Het straatbeeld, de afgelopen maanden: nogal wat mannen lopen in de winkelstraten met een hoed op, meestal een breed gerand exemplaar. De rand aan de voor- en achterkant neigt naar beneden. Stoer, maar ook gedistingeerd.
...

Het straatbeeld, de afgelopen maanden: nogal wat mannen lopen in de winkelstraten met een hoed op, meestal een breed gerand exemplaar. De rand aan de voor- en achterkant neigt naar beneden. Stoer, maar ook gedistingeerd. Wordt de hoed voor de man weer de norm? Weer, want in het verleden was het normaal dat mannen hoeden droegen. De arbeider en de boerenknecht hielden het bij een klak, een platte pet. Wie foto's uit de jaren dertig van de vorige eeuw ziet, merkt dat iedereen een hoed of pet draagt. In de jaren vijftig was de hoed ook nog gemeengoed. Maar na de sixties zat de klad erin: mannen gingen vanaf toen blootshoofds door het leven. De hoed was passé, want het hoofddeksel had decennialang het onderscheid tussen de standen duidelijk gemaakt. Trendwatcher Herman Konings (Pocket Marketing): "Mensen die vroeger statig wilden zijn, droegen een hoed. Een hoed getuigde van zelfrespect." En zijn collega Nathalie Bekx (Bekx & X): "Mensen die iets voorstelden, droegen een hoed. Het soort hoofddeksel en de hoogte ervan bepaalden wie je was. Men wist aan je hoed tot welke stand je behoorde." De voorbije decennia verdween dat standengevoel. De democratiseringsgolf in de jaren zestig van de vorige eeuw luidde het einde van de massale dracht van de hoed in. Herman Konings: "De babyboomers gingen niet langer stijf in het pak naar het werk. De hoed was dus niet langer nodig. Je zou het kunnen vergelijken met het verbranden van de beha door de vrouwen: de hoed en de stropdas waren overblijfselen van het ancien régime." Tim De Bruecker van de Gentse speciaalzaak Chapellerie Gelaude (opgericht in 1893) wijst ook nog op een ander element voor het verdwijnen van de hoed: "Alles gebeurt vandaag met de auto. Een man staat op, neem zijn ontbijt, gaat naar de garage, stapt in de auto, rijdt naar Brussel, zet zijn wagen in een ondergrondse parkeergarage en gaat met de lift naar het kantoor. Waarom zou hij nog een hoed opzetten? Hij heeft zelfs geen jas meer mee." Niet alleen de hoed is uit het straatbeeld verdwenen, hetzelfde geldt voor het aantal speciaalzaken in de stadscentra. Vroeger waren er in Gent 36 hoedenwinkels voor mannen, weet De Bruecker, die in 1999 de hoedenzaak overnam van zijn 86-jarige grootvader. Nu zijn er nog maar een tiental in heel België. "Al dertig jaar neemt het aantal zaken af. Je ziet de hoed niet massaal in de straat. Maar misschien komt er beterschap. Naar aanleiding van de nieuwjaarsreceptie die de stad Gent in januari gratis aanbood, stond er op Gentblogt: Zie eens hoeveel hoeden er zijn, het is een trend. Ik hoop het." De Bruecker merkt inderdaad al enkele jaren een stijgende belangstelling voor de hoed. Meer en meer mannen komen de zaak binnen voor hun eerste hoed. "De klanten van mijn grootvader waren 65-plussers, nu komen er mensen tussen 20 en 65 jaar binnen." De reden voor die hernieuwde belangstelling is niet dat de hoed plotseling zo functioneel is. De hoed is een modestatement geworden of gewoon een opvallend accessoire. Dieter Deceuninck van Eye of Fashion, importeur van onder meer het hoedenmerk Goorin: "Wat is er nu zo functioneel aan een hoed? De mensen die er vandaag een kopen, beschouwen hem als een modeaccessoire." De hoed verschijnt ook op de catwalk: modeontwerper Christophe Coppens oogst er internationale roem mee; een luxemerk als Gucci neemt hoeden op in zijn aanbod ... Volgens De Bruecker is de hoed vooral iets voor modefreaks. Hij wijst er ook op dat er een verschil is tussen een hoedenzaak en een modiste. "Die laatste neemt gewoon een hoed op in zijn assortiment; vaak hoofddeksels om te paraderen. Voor de vrouwen leuk tijdens Waregem Koerse. Maar een echte hoed is wat anders: die is er niet in small, medium of large, maar in twaalf verschillende maten. Een hoed moet op de millimeter juist zijn. Een verschil van enkele millimeters voel je al. De hoed moet comfortabel zitten, ook als je fietst, want anders vragen de dragers zich af waarvoor die dient." Trendwatchers als Nathalie Bekx en Herman Konings zeggen dat de hoed er nu is om zich van de anderen te onderscheiden zonder nog een statussymbool te zijn. "De mode is te lang blootshoofds geweest en dan krijg je een tegenbeweging", aldus Konings. "Met een hoed ga je 180 graden in tegen het emokapsel, het puberkapsel van jongeren tussen 15 en 22. Tegen dat onrijpe staat de rijpheid: het stedelijke type dat bereisd is, met mode bezig en dus ook weer een hoed draagt." Er zijn diverse redenen waarom mannen een hoed kopen. Tim De Bruecker wijst op het effect van hiphop, muziekvideo's en feestjes. "Sommige mensen vragen een hoed voor een maffiafuif tijdens het weekend", zegt hij. Iets wat de Gentse ondernemer niet deert - in ieder geval komen jongeren weer zijn hoedenwinkel binnen. Welke hoeden zijn het meest geliefd? In tegenstelling tot wat het straatbeeld toont, is er vooral vraag naar de meer klassieke hoed, de borsalino. Smal gerand en wat opstaand aan de achterzijde. Het type hoed waarmee Humphrey Bogart op de filmaffiches verscheen. Het is de hoed die de vijftiger van vandaag vereenzelvigt met de ouderwetse hoed van zijn vader indertijd. Ook het breed gerande, Australische model verkocht de jongste jaren goed, al is dat volgens kenners intussen alweer passé. Eenzelfde ervaring heeft ook Dieter Deceuninck. "Er is al drie tot vier seizoenen een beweging merkbaar naar meer hoeden. Wij verdelen de Goorinhoofddeksels in de Benelux en Frankrijk. We zien in Frankrijk en Spanje bij jongeren een opmars van de borsalino. Vooral exemplaren die qua print heel hedendaags zijn: hoeden met ruiten en in fijne materialen. In die landen gaat het om duizenden exemplaren. In Barcelona ontmoet je veel mannen met zo'n hoofddeksel. Maar de rage zie je nog niet in België. Hier zie je veertigers en vijftigers met klassieke hoeden rondlopen." Deceuninck sponsort met Goorin ook eurosongkandidaat Brahim. De West-Vlaamse zanger verschijnt steevast met een hoed op het podium. Maar kennelijk is dat nog niet voldoende om de Belgen te overhalen meer hoeden te dragen. Kopen doen ze wel, weet Deceuninck. "Maar opzetten is een ander verhaal. Waarom weet ik niet. In de jongerencultuur zie je overal hoeden, Hollywood zit er vol mee, op MTV zie je ze. Maar Belgen durven hem hier gewoon niet op te zetten." Tim De Bruecker kan daarover meepraten: "Veel mannen durven inderdaad de stap niet te zetten. Ze zeggen dat ze niet staan met een hoed. Belachelijk natuurlijk, want in de jaren dertig vond iedereen een geschikt model. Sommige mannen passen wel vijftig verschillende hoofddeksels om dan uiteindelijk toch te zeggen: een hoed staat me niet. Nu ja, het dragen van een hoed zorgt inderdaad voor een heel ander uitzicht. Nooit een hoed en dan ineens wel: ik zou ze eerst naar een psycholoog moeten sturen." (T) Door Ad van Poppel