Het Belgische holdingregime biedt tal van belastingvoordelen om buitenlandse investeringen aan te trekken", zeggen Christian Chéruy en Christophe Laurent, partners van het advocatenkantoor Loyens & Loeff. "Met een aantal kleine aanpassingen kan het regime ons land sterker op de kaart zetten, internationale geldstromen aantrekken en het huidige begrotingstekort oplossen."
...

Het Belgische holdingregime biedt tal van belastingvoordelen om buitenlandse investeringen aan te trekken", zeggen Christian Chéruy en Christophe Laurent, partners van het advocatenkantoor Loyens & Loeff. "Met een aantal kleine aanpassingen kan het regime ons land sterker op de kaart zetten, internationale geldstromen aantrekken en het huidige begrotingstekort oplossen." In hun nieuwe boek Het fiscale regime van de Belgische holdingmaatschappijen sommen de auteurs de troeven van het systeem op. Chéruy: "Ondanks de talrijke wetswijzigingen blijft een Belgische holding een aantrekkelijk instrument om internationale hoofdkwartieren naar ons land te lokken. In tegenstelling tot Luxemburg betreft het geen apart belastingregime, maar een verzameling van verschillende fiscale maatregelen. Zo kan de Belgische holding zowel aandelen van andere vennootschappen aanhouden als operationele activiteiten ontplooien. Het regime is geschikt voor elke ondernemingsstructuur, gaande van de financiering van risicokapitaal over herstructureringen van groepen tot en met beleggingen in vastgoed." Tot nu toe spant Luxemburg de kroon met de financiële participatiemaatschappijen (Soparfi) en de 'Holdings 1929'. Dit laatste regime riep de Europese Commissie in 2007 een halt toe. De bestaande constructies mogen blijven bestaan tot eind 2010, maar daarna is het definitief gedaan. Chéruy: "Dat biedt de mogelijkheid voor het Belgische regime om het roer over te nemen. Onder politieke druk kalft het Nederlandse systeem ook geleidelijk af, zodat we fiscaal opnieuw aan de top komen te staan." In ons land bestaat geen meerwaardebelasting op aandelen. Laurent: "Hiermee bekleden we een toppositie in Europa voor holdings, die voornamelijk leven van deelnames in andere vennootschappen. Bovendien zijn aan deze vrijstelling geen kwantitatieve voorwaarden, zoals een minimumparticipatie, verbonden. Alleen mogen de financiële stromen niet van belastingparadijzen komen." Ten tweede zijn dividenden die een Belgische vennootschap aan haar Europese moedermaatschappij uitkeert, niet aan een roerende voorheffing onderworpen, mits een minimum deelname van 15 % gedurende één jaar. Chéruy: "Voorts beschikt ons land over het stelsel van de 'definitief belaste inkomsten' (DBI). Daarin mogen de dividenden die een Belgische holdingvennootschap ontvangt, voor 95 % van de belastbare basis afgetrokken worden. In de praktijk kun je het saldo van 5 % echter gemakkelijk verminderen met diverse kosten, zoals de intrestaftrek. Wel moeten de financiële vaste activa een participatie van 10 % vertegenwoordigen of een aanschaffingswaarde van minstens 1,2 miljoen euro hebben en gedurende twaalf maanden worden aangehouden. Maar deze regels zijn gemakkelijk in te vullen." Ten slotte leveren de financiële stromen die langs ons land passeren, de nationale schatkist geld op. Ze genereren activiteiten waar wel vennootschapsbelasting op betaald moet worden. Daarom stellen de partners van Loyens & Loeff voor het huidige regime uit te breiden met een DBI-aftrek van 100 %. E.P.