Een van de vele zaken die een nieuwkomer in India zullen verbazen, is het optimisme waarmee veel zakenmensen praten over een toekomstige crisis. Het is veelzeggend voor de huidige sfeer dat er met nostalgie en genegenheid gesproken wordt over het jaar 1991, toen een langdurige dweperij met het socialisme uitmondde in een economische instorting, gevolgd door een pijnlijke herziening van het beleid en tientallen jaren van groei.
...

Een van de vele zaken die een nieuwkomer in India zullen verbazen, is het optimisme waarmee veel zakenmensen praten over een toekomstige crisis. Het is veelzeggend voor de huidige sfeer dat er met nostalgie en genegenheid gesproken wordt over het jaar 1991, toen een langdurige dweperij met het socialisme uitmondde in een economische instorting, gevolgd door een pijnlijke herziening van het beleid en tientallen jaren van groei. Door de geleidelijke invoer van een systeem met talloze vereiste vergunningen, toltarieven, belastingen, subsidies, beperkingen en regelrechte kuiperijen van de overheid, wordt India nog maar eens naar de rand van de afgrond gedreven. Winsten en beleggingen zijn als eerste achteruit gegaan. De laatste tijd geldt dat ook voor de consumptie. De regering heeft daarop gereageerd met een spervuur van maatregelen. Het weinige geld dat nog uit de slinkende belastingopbrengsten kan worden geperst, gaat naar bedrijven die beweren dat hun ondergang de meeste schade zal toebrengen aan het systeem, te beginnen bij de banken (met kapitaalinjecties) en de autosector (door versnelde overheidsaankopen). Andere klassiekers van een socialistisch beleid worden ook ingezet. Zo is er een prijscontrole voorgesteld voor maandverbanden, ontsmettingsmiddelen en antibiotica, zodat die betaalbaar blijven voor de armen. Ten slotte, en dat was een schok voor bedrijven in nood, heeft de overheid leentjebuur gespeeld bij het kapitalisme door te snoeien in het verpletterend hoge belastingtarief voor vennootschappen. Maar de kans is klein dat de Indiase bedrijfswereld nieuw leven ingeblazen wordt, want de regering slaagt er niet in de oorzaak van de achteruitgang aan te pakken. Die is meer van structurele dan van tijdelijke aard. De Indiase economie zakt almaar dieper weg in de modder van een gezagsgetrouw moeras. Oplossingen zoals een prijscontrole maken dat producten almaar minder verkrijgbaar of van een slechtere kwaliteit zijn, of allebei. Bevoorrechte bedrijven zoethoudertjes toestoppen werkt inefficiëntie en gelobby in de hand. Hoewel een economische instorting geen reden tot vreugde is voor het Indiase bedrijfsleven, ontstaat daardoor toch ook een onderliggend gevoel van optimisme, en dat om drie redenen. De prijs van het invoerproduct dat het meeste op het land drukt, namelijk energie, is stabiel of zakt, terwijl door de steeds lagere prijzen van zonnepanelen en windmolens alternatieve energiebronnen haalbaar worden. Tegelijkertijd zoeken door de handelsgeschillen tussen Amerika en China veel internationale bedrijven een nieuwe uitvalsbasis voor hun toeleveringsketens. De ideale locatie moet er eentje zijn die wemelt van de wanhopig arme boeren die op zoek zijn naar een beter betaalde baan in een fabriek, met een overvloed aan ingenieurs die onder hun diploma werken en een aanzienlijk binnenlands afzetgebied. Kortom: India. De derde reden houdt verband met de Indiase politiek. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat een economische crisis de schreeuwerige democratie in India, met zijn bureaucraten en beschermde industrietakken, ertoe kan dwingen een hervorming te aanvaarden. De Bharatiya Janata-partij (BJP) behaalde een verpletterende overwinning in mei en de oppositie heeft geen bruikbare economische ideeën. Bij de BJP lijkt niemand in staat de kunstmatige markten van het land open te breken of zelfs maar in te zien wat daarvoor nodig is. Dat vormt een enorme hindernis. En toch beseffen de leiders dat een bloeiende bedrijfssector noodzakelijk is om belastinginkomsten te creëren waarmee sociale projecten gefinancierd kunnen worden. Het intellectuele kapitaal nodig voor zo'n hervorming is in overvloed aanwezig, maar de overheid is nog niet wanhopig genoeg om er gebruik van te maken. Er zijn weinig landen die het geluk hebben over zo'n uitgebreid aanbod aan talent te beschikken, van de talloze uitmuntende Indiase universitairen en managers die over de hele wereld verspreid zijn, tot de straatventers in het oude zakendistrict van Mumbai die vanuit het niet hun kostje bijeenschrapen. Het komende jaar kan vreselijk worden voor het Indiase bedrijfsleven, maar tegelijk ook beloftevol.