Een wandeling door een gigantische porseleinkast. Dat is misschien wel de beste omschrijving van de permanente tentoonstelling 'Het wonder van Delfts blauw' in het Gemeentemuseum in Den Haag. "Je ziet niet alleen het bekende blauw-witte delfts, maar ook kakelbonte exemplaren. En behalve weelderige tulpenvazen tonen we ook eenvoudige borden en zelfs een Nijntje-spaarpot", zegt woordvoerder Marita Smit.
...

Een wandeling door een gigantische porseleinkast. Dat is misschien wel de beste omschrijving van de permanente tentoonstelling 'Het wonder van Delfts blauw' in het Gemeentemuseum in Den Haag. "Je ziet niet alleen het bekende blauw-witte delfts, maar ook kakelbonte exemplaren. En behalve weelderige tulpenvazen tonen we ook eenvoudige borden en zelfs een Nijntje-spaarpot", zegt woordvoerder Marita Smit. De honderden stukken staan in de 'stijlkamers' van het museum. Dat zijn chique burgerlijke interieurs uit de achttiende eeuw. Je schrijdt over oud parket en passeert langs dikke fluwelen gordijnen, maar de opstelling is allesbehalve een duffe bedoening. Je kunt je vergapen aan vazen, schotels, kopjes of scheerkommen, maar ook aan minder voor de hand liggende porseleinen voorwerpen. Een huisaltaar en een vogelkooi bijvoorbeeld. Een pronkstuk is een poppenhuis uit 1743 dat werd vervaardigd voor de koopmansvrouw Sara Rothé. Ze schreef haar richtlijnen voor de inrichting in een notitieboekje. Een meubelmaker bouwde een kast om en verwerkte onderdelen van oudere poppenhuizen. Een schilder deed het verfijnde schilder- en tapisseriewerk. Het huis heeft een schaal van 1 op 9 en geeft een prachtig beeld van het dagelijkse leven in een rijk woonhuis in het midden van de achttiende eeuw. In het poppenhuis zie je ook allerlei gebruiksvoorwerpen op miniatuurformaat. Vele zijn vervaardigd van Delfts aardewerk, een nijverheid die ontstond aan het begin van de zeventiende eeuw, de Gouden Eeuw van Holland. De Vereenigde Oost-Indische Compagnie liet de Lage Landen toen kennismaken met Chinees porselein. De glans, de prachtige decoraties en de exotische vormen spraken tot de verbeelding, maar alleen de fine fleur kon zich die oosterse luxe veroorloven. De gewiekste Hollanders zagen daarin een kans om zaken te doen. Ze begonnen met de productie van aardewerk dat de uiterlijke kenmerken van het porselein zo veel mogelijk benaderde, maar minder duur was. De Delftse aardewerkproductie werd wereldwijd gezien als het beste alternatief voor het echte porselein uit het Oosten. Toen Johannes Vermeer rond 1660 zijn beroemde gezicht op Delft schilderde, telde de stad vele plateelbakkerijen. "Plateel is afgeleid van het Franse woord 'platel', platte schotel, en het werd gebruikt voor het beschilderde Hollandse aardewerk, om het te onderscheiden van Chinees porselein", zegt Jessica van Erkel van De Porceleyne Fles, de enige overgebleven plateelbakkerij (zie kader Koninklijke pottenbakkers). Rond 1800 was Delft de onbetwiste wereldleider in tinglazuuraardewerk. Dat is gemaakt van gelige klei met een wit, ondoorzichtig tinglazuur eroverheen, waarop eerst in blauw en later in meer kleuren een versiering werd geschilderd. Het is geen porselein, want Delfts aardewerk bevat geen porseleinaarde. Aanvankelijk namen de producenten de oosterse modellen en decors nauwgezet over, later vonden ze ook meer inheemse inspiratie. De jaarlijkse productie van Delfts aardewerk liep in de miljoenen stuks en was zowel bedoeld voor de binnenlandse markt als voor de export. De plateelbakkers produceerden vooral gebruiksgoed, van eenvoudige serviezen tot rijk versierde bloemenvazen. Vooral de tulpenvazen verwierven grote faam. Tot ver uit het buitenland werden in Delft bestellingen geplaatst. Tot de meest prestigieuze opdrachten behoorden die van de Europese vorstenhuizen. In de achttiende eeuw nam de concurrentie van buitenlands aardewerk toe. Het oosterse porselein werd goedkoper en de modieuze Engelse creamware -- onder meer van Wedgwood -- kwam op. Dat is aardewerk in een witbakkende klei dat kon worden bedekt met een transparant glazuur, zodat niet langer een wit dekkend glazuur nodig was. Het was ook steviger dan het klassieke Hollandse aardewerk. Steeds meer Delftse plateelbakkerijen moesten de deuren sluiten. FREDERIC EELBODE IN DEN HAAGGewiekste Hollanders begonnen met de productie van aardewerk dat leek op oosters porselein, maar minder duur was.