S interklaas is maar net gepasseerd en straks staat de Kerst- man al voor de deur. Twee figuren waar de speelgoedin- dustrie maar liefst 60 procent van haar verkoop aan te danken heeft. De consumentenorganisatie OIVO waarschuwt dat we steeds meer geld uitgeven aan speelgoed. Zowel in ons land als in de buurlanden is de klassieke speelgoedmarkt in 2005 nog met bijna 6 procent gegroeid. Speelgoed wordt almaar duurder en kinderen krijgen hoe langer hoe meer van de sint en de Kerstman. Daarnaast veroveren ook andere artikelen de traditionele kinderfeesten. Toppers zijn mobiele telefoons,...

S interklaas is maar net gepasseerd en straks staat de Kerst- man al voor de deur. Twee figuren waar de speelgoedin- dustrie maar liefst 60 procent van haar verkoop aan te danken heeft. De consumentenorganisatie OIVO waarschuwt dat we steeds meer geld uitgeven aan speelgoed. Zowel in ons land als in de buurlanden is de klassieke speelgoedmarkt in 2005 nog met bijna 6 procent gegroeid. Speelgoed wordt almaar duurder en kinderen krijgen hoe langer hoe meer van de sint en de Kerstman. Daarnaast veroveren ook andere artikelen de traditionele kinderfeesten. Toppers zijn mobiele telefoons, computers, kleding en sportartikelen. Hoe blijven we dat allemaal betalen? Niet, zo zeggen andere cijfers, steeds meer mensen kopen op krediet. Nog steeds bestaat het beeld dat bepaalde categorieën van mensen (onder meer zij die leven van een uitkering, de laaggeschoolden...) in een buitensporige schuldenlast terechtkomen. De werkelijkheid is anders. Meer en meer tweeverdieners geraken wegens de kredieten in de problemen. Mensen van wie we denken dat ze toch genoeg verdienen. Schuldenoverlast komt voor in alle lagen van de bevolking. Een en ander blijkt uit onderzoek van het Vlaams Centrum voor Schuldenbemiddeling. Natuurlijk loopt niet iedereen evenveel risico. Tot de meest kwetsbare groepen behoren de mensen met kinderen, alleenstaanden en eenoudergezinnen, degenen met een uitkering, mensen met een handicap of andere gezondheidsproblemen, mensen met een lager opleidingsniveau, huurders en ten slotte de hele groep tussen 25 en 35 jaar. Mensen die door de bomen het bos niet meer zien, kunnen aankloppen bij een dienst voor schuldbemiddeling, meestal ingebed in een OCMW of CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk). Deze schuldbemiddelingsdiensten werken tegenwoordig met wachtlijsten omdat ze de groeiende vraag niet langer aankunnen. Terwijl deze diensten in 1997 nog 5100 dossiers te verwerken hadden, liep dat cijfer op tot 12.614 in 2003. Dat blijkt uit een rondvraag die Tom Dehaene in 2005 deed bij de OCMW's. Bijna alle OCMW-diensten geven aan dat het aantal cliënten met schulden in de afgelopen tien jaar is gestegen, en dat de vragen niet beperkt blijven tot de mensen die van een leefloon moeten rondkomen. Een paar jaar eerder trok het Hoger Instituut voor de Arbeid al aan de alarmbel. Systematisch onderzoek ontbreekt echter. De Positieve Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank registreert alleen de krediet- en hypotheekovereenkomsten. Deze mensen (53,3 procent van de meerderjarige bevolking in 2004) vinden we in 80 procent van de dossiers voor schuldbemiddeling bij OCMW's en CAW's terug. Naast het woonkrediet heeft 70 procent van de mensen met schuldenoverlast te kampen met fiscale schulden, telefoonschulden, gezondheidszorgschulden, huurschulden en schulden voor gas, elektriciteit en water. marleen.finoulst@trends.be Info: www.centrumschuldbemiddeling.be, www.laat-je-niet-in-de-zak-zetten.beMarleen Finoulst