Zullen we er eerst even het boekje bij halen om precies te achterhalen wat die 'voorafgaande beslissingen in fiscale zaken' zijn? Hier komt het: een ruling is een rechtshandeling waarbij de Federale Overheidsdienst Financiën zich uitspreekt over de manier waarop de wet zal worden toegepast op een situatie of een verrichting die nog geen uitwerking heeft gehad op fiscaal vlak. Met andere woorden: u kunt als ondernemer vooraf met de fiscus gaan praten om zekerheid te krijgen over de manier waarop u belast zult worden. Na een langzame start begin 2003 (met maandelijks amper tien tot vijftien aanvragen maar met een piek van een vijftigtal aanvragen in september 2003), worden er momenteel 20 tot 30 aanvragen per maand ingediend. Het merendeel van de rulings werd door Vlaamse belastingplichtigen aangevraagd.
...

Zullen we er eerst even het boekje bij halen om precies te achterhalen wat die 'voorafgaande beslissingen in fiscale zaken' zijn? Hier komt het: een ruling is een rechtshandeling waarbij de Federale Overheidsdienst Financiën zich uitspreekt over de manier waarop de wet zal worden toegepast op een situatie of een verrichting die nog geen uitwerking heeft gehad op fiscaal vlak. Met andere woorden: u kunt als ondernemer vooraf met de fiscus gaan praten om zekerheid te krijgen over de manier waarop u belast zult worden. Na een langzame start begin 2003 (met maandelijks amper tien tot vijftien aanvragen maar met een piek van een vijftigtal aanvragen in september 2003), worden er momenteel 20 tot 30 aanvragen per maand ingediend. Het merendeel van de rulings werd door Vlaamse belastingplichtigen aangevraagd. Het rulingsysteem is in België heel uitgebreid. U kunt voor zowat álles een ruling aanvragen. De nieuwe ruling-praktijk is van toepassing op alle belastingen die door de staat worden geïnd, zoals de inkomstenbelastingen, de BTW en de registratierechten, maar evenzeer de gelijkgestelde taksen, douanerechten en accijnzen, ecotaksen enzovoort. De nieuwe procedure is zelfs van toepassing op de gewestelijke belastingen waarvoor de staat de inning en de invordering verzekert. Dit zou volgens Olivier Van Ermengem, advocaat bij Linklaters De Bandt, kunnen betekenen dat het toepassingsgebied van de nieuwe procedure zou kunnen verschillen in het noorden en in het zuiden van het land. Hij geeft daarbij het voorbeeld van de onroerende voorheffing, waarvan de inning en de invordering onafhankelijk worden verzekerd in de Vlaamse gemeenschap, terwijl in het Waals gewest en het Brussels hoofdstedelijk gewest de federale diensten belast zijn met de inning en de invordering ervan. René Willems van PricewaterhouseCoopers ( PWC) is van mening dat de ruling het Belgische fiscale landschap grondig kan veranderen. Daarbij zou het evolueren van een confrontatiemodel (met de nodige strijd tussen administratie en belastingplichtigen) naar een model van dialoog waarin de belastingplichtige op voorhand op fiscaal vlak rechtszekerheid kan krijgen. Willems is een echte believer. Ook Eric Warson van KPMG is een pleitbezorger van het systeem. "Met een voorafgaand akkoord kan de belastingplichtige weten hoeveel zijn toekomstige fiscale factuur zal bedragen. En dat is belangrijk voor een onderneming. Als het louter om de tarieven gaat, kan de fiscale wetgeving van Centraal- of Oost-Europese landen gunstiger zijn dan de Belgische, maar in die landen is de wet instabieler en zelfs willekeuriger - met alle onzekerheden van dien voor een onderneming." Om juridisch afdwingbaar te zijn, moet de beslissing van de fiscus voorafgaan aan de fiscale uitwerking van een bijzondere situatie of een geplande verrichting. Volgens René Willems moet een ruling in principe afgeleverd kunnen worden vóór de jaarrekening wordt goedgekeurd. De aanvraag moet dus nog veel vroeger worden ingediend. Van Ermengem illustreert dit met een voorbeeld. Een belastingplichtige die zijn boekhouding voert volgens het kalenderjaar, koopt in de loop van het jaar een industriële machine. Als de aanvraag betrekking heeft op het roerende of onroerende karakter van de machine voor de toepassing van de registratierechten en de BTW, dan moet de rulingaanvraag worden ingediend vóór de definitieve verwerving van de machine. In het licht van de antwoordtermijn die wordt toegestaan aan de administratie, moet dat ten minste drie maanden vóór de definitieve verwerving gebeuren. Als de aanvraag echter draait rond het afschrijvingsritme van de machine in het kader van de inkomstenbelastingen, is het volgens Van Ermengem nog perfect mogelijk om een aanvraag in te dienen ná de verwerving ervan. Maar dan wel op voorwaarde dat dit gebeurt op een tijdstip dat toelaat om nog een tijdige beslissing te bekomen - concreet: minstens drie maanden vóór het ogenblik waarop de afschrijvingsperiode van de nieuwe machine definitief bepaald zal zijn naar aanleiding van de goedkeuring van de jaarrekening. Rulings over nieuwe gevallen of complexe zaken kunnen afgeleverd worden op zes maanden. En voor gevallen waar al een beetje routine in zit, loopt de aflevertijd terug tot vier maanden (wat aardig in de buurt komt van het wettelijke streefdoel). Maar het blijft een pijnpunt dat de wet niet voorziet in een maximumtermijn om een ruling af te leveren. De wettelijke termijn van drie maanden is maar een streefdoel en wordt in veel gevallen niet nageleefd. Er staat ook geen enkele sanctie op als de administratie die termijn overschrijdt. En dat kan voor problemen zorgen. Zeker voor reorganisaties van vennootschapsgroepen via fusies of splitsingen (de administratie spreekt hier van 'restructuraties'). In die gevallen bedraagt de antwoordtermijn vaak meer dan zes maanden. En omdat het om situaties gaat die op fiscaal vlak nog niet definitief mogen zijn vóór de beslissing wordt afgeleverd - anders verliest die haar voorafgaand karakter - kan men voor fusies of splitsingen zonder ruling niet eens naar de notaris. Dit is echt een struikelblok. In 2003 werden volgens voorlopige cijfers 75 rulings afgesloten. Nochtans is er tot op heden niet één gepubliceerd op de website van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (anoniem, zoals voorgeschreven in de wet van 24 december 2002). Dat zou mede te maken hebben met een probleem om de Vlaamse beslissingen in het Frans te vertalen. Bovendien is er geen publicatie in het Engels gepland, wat nochtans interessant kan zijn voor buitenlandse investeerders. Het is misschien een ideetje voor de Dienst Buitenlandse Investeringen om in dit verband zelf een selectie te maken en te publiceren. Uiteindelijk wordt de publicatie nu verwacht tegen eind juni 2004, samen met het jaarverslag voor het parlement. In die publicatie ziet Van Ermengem bovendien een uitstekend middel om de efficiëntie van de rulingpraktijk te vergroten: "Door de publicatie van de beslissingen zou er een soort gestandaardiseerde rulingpraktijk kunnen groeien. Vroeger werden standaardgevallen soms geregeld via circulaires ( nvdr - bijvoorbeeld voor distributiecentra), maar die praktijk werd door de EU afgewimpeld als schadelijke fiscale concurrentie." Het is volgens Van Ermengem vrij zinloos dat elke belastingplichtige telkens opnieuw een afzonderlijke ruling moet aanvragen. Volgens hem zouden alle distributiecentra die in dezelfde situatie zitten een beroep moeten kunnen doen op de al gepubliceerde rulings, op voorwaarde dat de begeleidende feitelijke omstandigheden (voorraadrisico's en/of wisselrisico's) duidelijk en gedetailleerd genoeg omschreven zijn om de bezwaren van de EU weg te nemen. Standaardisatie zou ook bijdragen tot een verlichting van de werklast, zodat de rulingcommissie zich met interessantere zaken zou kunnen bezighouden. De administratie staat volgens René Willems dan weer voor de uitdaging om een gestroomlijnde organisatie op te zetten. Want de organisatie van de dienst die binnen de FOD Financiën bevoegd is voor het afleveren van de ruling, moet instaan voor een zéér uitgebreide praktijk. Die brede opdracht staat niet in verhouding met de schaarse middelen die ter beschikking worden gesteld. Hij verwacht dan ook dat de dienst in het jaarverslag, dat vóór 30 juni 2004 moet worden ingediend, zal voorstellen om het terrein van de ruling in te perken. In recente ontwerp-KB's wordt een nieuwe dienst uit de grond gestampt. Wanneer die operationeel wordt, is nog zeer de vraag. Het is de bedoeling dat de nieuwe dienst de afwikkeling van een ruling zou versnellen. Vandaar dat er ook minstens twintig ambtenaren moeten worden benoemd die zich voltijds met de ruling kunnen bezighouden, in plaats van het tiental ambtenaren dat er nu deeltijds mee bezig is. Dat zou al een hele verbetering zijn, maar daarmee wordt het personeelskader van 40 voltijdse ambtenaren dat oorspronkelijk was voorzien nog altijd niet ingevuld. "De dienst stoot op hinderpalen waardoor hij niet optimaal kan functioneren," zegt Eric Warson. "Ik denk dan aan een gebrek aan manschappen en middelen. Maar hij mist ook de politieke steun om te oordelen over de delicate interpretatieproblemen van onze fiscale wetgeving." Met de nieuwe KB's zou de rulingdienst meer autonomie krijgen. Het is volgens Warson de bedoeling om minstens drie of vier businessgeoriënteerde topambtenaren aan te duiden die mee denken met de belastingplichtige, om zo de economische activiteit te stimuleren. In België is het mogelijk om in één dossier een ruling te krijgen voor verschillende aspecten van BTW en voor de personen- en vennootschapsbelasting. Volgens René Willems is dit een ideaal scenario voor bijvoorbeeld managers van een vloot bedrijfswagens (of leasingmaatschappijen) die op die manier in één klap rechtszekerheid kunnen krijgen over de al dan niet af te trekken BTW, het afschrijvingsritme van het rollend materieel, de verworpen uitgaven in de vennootschapsbelasting en de belastbare voordelen in hoofde van het personeel (wat ook zijn weerslag heeft op het vlak van de sociale zekerheid van de betrokken werknemers). Bovendien kan zo'n complexe ruling bij één persoon ingediend worden. Dit is een groot pluspunt. De meeste rulings worden afgesloten rond de internationale verrekenprijzen binnen multinationale groepen, het zogenaamde transfer pricing. Het is voor buitenlandse investeerders belangrijk om te weten welke winst ze moeten maken in België bij intragroeptransacties. René Willems ondervindt op dat vlak een belangrijk probleem: het ontbreken van safe harbours of veilige prijsvorken. De bedrijfswereld heeft volgens hem nood aan die veilige prijsvorken van mark-uppercentages voor standaardactiviteiten in bepaalde sectoren, zoals groepsdistributiediensten of managementondersteuningsdiensten. Het ontbreken van safe harbours betekent volgens hem dat er een hoge drempel blijft bestaan voor transfer pricerulings omdat voor elk dossier apart uitgebreide benchmarkstudies moeten gebeuren. De rest van de aanvragen gaat over aandelentransacties, investeringsaftrek, voorzieningen voor risico's en kosten, fusies en splitsingen van vennootschappen, over de vraag of een voordeel al dan niet abnormaal of goedgunstig is, afschrijvingspercentages van zelfstandigen, representatiekosten enzovoort. In een uitzonderlijk geval werd de vraag gesteld of een vzw fiscale attesten kon uitreiken voor de ontvangen giften. In het kader van de nieuwe rulingprocedure moeten we nog aanstippen dat het zelfs mogelijk is dat een belastingplichtige een ruling aanvraagt voor handelingen binnen het beheer van zijn privé-vermogen. De sleutel om het hele project met succes te doen slagen, is volgens Eric Warson afhankelijk van de juiste mensen die voldoende middelen krijgen en belangrijke beslissingen durven te nemen. In Nederland en Luxemburg zijn de mensen van de rulingcommissie sleutelfiguren die vooruitstrevende beslissingen durven te nemen en die op die manier belangrijk zijn voor hun land. Dat klinkt wat gezwollen, maar het is op basis van hun beslissingen dat multinationals besluiten om in het land te investeren. En dat maakt het verschil tussen duizenden arbeidsplaatsen meer of minder. Werner NiemegeersHet is niet omdat de overheid geen dossierkosten aanrekent, dat een ruling geen geld kost.