Je kon geen dag- of weekblad openslaan of er stond een verjaardagstaart in voor de eerste verjaardag van de 'crisis'. Die verjaardag wordt gevierd op 15 september, de dag dat Lehman Brothers beroemder werd door zijn kartonnen dozen dan door zijn beleggingsproducten.
...

Je kon geen dag- of weekblad openslaan of er stond een verjaardagstaart in voor de eerste verjaardag van de 'crisis'. Die verjaardag wordt gevierd op 15 september, de dag dat Lehman Brothers beroemder werd door zijn kartonnen dozen dan door zijn beleggingsproducten. Wat er is gebeurd? Er was overduidelijk een omslagpunt, een tipping point om de woorden van Malcolm Gladwell te gebruiken. Hoe dramatisch dit keerpunt wel was, moge blijken uit het volgende. Begin 2007 stonden de indicatoren voor 'risico' op een historisch dieptepunt. Niemand wist waar er nog risico verborgen zou kunnen zitten. Het was waarschijnlijk verdwenen, 'verdampt'. Een goed jaar later, vindt zowat iedereen elk risico te hoog. De markt voor risicokapitaal valt stil. Als dat geen omslagpunt is! En hoe ontstaan omslagpunten? De analyse van Gladwell is heel duidelijk. Wat je eerst en vooral nodig hebt, is een beklijvend verhaal. Voor de val krijg je altijd 'grote verhalen'. Denk maar aan Robert Madoff, of dichter bij huis: Jo Lernout. Het boeiende aan die laatste figuur is, dat hij blijkbaar nog steeds zijn eigen verhalen gelooft. Maar ook figuren die niet worden gezien als oplichters, beginnen steeds driestere verhalen te vertellen. Uw bankier bijvoorbeeld. Vlak voor de crisis was een aantal verhalen erg populair, bijvoorbeeld het verhaal dat elk risico verdwenen was. Risico was immers met 'modellen' uit het systeem gerekend. Als enkele experts met veel zelfzekerheid stellen dat ze via alfa-, bèta- of partiële correlaties god-weet-welk-ding onder controle hebben gekregen, durft bijna niemand ze tegen te spreken. Wie durft toe te geven dat hij alfa- en bèta- en partiële correlaties toch niet zo goed begrijpt? Het enige wat op zo'n moment nog ontbreekt, zijn de zichtbare successen, die je dan kan toeschrijven aan bèta-, alfa- of gammakwadraat. En zulke successen waren er. En die mochten worden gevierd, met grote bonussen; en die grote bonussen bewezen op hun beurt hoe slim en vooral hoe competent die analisten wel waren die dat allemaal konden berekenen. Wat je kunt berekenen, heb je onder controle. En dus moet je wel helemaal gek zijn om die dingen in vraag te stellen. Want ofwel ben je een leek, en dan zwijg je best, ofwel ben je een zuivere statisticus, en dan ben je wereldvreemd. Net zoals in de medische informatica de doorbraken lang op zich laten wachten omdat de arts niet echt de informatica begrijpt, en de informatica niet echt de arts. De ultieme combinatie van inzicht in de statistische modellen met echte kennis van financiële zaken, was zo zeldzaam dat niemand de verhalen nog echt kon controleren. De top aan de banken werd gegijzeld door modellen die ze niet meer konden begrijpen. En de modelontwikkelaars kregen vrij spel, omdat hun modellen ontwikkeld werden in een periode van steeds stijgende koersen. En bij hoogtij zie je de wrakken niet. Bij laagtij worden ze echter allemaal zichtbaar. Er mochten vooral geen vragen worden gesteld. Wie in de sector vragen durfde te stellen, was een beunhaas, een verrader, ja een broodrover. En wie van buiten de sector kwam, was per definitie incompetent. Is het toeval dat in die periode de vraag naar leiderschap zo groot was? Want leiders, net als verkopers, vertellen verhalen, ze inspireren. Leiders maken dat alle neuzen in dezelfde richting staan, dat alle monden hetzelfde lied zingen. Uit de chaostheorie weten we dat chaotische systemen - beurzen, ons kloppende hart of trillingen van een brug - pas gevaarlijk worden als de chaos stopt en alles in één enkel ritme, in één zichzelf versterkend patroon begint te werken. Dan volgt er snel een ineenstorting, en bij een brug is dat letterlijk te nemen. Bij een hart volgt een infarct, bij een beurs een crash. En dat is waarschijnlijk de grootste les die we moeten meenemen uit de crisis en die ik ontleen aan het schitterende boek Animal Spirits van Akerlof & Shiller. Grote verhalen leiden tot groot enthousiasme en tot bijna absolute zekerheid. Grote verhalen zijn typisch voor godsdiensten en ideologieën. Op het moment dat ze hun intrede doen in de financiële wereld stijgt het vertrouwen pijlsnel. Dat consumenten- of ondernemersvertrouwen wordt dan gemeten, en vormt het ultieme bewijs dat de verhalen juist zijn. Waarover die verhalen gaan, heeft geen enkel belang: tulpen, grond in de Stille Zuidzee, e-commerce of triple-A-subprimeleningen. Als ze maar geloofd worden. Op het moment echter dat het ongeloof binnensluipt en een tipping point zichtbaar wordt, loopt iedereen naar dezelfde uitgangsdeur. Als dat toevallig de deur van een bank is (a run on the bank) hebben we met zijn allen reusachtig veel pech. Dan krijg je een crisis die niet voor herhaling vatbaar is. Toch niet de volgende dertig jaar. Want zolang moeten we misschien de huidige afbetalen... DE AUTEUR IS HOOFDDOCENT AAN DE UNIVERSITEIT GENT EN PARTNER VAN DE VLERICK LEUVEN GENT MANAGEMENT SCHOOL. Marc BuelensDe ultieme combinatie van inzicht in de statistische modellen met echte kennis van financiële zaken, was zo zeldzaam dat niemand de verhalen nog echt kon controleren.