De reële werkloosheid in België en dus niet de cijfers die we terugvinden in de gemasseerde officiële statistieken is vandaag groter dan ze in de loop van deze eeuw ooit geweest is. Zelfs in de fameuze depressie van de jaren dertig scheerden we inzake echte werkloosheid nooit de toppen die we nu halen. Het door premier Jean-Luc Dehaene georganiseerde banenoverleg "met alle betrokken partijen", zoals dat dan heet, zou het tij moeten keren. Wie even sereen nadenkt over de hele situatie, kan niet anders dan hopen dat dit nationale overleg mislukt en plaats maakt voor een nieuw, gedifferentieerd overlegmodel.
...

De reële werkloosheid in België en dus niet de cijfers die we terugvinden in de gemasseerde officiële statistieken is vandaag groter dan ze in de loop van deze eeuw ooit geweest is. Zelfs in de fameuze depressie van de jaren dertig scheerden we inzake echte werkloosheid nooit de toppen die we nu halen. Het door premier Jean-Luc Dehaene georganiseerde banenoverleg "met alle betrokken partijen", zoals dat dan heet, zou het tij moeten keren. Wie even sereen nadenkt over de hele situatie, kan niet anders dan hopen dat dit nationale overleg mislukt en plaats maakt voor een nieuw, gedifferentieerd overlegmodel. We zijn immers in het huidige sukkelstraatje verzeild geraakt doordat het zo vaak de hemel ingeprezen Belgisch overlegmodel nu al meer dan twintig jaar zichzelf overleeft. Anders gezegd : doordat dit model doelbewust in leven wordt gehouden door een aantal direct betrokken partijen (zowel bij de overheid als bij de sociale partners) omdat er voor hen jobs en inkomen, macht en prestige mee gemoeid zijn. De zuurstof waarmee deze heren en dames elkaar voortdurend reanimeren, halen ze uit de bodemloze put van de overheidsschuld. De aftakeling van dat wonderlijke overlegmodel, die nu ook langzamerhand zichtbaar wordt voor de gewone burger, begon eigenlijk met de eerste oliecrisis (1973-'74). De aanzienlijke verarming die elk olie-importerend land op dat moment onvermijdelijk moest ondergaan, werd in België in eerste instantie op de bedrijven afgewenteld via de loonindexering. De logisch daaruit volgende werkloosheid kwam voor rekening van de overheid : meer werkloosheidsuitkeringen, meer mensen in overheidsdienst en desnoods nationalisering van complete sectoren. Daarmee begon het tijdperk van gigantische tekorten op de lopende begroting en een escalerende overheidsschuld. Al die jaren werd in het kader van ons roemrucht overlegmodel de ene nep-oplossing na de andere bedacht voor de gestadig toenemende werkloosheid : nog meer mensen in overheidsdienst, BTK'ers, brugpensioenen, loopbaanonderbrekingen,... Deze en nog vele andere "gadgets" hadden twee constanten : ze sloegen een steeds dieper gat in de staatsportemonnee en leidden uiteindelijk tot nog grotere werkloosheid via de onvermijdelijk mee oplopende fiscale druk.Als ergens de stoppen toch dreigden door te slaan omdat corporatisme de nodige aanpassingen al te zeer in de weg stond, dan was de overheid (federaal of regionaal) steevast bereid om het onaantastbaar Belgisch overlegmodel te redden met de nodige duiten. Het jongste "reddings"-plan voor de NMBS is een treffend voorbeeld van die gang van zaken : teneinde een lang sociaal conflict te voorkomen, worden tientallen miljarden gepompt in het bedrijf van Dehaenes vroegere kabinetsmedewerker maar de wezenlijke problematiek van de NMBS wordt in geen enkel opzicht aangepakt.Men kan onmogelijk nog het voordeel van de twijfel gunnen aan de dames en heren die nu rond de tafel zitten voor het banenoverleg van Dehaene. De laatste twintig jaar hebben zij er zo'n zootje van gemaakt dat het aanbrengen van oplossingen hun vermogens duidelijk te boven gaat. Zij zitten vastgeroest in een irreëel systeem van zogeheten evenwichten en onaantastbaarheden die echter niks meer te maken hebben met de ware sociaal-economische problematiek. Het Belgisch nationaal overlegmodel heeft afgedaan. Het wordt hoog tijd dat men plaats maakt voor overleg op andere niveaus, waar dat met een frisse en open geest kan gebeuren. J.V.O.