. Ook wie zijn activiteit minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen moet onderbreken, kan het overbruggingsrecht aanvragen. Noodzakelijke leveringen die niet aankomen, werknemers die ziek zijn of in quarantaine moeten: veel zelfstandigen krijgen te maken met hindernissen, die een tijdelijke sluiting soms onvermijdelijk maken. Een volledige maandelijkse uitkering van het overbruggingsrecht bedraagt 1614,10 euro met een gezinslast en 1291,69 euro zonder gezinslast. De Vlaamse overheid ondersteunt zelfstandigen met verschillende premies. De coronahinderpremie is voor ondernemers die hun fysieke locatie moesten sluiten van de overheid. Die ondernemers kregen eenmalig 4000 euro na de verplichte sluiting. Vanaf 6 april komt daar 160 euro per sluitingsdag die samenvalt met een normale openingsdag bij. Ook de kraampjes van markt- en foorkramers vallen volgens het Vlaams Agentschaps Innovatie en Ondernemen (Vlaio) onder de definitie van een fysieke locatie. Ook in Brussel is er een premie van 4000 euro voor ondernemingen die verplicht de deuren moesten sluiten. "De bedoeling van die hinderpremie is dat ondernemers hun huur en hun rekeningen kunnen blijven betalen. We raden onze leden aan hun verplichtingen zo veel mogelijk na te komen en maximaal gebruik te maken van maatregelen, zoals het uitstel van kapitaalaflossingen voor leningen. Als het echt niet lukt bepaalde kosten te betalen, neemt de zelfstandige het best proactief contact op met de tegenpartij om een uitstel van betaling te vragen", zegt Unizo-woordvoerder Filip Horemans. Zelfstandigen zonder fysieke locatie vielen uit boot voor de hinderpremie, net zoals de zelfstandigen die wel mochten voortwerken maar veel minder werk hadden. Daarom riep de Vlaamse overheid de coronacompensatiepremie in het leven, waarop zelfstandigen uit getroffen sectoren, zoals medische en paramedische beroepen, en de evenementen- en de landbouwsector, een beroep kunnen doen. De onderneming moet minstens 60 procent minder omzet draaien tussen 14 maart en 30 april dan in dezelfde periode vorig jaar. Voor starters wordt de vergelijking gemaakt met het financiële plan. Die ondernemers kunnen vanaf 1 mei - als alles goed gaat - een compensatiepremie van 3000 euro aanvragen. "Het gaat om een heel divers publiek, van een chocolatier in een toeristische buurt tot een freelancejournalist met een laptop thuis. Voor de ene zelfstandige is 3000 euro een redelijk bedrag, voor de andere zal dat nog altijd bitter weinig zijn", zegt Horemans. Zelfstandigen in bijberoep kunnen onder bepaalde voorwaarden een compensatiepremie van 1500 euro krijgen. Brussel werkt aan een vergelijkbare premie. Wallonië geeft een premie van 5000 euro voor kleine ondernemingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden getroffen door de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad. Zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië moeten sommige zelfstandigen het zonder premie stellen. Maar zij staan niet volledig in de kou. Sommige gemeenten laten belastingen vallen. Op Vlaams en federaal niveau is de betalingstermijn voor allerlei belastingen verlengd. Er is ook een uitstel van betaling voor sociale bijdragen en soms zelfs een vrijstelling mogelijk. Federaal minister van Werk, Economie en Consumenten Nathalie Muylle (CD&V) besliste op 18 maart dat pakketreizen niet moeten worden terugbetaald. De reisorganisatoren mogen hun klanten in plaats van een terugbetaling een voucher geven, die wel minstens een jaar geldig moet blijven. "Die beslissing ging in tegen het Belgische en het Europese recht", zegt Simon November, de woordvoerder van Test-Aankoop. "Er is een ministerieel besluit om de mogelijkheid van de vouchers in de Belgische wet te voorzien, maar er zijn zeker vragen te stellen bij de wettelijkheid van die vouchers. De Belgische wetgeving druist in tegen de hogere Europese rechtsnorm." Mede op aandringen van Test-Aankoop is de regeling met de vouchers licht bijgestuurd. Als de klanten hun reis binnen het jaar niet kunnen maken, kunnen ze alsnog een terugbetaling krijgen. "Ook een luchtvaartmaatschappij mag een voucher aanbieden, maar de consument mag die weigeren", zegt November. "Luchtvaartmaatschappijen proberen de wetgeving op Europees niveau te veranderen om vouchers verplicht te maken." Voor Test-Aankoop is een vliegticket iets anders dan een volledige reis waarvoor voorschotten zijn betaald. "Er is natuurlijk een groot verschil tussen gelijk hebben en gelijk halen", voegt November toe. Consumenten moeten mogelijk naar de rechter als ze het geld van hun ticket terug willen. De consumentenorganisatie merkt dat KLM-Air France, TUI en TAP Air Portugal voet bij stuk houden en de consumenten proberen te dwingen de vouchers te aanvaarden. Brussels Airlines, EasyJet, Lufthansa en SwissAir laten een terugbetaling toe. Ook voor concerten en andere evenementen schortte minister Muylle de terugbetaling van tickets op. De organisatoren mogen het evenement verschuiven naar een later tijdstip. Pas wanneer de consument aantoont dat hij op de nieuwe datum niet naar het concert kan gaan, door zijn werk of door ziekte, moet de organisator het ticket terugbetalen. November merkt op dat er bij de touroperatoren wel een insolventieverzekering is, maar bij de concertorganisatoren niet. Het Garantiefonds Reizen, dat nog niet zo lang geleden in actie moest komen na het faillissement van Thomas Cook, dekt de tegoedbonnen van de reisorganisaties. "Ik snap dat de consument er niet bij gebaat is als de organisatoren van reizen en evenementen massaal failliet gaan", zegt November. "Maar ik hoor ook de verhalen aan de andere kant: van mensen die tijdelijk werkloos zijn en duizenden euro's hebben betaald voor een reis naar Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Zij zouden dat geld nu ook goed kunnen gebruiken." De woordvoerder van Test-Aankoop somt nog enkele andere zaken op, die de koopkracht van de consument aantasten, zoals de gestegen prijzen in de supermarkten. "We zullen de koopkracht van de consument broodnodig hebben om uit het economische dal te raken. We moeten er ook in het algemene economische belang over waken dat die koopkracht niet te veel wordt aangetast."